Maar de boodschap van Alive Inside is overdreven en behoeft nuance. De momenten waarin we dementerenden op hun kwetsbaarst zien, en we ze contact zien leggen met hun geliefden, ontroeren. Over de echtheid en schoonheid valt dan ook niet te twisten. Maar het is slechts een handvol praktijkvoorbeelden die een grootse conclusie dragen. Een conclusie die pretendeert revolutionair te zijn.
Rossato-Bennett schroomt ook niet om het complete Amerikaanse zorgsysteem in enkele minuten compleet met de grond gelijk te maken. Het zou geen ruimte bieden voor dergelijke therapie, in tegenstelling tot medicatie in pillenvorm waar de patiënt niet zelden te veel van zou krijgen toegediend. Het bejaardentehuis wordt afgeschilderd als een warenhuis, waar vegeterende oudjes hun naderende dood afwachten. De kritiek is te gemakkelijk, want ruimte voor wederhoor biedt Rossato-Bennett niet.Alive Inside zou deze kritiek moeten ontzien, en de kijker meenemen in de levens van de patiënten. Want graag zouden we meer van de persoon achter de rimpels leren kennen. De manier waarop regisseur Rossato-Bennett hen portretteert is namelijk een gedegen: geestig, maar niet spottend. Natuurlijk zijn de veelal hulpeloze ouden van dagen ontdaan van hun onafhankelijkheid, vrijheid en soms ook hun waardigheid. Maar Rossato-Bennett schroomt niet om hun snibbige uitspattingen ongecensureerd vast te leggen, en een bejaarde man te volgen tijdens diens zoveelste ontsnappingspoging, in de volle overtuiging dat er buiten iemand op hem wacht en hij in een muziekband speelt.Alive Inside is primair een kritiekloze ode aan Dan Cohen, en presenteert opgeblazen stellingen waarin vijftig iPods in een bejaardentehuis gelijk staan aan vijftig geredde levens. Muziek neemt Henry mee naar een bijzondere plek, maar als wij die plek niet te zien krijgen, de muziek stopt en Henry terugkeert naar zijn catatonische staat, dan weten we nog niet wie hij is.‘Alive Inside’ is momenteel te zien op het Internationaal Documentary Festival Amsterdam (IDFA).






