Het interieur is honderd jaar oud, waardoor het lijkt alsof je terug in de tijd gaat bij betreding van de kroeg: “We houden alles zoveel mogelijk bij het oude, zoals het was toen de kroeg werd geopend in 1922. Deze kroeg is trouwens door Berlage ontworpen, hij kwam hier vaak. In de Tweede Wereldoorlog was deze kroeg een verzetskroeg, in de kelder werd ondergedoken.” Muziekinstrumenten sieren het plafond, een retro gokautomaat met de iconische fruitfiguren staat prominent in de zaak.“Gasten zeggen ons dat we vaak de goedkoopste van de buurt zijn, en daarom blijven ze ook komen. Allerlei soorten mensen komen hier: toeristen, studenten en ouderen.” Zijn vrouw Claudia, met wie hij de bar runt, vult aan: “Het is ons een raadsel waarom die fusten steeds duurder worden, maar we berekenen het niet door in de prijs, blijkbaar zijn we niet zo economisch ingesteld. Ik vind het belangrijker dat ook mensen met een minimuminkomen een uitje aan de kroeg kunnen blijven betalen. Als iemand zijn glas leeg heeft, vraag ik hen ook nooit of ze nog iets willen, want ik wil niemand pushen om geld uit te geven.”
‘Het is ons een raadsel waarom die fusten steeds duurder worden.’Een stukje verderop huist tapperij Dopey’s Elixer, in de Lutmastraat. Deze buurtkroeg doet no-nonsens aan. Het is er schemerig, hout voert de boventoon van het interieur. Bier is hun voornaamste handel: er zijn 24 verschillende bieren van de tap te krijgen, vijftig uit de fles. Een vaasje Jupiler kost er momenteel €2,90. Tien jaar geleden was dit €2. De eigenaar, Mark Schwarz, heeft geen last van teruglopende klandizie: “Vroeger was dit een volksbuurt, maar tegenwoordig wonen hier rijkere tweeverdieners die zich deze prijzen kunnen veroorloven. Die drinken liever een biertje in de kroeg dan dat zij naar de supermarkt gaan voor hun bier.”Kroegen betalen volgens hem meer voor bier dan de supermarkten, maar supermarkten houden het zelf ook expres laag: “Zij zijn in de positie om de bierprijs goedkoper aan te bieden.” Toch begrijpt hij de brouwerijen ook: “Zij verhogen ook maar gewoon naar inflatie.” Schwarz doet graag zaken met de kleinere (speciaal)bierbrouwerijen: “Dat contact is toch wat persoonlijker, en het bier wordt dan ambachtelijker gemaakt.”Voor alsnog lijken de Amsterdamse kroegbazen zich niet erg zorgen te maken om de bierprijs. Volgens AB InBev, de grootste bierbrouwer ter wereld, bepalen de horeca en de supermarkten zelf hun prijzen voor het bier, en zijn zij daar verder niet bij betrokken. Zij zeggen dat hun prijsaanpassing bijna geheel tot stand komt door de effecten van de inflatie en de stijging van de grondstofprijzen, zoals brouwgerst. “Daarnaast zijn we als brouwer continu aan het innoveren en investeren. Dat is noodzakelijk om op de lange termijn succesvol te blijven.”







