De kunstenaar Armando (1929-2018) werkte sinds twee jaar aan een overzichtstentoonstelling ter ere van zijn negentigste verjaardag in 2019. Het geplande retrospectief komt er ondanks zijn overlijden afgelopen juli nog steeds, maar pas na zijn dood ontdekte Museum Voorlinden vier schilderijen die Armando’s laatste werk blijken te zijn: een serie landschappen onder de titel ’Todeslandschaft’. Vier landschappen in bruine, beige en rode tinten. Mogelijk stellen ze een woest brandende zee voor, met de piekende vormen als vlammen. Of het zijn de poten van een wild spartelend dier. Een stervend dier, omdat het zichzelf niet meer overeind kan krijgen. De kunstenaar doopte dit werk ‘Todeslandschaft’ - het landschap van de dood. “Het ademt iets van overgave, het einde dat nabij is,” zegt Suzanne Swarts, directeur van Museum Voorlinden in Wassenaar.Swarts stuit per toeval op dit ‘omgevallen dier’ wanneer ze door de opslag van het museum loopt. Hier ligt de collectie van de dit jaar overleden kunstenaar, schrijver en acteur Armando, pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd. Zijn meest recente schilderijen zijn slechts kort na zijn dood overgebracht vanuit het Duitse Potsdam, de stad waar de kunstenaar tot aan zijn dood woonde en werkte. Het Todeslandschaft, een serie van vier schilderijen, is zijn laatste werk.Tien dagen voor zijn overlijden brengt Swarts nog een bezoek aan Armando. In samenwerking met het museum werkt hij aan overzichtstentoonstelling tere ere van zijn negentigste verjaardag. Samen bespreken ze de voortgang en bekijken de nieuwste werken die in zijn atelier staan. Bij het afscheid schudden ze elkaar de hand en plannen in september een volgend bezoek. Dat bezoek zou er niet meer van komen. Na zijn overlijden graaft Swarts in haar geheugen om zich belangrijke details van dat laatste bezoek te kunnen herinneren.
Armando woonde afwisselend in Potsdam en Amstelveen, maar kwam de laatste twee jaar niet meer in Nederland. Vandaar dat Swarts eind juni 2018 naar Duitsland reist. Ze ziet hoe hij in korte tijd lichamelijk achteruit is gegaan. Hij zit in een rolstoel, maar is tot het einde toe nog gedisciplineerd aan het werk. Hij staat vroeg op, gaat schilderen en luncht uitgebreid om daarna in alle rust van de dag te genieten.Een aantal keer per week komen er twee assistenten helpen; het doek op de ezel zetten, zijn verfpalet klaarzetten, zijn handschoenen helpen aandoen en zijn kwasten aangeven. Opvallend tijdens die laatste dagen was zijn keurig opgeruimde atelier, zoals documentairemaker Cherry Duyns het kort na zijn overlijden beschreef: “Het was altijd echt een werkplek. En nu was het verstild. Hij heeft een intensief leven geleid. En altijd vlijtig. Altijd werken. En volhouden, niet twijfelen aan je zelf. Dat soort dingen.”
Scherp bleef Armando tot het eind. “Hij wist nog alles,” vertelt Swarts. “Als ik een bepaald schilderij in bruikleen wilde nemen, wist hij waar ik het kon vinden.” Ook zijn uitgesproken mening en gevoel voor humor behield hij. Dat bleek ook wel uit een interview dat hij vier jaar eerder aan HP/De Tijd gaf. Een afspraak voor een gesprek in zijn flat in Amstelveen was gemaakt met journalist Nick Muller: “Hij belde nog om het een en ander te bespreken, maar ik had niet meteen door wie het was. Toen ik vroeg met wie ik sprak, antwoordde hij: ‘Met Armando, denk ik.’”








