Aan een ruimtevaarder
(Voor André Kuipers)
Marjolijn van Heemstra (1981)
Ik ben een cluster dode zonnen, hardgeworden overschot vol weerstand, zelfs met maximale aanloop kaatst de lucht mijn sprong nog voor kniehoogte terug ik drijf alleen op water en zelfs dat maar tijdelijk de ruimte tussen mijn gespreide armen vangt geen wind.
Ik ga in zoogdiergang, van zand naar zand kom niet boven het rumoer van vee het geroezemoes van zee of ooghoogte ik moet de satellieten maar geloven; het kleurig stromend ozonvel het fijne edelstenen ei.
Ik weet van vacuümgevaren het netwerk van nevels en cellen speldenknoppen poorten naar het licht andersom heb ik de reis al vaak gemaakt dit nietig sterrenstoffenlijf uitvergroot tot lege zalen.
Maar jij hebt ontsnappingssnelheid stapt straks met veren voeten de explosie in telt jezelf tussen de sterren zwemt in de afwezigheid van grond en getijden ziet ons voor de vlekken die we zijn.
Als jij met niks dan lucht op je rug in het schijnsel van het eerste moment — wil je richting het duister draaien en wil je zeggen dat ik er ben?De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.André Kuipers geeft zondagmiddag 14 juni 2015 een ruimtevaartlezing in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Meer informatie vindt u hier.






