Cultuur

Zelfportret Frank Lammers: ‘Ik erger me aan een groot deel van de Nederlanders’

23/09 | 2015
door Nick Muller
Leestijd 3 minuten
Afbeelding

Frank Lammers (Mierlo, 1972) is acteur. Hij speelt de hoofdrol in J. Kessels, de verfilming van de gelijknamige roman van P.

F. Thomése 

en maakt later dit jaar zijn regiedebuut met de speelfilm Of ik gek ben.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Eh, nouja, mwah. Ik heb me weleens beter gevoeld. M’n moeder is ziek, heb ik net gehoord. Dus dat vind ik niet zo leuk. 

Wie zijn uw helden?

Romario, omdat hij een briljant voetballer is. Ghandi, omdat hij moreel superieur is. En Martin Luther King. Die had lef.

Aan wie ergert u zich?

Aan een groot deel van de mensheid, vrees ik. Een zeer naar percentage. Zeker nu ik zie hoe er door de regering en een groot deel van de bevolking zo hardvochtig wordt omgegaan met de vluchtelingenproblematiek.

Lijkt u op uw vader?

Dat hoop ik. Mijn vader heeft zich altijd ingezet voor de medemens en zijn omgeving: als je een probleem hebt, dan kun je altijd bij hem terecht. Het hele dorp ervaart dat ook zo. Met mijn beroep is het alleen lastiger om voor iedereen klaar te staan. Dat klinkt als een slap excuus, maar ik doe mijn best.  

Lijkt u op uw moeder?

Ja. We huilen allebei snel. Mijn moeder moet al huilen als we een middagje op bezoek zijn geweest en we gaan weer weg. We houden niet van afscheid nemen.

Wat zijn uw dagdromen?

Mijn hele leven is een grote dagdroom. Ik kan oprecht zeggen: I’m living the dream.

Wat is uw grootste angst?

Dat mijn moeder doodgaat. En dat m’n kinderen iets overkomt.

Bidt u weleens?

Ik geloof niet in God, maar als ik mijn dochter in bed leg doe ik met haar altijd een klein gebedje wat ik van mijn moeder heb geleerd: ‘Dank u lieve heertje, dank u lieve vrouwtje, dank u engeltje zoet, die mij vannacht bewaren moet, voor water en vuur in het kranken uur, nu tot in de dood, iedereen wordt groot, en nu ga je lekker bedje slapen.’

Bent u aantrekkelijk?

Ik ben een filmster, hallo. 

Wat is uw definitie van geluk?

Als ik mijn dochter in haar nek blaas en ze maakt hoogpiepende geluidjes die alleen zij kan maken.

Waar schaamt u zich voor?

Ik ben in mijn leven weleens onaardig geweest tegen mensen. De grote bard uit Erica, Daniël Lohues, zong: ‘Aardig doen tegen mensen die niet aardig doen.’ Want die hebben aardig doen het hardst nodig. Als iedereen tegen iedereen aardig zou doen, dan zou de wereld daar ernstig bij zijn gebaat.

Bent u monogaam?

Ja.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Gisteravond. Ik was in Frankrijk, het was mijn huwelijksdag, er was vuurwerk en mooie lampjes en muziek van Bach en mijn vrouw en mijn kinderen en dat was mooi.

Hoe moedig bent u?

Ik doe vaak dingen die ik nog niet kan. Zoals nu: een film regisseren. Ik weet niet of ik het kan, dat moet nog maar blijken. Maar ik probeer het in ieder geval.  Dingen doen die je al kunt is geen bal aan.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Van mijn ouders.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Dat ze zacht is, dat ze rond is, dat ze zorgzaam is, lief is en kinderen kan baren.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Talent en gedrevenheid. Maakt niet uit waarin.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Ik ben heel benieuwd hoe ik eruit zie met een sixpack.

Hoe ontspant u zich?

Ik kijk graag sport, ik kaart graag en slapen vind ik ook heel lekker. De eerste twee weken van een vakantie slaap ik altijd. De hele dag.

Van wie houdt u het meest?

Van m’n kinderen.

Gelooft u in God?

Nee, maar als hij wel bestaat, dan bij dezen: excuses.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Ik hecht niet aan spullen, dus: mijn familie.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Ik heb in De Meeuw van Tsjechov gespeeld, en dat was niet best. Ik begreep dat stuk niet en ik kon het dus ook niet spelen.

Wanneer was u het gelukkigst?

Toen mijn dochter werd geboren.

Wat is de beste plek om te wonen?

Kaapstad. Ligt aan de bergen en aan de zee, je kan er fantastisch eten en je kunt er goed op stap en je bent – als je wilt – binnen een kwartier in weergaloze natuur. Alleen heb ik een probleem, en dat heb ik al eerder gezegd: ik ben gehecht aan mijn familie. Dus ik wil daar best wel wonen, maar dan ben ik zo ver weg van iedereen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik hoop juist mensen wél terug te zien. Aan de mensen die ik niet terug wil zien denk ik niet.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Door er niet aan te denken. Als je denkt dat iets misgaat, gaat het ook mis. 

Wat is uw devies?

Doe iets!