Cultuur

Griet Op de Beeck: ‘Ik was geen therapeut geworden en niet bevriend geraakt met de psychologische wereldtop’

Onlangs verscheen Het wordt beter – Hoe je vrij en voluit kunt leven, het eerste non-fictieboek van de Vlaamse bestsellerschrijfster Griet Op de Beeck (51). Hierin vertelt ze over de weg naar het betere leven dat ze nu leidt en haar opleiding tot therapeut.

23/10 | 2024
door David Steenmeijer
Leestijd 9 minuten
Afbeelding
Ester Gebuis/ANP

Om te beginnen: het eerste non-fictieboek van uw hand. Hoe is het schrijfproces u bevallen?

“Het is me best vlot afgegaan, moet ik zeggen, want de drang was groot. Geenszins te vergelijken met het schrijven van mijn romans, ook al was dat ook nooit een buitensporig slepende aangelegenheid, of zo. Ik bedoel, tot dusver ben ik behoorlijk productief te noemen met een publicatie per anderhalf jaar. Brusselmans even buiten beschouwing gehouden, dan. Haha. 

“Er hoeven bij zulke boeken niet eindeloos piepkleine onderdeeltjes vervangen, toegevoegd of weggehaald te worden om toch maar de juiste sfeer te kunnen treffen. Het is veel meer recht voor z’n raap. Wat er gebeurd is reconstrueer je schrijvenderwijs één op één in behapbare proporties en voorzie je van de analyses en gedachten die je daarbij hebt. En dat probeer je lekker te laten lopen, zodat het de lezer hopelijk meevoert.”

Het wordt beter verhaalt over uw weg naar het veel betere leven dat u nu heeft, uw scholing tot therapeut en de voornaamste lessen die u daarin heeft opgedaan. De succesauteur nestelt zich in de psychologische zorg. Nogal een bocht, vindt u niet?

“Ik hou van bochten maken en van meer dan één ding tegelijk doen. Dat is mijn natuur, mijn temperament. Als romancier, bijvoorbeeld, heb ik altijd het podium opgezocht en ging ik ook met een muzikant op tournee. Ik werkte mee aan film- en theaterproducties die naar mijn boeken gemodelleerd waren, waagde het eens op een bundel korte verhalen en sprong ook naar een heel ander genre door voor kinderen te gaan schrijven. Zo probeerde ik de ramen en deuren open te houden. In die zin is er weinig veranderd.

“Door de jaren heen heb ik voor het theater gewerkt, ben ik de journalistiek binnengetreden en heb ik in de televisiewereld rondgewandeld… Ik zie het als een reusachtig voordeel dat het mogelijk is op verschillende plekken te ondervinden hoe het daar is en jezelf langs die lijnen te ontdekken, ontwikkelen en vinden. Je leert steeds beter waar jouw voorkeuren en ambities liggen en waarom. Wat je past, zeg maar. Alleen maar fijn, nietwaar?”

Een paar jaar terug ging u naar de Academie voor Psychodynamica, het vertrekpunt van uw therapeutenparcours. Wat bewoog u ertoe u daar te melden? 

“Dat was min of meer spontaan. Mijn megagoede vriendin Ariane, met wie ik onder andere fascinaties deel voor de grote vragen des levens, zou zich er laten opleiden tot therapeut en de vraag was of ik geen zin had om mee te doen. Ik dacht: waarom niet? Het ging al geruime tijd bepaald niet goed met mij, en ik kon wachten tot het als vanzelf beter zou worden of ik kon iets ondernemen en kijken of dat misschien uitkomst zou bieden. Het werd nummer twee. En dat besluit bleek een gamechanger te zijn.”

Vertel.

“Het was niet per se de opleiding zelf, als wel de wereld die zich aan mij openbaarde. Al moet gezegd dat ik niet meteen in een klap verkocht was, of iets in die trant. Nee, ik begon met minimale ambitie en betrekkelijk gereserveerd. Voelde me er in wezen een te nuchter mens voor. Desalniettemin bleef ik nieuwsgierig en stelde ik mezelf open, en daar ben ik achteraf onnoemelijk blij om. Had ik dat niet gedaan, dan had al het geweldigs dat volgde moeten missen. Ik was geen therapeut geworden en niet bevriend geraakt met de psychologische wereldtop. Ook zou ik dan vandaag de dag niet vol overtuiging en vitaliteit in het leven hebben gestaan. Nog erger: ik zou er terdege slecht aan toe zijn geweest. Klinkt tamelijk extreem, maar zo is het wel.”

Ja, eerst maar eens even die titanen met wie u tegenwoordig optrekt: Bessel van der Kolk, Richard Schwartz… Inderdaad wat je zegt de wereldtop van dit métier. U in hun cercle – hoe dat zo?

“Zoals het gaat bij dergelijke zaken begon dit bij een klein wonder. Mijn lieve vriend en tv-maker Joris Hessels had voor Canvas Esther Perel geïnterviewd, een getalenteerde relatietherapeut die in België is grootgebracht en later naar de Verenigde Staten verhuisd, waar ze op den duur wereldvermaard werd. Ik hield van haar beroemde relatie-podcast Where should we begin en van haar TED-talks. Joris vroeg me zomaar ineens of ik het zag zitten hem en Esther te vergezellen naar een etentje. Maar wat bleek nou, Esther had nota bene zélf Joris gevraagd of hij niet kon regelen dat ik mee zou komen. Ze had me gezien bij Zomergasten, waar ze zelf ook te gast was geweest. Mijn uitzending was haar destijds als voorbeeld toegeschoven, om de bedoeling helder te stellen. Ze wilde me graag eens ontmoeten. 

‘Bessel van der Kolk heeft me ongelooflijk veel geleerd over trauma en de impact daarvan, waardoor ik mezelf toestemming heb kunnen geven mijn eigen verleden eindelijk ernstig te nemen en ermee aan de slag te gaan.’

Griet Op de Beeck

“Enfin, zo gezegd zo gedaan. Ze nodigde me aan de grote tafel uit om naast haar te komen zitten en we hadden een zalige avond waarin we spraken over van alles nog wat. Ze kwam aan de weet dat ik therapeut wilde worden en dat boeide haar. Het werd laat en bij het afscheid wisselden we contactgegevens uit. Ik bedankte haar de volgende dag voor de bijzondere avond en vroeg of ik op de een of andere manier kon bijhouden wanneer ze eens ergens les of een lezing zou geven of een workshop leiden. Op haar beurt opperde zij onmiddellijk om een keer naar New York te komen en een opname van haar podcast bij te wonen. Lang verhaal kort: we hebben een week lang veel tijd samen doorgebracht. Via haar kwam ik in aanraking met al die andere grootheden uit de psychologie, en dat klikte allemaal goed. We zijn echte vrienden geworden. Dat heb ik aan Esther te danken. Zij is the great connector. Ik ben nog elke dag verwonderd verheugd met deze new found family. Ik vind het heel waardevol dat we elkaar blijven ontmoeten op verschillende plekken over de hele wereld en tussentijds contact houden.”

Wie van hen is voor u het belangrijkst? 

“Dat is moeilijk te zeggen, omdat ze ieder weer op geheel eigen wijze van grote betekenis zijn. Bessel van der Kolk heeft me ongelooflijk veel geleerd over trauma en de impact daarvan, waardoor ik mezelf toestemming heb kunnen geven mijn eigen verleden eindelijk ernstig te nemen en ermee aan de slag te gaan. 

“Zijn echtgenoot Licia Sky, een bodyworker (lichaamsgerichte therapeut, red.), heeft me weer tot het inzicht gebracht dat ik in mijn hoofd woonde en dat zoiets beslist niet onschuldig is. Je verliest daarmee ten dele je zelfbewustzijn: wanneer je niet weet wat er in je lijf gebeurt, weet je ook niet welke emoties daar zitten. En wanneer je niet weet welke emoties daar zitten, kun je niet met hen aan de slag. Voor het vinden van de weg naar beter was het voor mij primordiaal om dat wel te kunnen, om de voeling met mijn lijf te hervinden. En daar ben ik trouwens lang niet de enige in.

“Jeanne Catanzaro, de vrouw van Richard Schwartz, heeft mij heel veel geleerd over eten en body image. Hoe die thema’s op een constructieve manier te benaderen. Ook dat is voor mij ontzettend van waarde geweest. Ik had me daarvoor nooit tevreden gevoeld in en over mijn fysieke zelf en heb met hevige eetstoornissen gekampt. Niks wilde ik met mijn uiterlijk te maken hebben. Gelukkig is dat nu verleden tijd.

“En ja, áls ik iemand zou moeten kiezen, dan zou het Richard Schwartz zijn. De eerste keer dat ik hem zag was tijdens een ontbijt met Bessel en Licia in een resort in Costa Rica. Richard is de man achter Internal Family Systems (IFS), een heel boeiende therapievorm. Ik vroeg Richard nadien of ik hem misschien bereid kon vinden mij een IFS-sessie te geven en had geen idee dat ik eigenlijk Mick Jagger verzocht solo voor mij op te treden. In de VS is Richard een soort rockster die zelden nog individueel behandelt. Hij zei ja, en in 45 minuten tijd heeft hij me bevrijd van de immense angsten die me al zo lang ik me kon herinneren parten speelden. Ongelooflijk vond ik het. Sindsdien heb ik er nooit meer last van gehad. 

“Later zou hij in verschillende settings nog een paar sessies met mij doen, en uiteindelijk was ik er wezenlijk zo anders aan toe – zo onwaarschijnlijk veel béter. Voor het eerst stond ik met beide benen in het leven. Ik had nog nooit zoiets beleefd, herkende ’t op geen stukken na. Plots voelde ik me lichter en zeer krachtdadig. Iedereen attendeerde me er ook op dat mijn lichaamshouding ineens krachtig en open was. En dat mijn gezicht en ogen stralend erbij stonden. Wat ik had ervaren, wilde ik ook andere mensen bieden. Ik heb me dan ook officieel laten opleiden door het IFS Institute om zowel met individuen als groepen te mogen werken.”

Op naar een ‘vrij en voluit leven’ voor velen?

“Juist.”

Het is slagkreet die soeverein heen en weer marcheert door de hoofdstukken van Het wordt beter. Wat heet: het is de ondertitel.

“Ook waar.”

Grote woorden die danig subjectief van lading zijn. De betekenis verschilt per persoon – subtiel dan wel minder subtiel. Wat moeten we in uw geval verstaan onder ‘vrij en voluit leven’?

“Welja, ik geloof dat ik dat het best kan toelichten aan de hand van een recente gang van zaken die me deed inzien: ik bén er. Allereerst, zoals ik al zei leid ik thans een fundamenteel goed en leuk leven, maar nog altijd vallen er ook bij mij evengoed dingen voor die knap vervelend zijn. Zo had ik laatst een pittig telefoongesprek met iemand die mij enorm raakte en onaangenaam tegen me was. Ik hang op en zie op de klok dat ik over een kwartiertje een journaliste te woord moet staan over mijn boek, dat gaat over de weg naar de grote vrolijkheid die ik heb gevonden. Help. Maar ik heb mezelf in een kwartier weer helemaal happy gekregen, dankzij IFS.”

Voor het uiteenrafelen van een hele psychologische leer lenen de omstandigheden zich niet. Maar zou u een tipje van de sluier op kunnen lichten? Hoe kreeg u uzelf in zo’n nijpend kort tijdsbestek weer op de rit?

“Ik ben rustig gaan zitten, heb met oprechte nieuwsgierigheid mijn aandacht naar binnen gericht en gewerkt met wat zich had aangediend door al mijn interne reacties aandacht te geven, even heftig gehuild en daarna de rust voelen terugkeren, waardoor ik met een eerlijke, brede lach de journaliste kon verwelkomen. Dat bewees mij dubbel en dwars dat ik op het punt was beland van vrij en voluit leven.”

Hoe was, om het zo maar te zeggen, de ‘oude’ Griet hiermee omgesprongen? Zou u überhaupt opengedaan hebben?

“Dat wel. Ik was meesteres in numbing, als je begrijpt wat ik bedoel. Er is bij mijn weten geen geschikte Nederlandse vertaling voor dat woord, dus ik blijf even bij het Engels. Hoe dan ook, ik zou met een vriendelijke glimlach losjes een eind weg hebben gebabbeld met die vrouw, die waarschijnlijk niet in de gaten zou hebben gehad dat er eigenlijk iets mis was. Ik hoefde daar geen moeite voor te doen, dat ging automatisch. Omdat ik het van jongsafaan had geleerd.

‘Ik werk hard, ik blijf bijleren en probeer er op een juiste manier te zijn voor mensen die een beroep op mij doen.’

Griet Op de Beeck

“Je sluit je af voor de narigheid en weet praktisch niet beter dan zo te reageren. Maar daar betaal je wel fikse prijzen voor, onder meer dat wonen in je hoofd waar ik het over had. En in mijn geval ook allerlei eetgestoord gedrag. Om bij het voorbeeld te blijven: als die journaliste weer weg zou zijn, zou ik zijn ingezakt als een pudding en hopeloos geprobeerd hebben de situatie te bezweren door mezelf over te geven aan God weet wat voor dwanggedachten en -handelingen.

“Alles bijeen is het stomweg verschrikkelijk ongezond om de boel maar op slot te gooien. De meerwaarde van daartegen vechten door eerlijk tegen jezelf te zijn en niet terug te wijken voor de uitdaging die dat met zich meebrengt doorvoel ik nog iedere dag en is verbluffend. Spectaculair, zou ik haast willen stellen.”

Dan nog besluitend: Griet Op de Beeck, de hemelbestormende therapeut?

“Ziehier, dat is nou net een predicaat waarvan ik het voorheen rampzalig benauwd zou krijgen. Direct zou ik me gaan afvragen wat mensen wel niet van me zouden denken als ik me zou laten voorstaan op iets van die orde: ‘De hemelbestormer, dat vinden ze ongetwijfeld de arrogantie ten top!’ Dergelijke gedachten hadden zich aan me opgedrongen.”

Nu niet?

“Weet je, ik heb dit boek geschreven en ben therapie gaan geven omdat het zeer urgent voelde. Mensen mogen daar alles van vinden, hun mening zal me niet meer zo onderuit meppen als vroeger. Ik heb in mijn ogen een integer product neergezet waar ik alle tijd, energie, ijver en aandacht in gestoken heb die ik veronderstelde dat het verdiende. Meer kan ik niet van mezelf vragen.

“En tja, ‘de hemelbestormde therapeut’: zoiets ga ik niet van mezelf zeggen. Ik werk hard, ik blijf bijleren en probeer er op een juiste manier te zijn voor mensen die een beroep op mij doen. 

En daarom doe ik het nog maar eens, al is het maar om het af te leren. Griet Op de Beeck, de hemelbestormende therapeut. Punt. 

“Jij zegt het.”