Hoe anders is het beeld van nu, van boekverkopers als een bedreigde beroeps-groep die zwaar te lijden heeft onder economische misère, technologische vooruitgang en ontlezing. Het boekenvak lijkt ten prooi aan de Grote Depressie, de roman begonnen aan zijn laatste hoofdstuk. Is het echt zo erg? Ja, zegt de een, dit is de harde realiteit. Nee, meent de ander, die conclusie is voorbarig.
Onmiskenbaar is de negatieve publiciteit rondom het boekenvak, door de teloorgang van Polare. Eind januari 2014 sloot de keten de deuren van alle twintig Nederlandse vestigingen. Boekwinkels van allure, die individueel historie hadden geschreven onder namen als Broese, Scheltema, Scholtens, Donner en De Tille, en nu roemloos ten onder gingen als Polare-filiaal.
Bij Pauw & Witteman werd directeur Jan van der Wouw ter verantwoording geroepen. Ook aan tafel zat Ronald Giphart. De schrijver opperde dat de Polare-winkels uit hun krachten waren gegroeid, supermarkten waren geworden terwijl boekhandels juist delicatessewinkels behoorden te zijn. Een maand later ging Polare officieel failliet. Het bedrijf dat twee jaar eerder was ontstaan uit een wanhoopsfusie tussen Selexyz en De Slegte had zijn ambitie niet kunnen waarmaken.
Braaksma, die op haar negentiende haar carrière begon als verkoopster bij De Tille in Leeuwarden, kent de klant goed. “Het allerbelangrijkste is dat je hem verleidt, dat je weet wat hij wil. Zelf lees je alles wat los en vast zit, ga je naar beurzen en raadpleeg je de belangrijke tijdschriften, zodat je weet wat de mensen bezighoudt. “Laatst zocht ik met mijn neef in het heropende Scheltema in Amsterdam naar De generatorgeneratie van Franka Hummels uit 2011 – ze hadden het niet. Toen zijn we maar naar het Amsterdamse Martyrium. Daar hadden ze het boek wel, en wisten ze ons te verleiden om nog twee boeken te kopen. Dan versta je je vak.”






