Gegevens kwijt
JG: Ik had laatst wel iets raars, jongen. Zoon: O ja, wat dan? JG: Mijn gegevens waren kwijt. Van T-Mobile. Zoon: Oh? Dat is niet zo mooi. JG: Nee, zeker niet, het bleek dat mijn simkaart was gewist. Zoon: Een kaas, moeder? Gaven ze je een kaas? JG: Neehee, de SIMKAART was gewist. Zoon: Oh, ik dacht al, een kaas voor het kwijtraken van je identiteit is wel een zeer mager zoenoffer. JG: Ja, jongen, dat dacht ik ook. Een kaasfabriek had meer voor de hand gelegen. Vooral omdat dit niet alles is.
Megakaas
Zoon: Wat nog meer dan? JG: XS4all is ook mijn gegevens kwijt. Ik zweef nu samen met ruimteafval doelloos rondjes langs de aarde en kan niet meer mailen. Zoon: Waar zijn die gegevens dan? JG: Sja, jongen, dat weten ze niet. In het gat van de wereld gevallen, ontvoerd door cybercirkelmakers, weggegumd door de grote striptekenaar hierboven, wie zal het zeggen? Zoon: Dat wordt een megakaas, mam. Zo eentje die nooit in huis gaat passen. JG: Hopelijk met gaten, jongen, om doorheen te vluchten. Zoon: Jij altijd met je vluchten. Dat moet je anders zien, mam. Nu kun je lekker in de tuin zitten met Haruki Murakami. JG: Dat is waar, jongen.
Murakami is God
Zoon: En Murakami is eigenlijk ook een kaas. Met heel veel gaten om doorheen te vluchten. JG: Murakami is God, jongen, dat weet je toch. Zoon: Dus God is een kaas? JG: God is een Edammer. Zoon: ... JG: Maar buiten dat, het knaagt. Zoon: Je láát het knagen, moeder, dat is een wezenlijk verschil. Ik zeg altijd maar zo... JG: Ja, ja... Zoon: Ik zeg altijd maar zo: “Maak van jezelf een piramide en alles glijdt van je af...” JG: Ja, ja... Zoon: Ja toch, schijt met die mail. JG: Ja, schijt. Zoon: Dat zeg ik.Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.






