Cultuur

Op de vlucht voor de bevrijding

Oorlogsverhalen van nazaten die ook zichzelf erg interessant vinden, zijn er al genoeg. Het beheerst gecomponeerde Kinddrager van Elisabeth van Stekelenburg, over een opa die NSB’er was en wat hij aanrichtte, is in veel opzichten een gunstige uitzondering.  

30/04 | 2025
door Arjan Peters
Leestijd 3 minuten
Afbeelding

Als ze vroeger gezellig naar opa en oma ging, die net als zij in Haarlem woonden, kwam Elisabeth van Stekelenburg (1968) wel eens iets bijzonders tegen, zoals een NSB-speldje in oma’s kaptafel. En op de schoorsteenmantel stond een Duitse bierpul met onderin een speeldoosje, waardoor bij het opengaan van de deksel de melodie van het Horst Wessellied klonk. Een souvenir van de huwelijksreis in 1937.

Pas op haar vijftiende hoort Elisabeth van haar vader dat opa Richard bij de NSB heeft gezeten, ‘maar niet actief’ en ‘het stelde niet veel voor’. Of dat echt zo is, kan in 2014 blijken, als opa al lang dood is en in het Nationaal Archief zijn dossier vrijkomt. Haar vader Dick van Stekelenburg, die jaren bij de vakgroep Duits aan de VU werkte, ziet er tegenop en zegt tegen zijn dochter het een beetje zielig te vinden. Misschien omdat hij bang is voor de waarheid, geeft hij er de voorkeur aan dat zij haar bevindingen voor hem opschrijft. 

Daar wil dochter Elisabeth, die Engels studeerde en als docent kunstvakken in Amsterdam werkte, zich wel aan zetten. Het blijkt echter een project te worden dat jaren in beslag gaat nemen doordat ze in het dossier een aantal ontdekkingen doet, en ze in haar poging om alles te doorgronden niet over één nacht ijs gaat maar ‘oops’ hele oorlogsverleden wil nalopen en nareizen. 

In 2017 is Dick van Stekelenburg overleden, nadat hij in een depressie was beland. Elisabeth heeft weer acht jaar later haar reconstructie van opa’s foute verleden voltooid, en in eigen beheer uitgegeven: Kinddrager, een prestatie die zich in gunstige zin onderscheidt van veel oorlogsdocumenten waarin de nazaat zichzelf belangrijk maakt of zich laat verleiden tot allerhande speculaties en oordelen. 

Heel knap en beheerst laat Van Stekelenburg zien hoe de ‘grote geschiedenis’ (een oorlog) de ‘kleine’ (een gezin) kan beïnvloeden en beheersen.

Het gaat Elisabeth van Stekelenburg om ‘de kleine geschiedenis van een NSB-gezin’, zoals de ondertitel van haar persoonlijke documentaire luidt. Zij trekt zich terug om de betekenis van het dossier, en het verhaal dat daarachter moet zitten, te kunnen laten groeien. De auteur is de arrangeur, die de lezer meevoert naar de Eindhovense verzekeringsambtenaar die in 1941 voor de NSB kiest, omdat Hitler toen Rusland binnenviel en hij dacht dat het nationaal-socialisme de communisten zou kunnen stuiten. Een NSB-lid en meer niet, naar hij later altijd heeft gezegd.

Maar deze Richard van Stekelenburg speelt informatie door over anti-Duitse streekgenoten, wordt begunstigd lid van de Germaanse SS, meldt zich bij de Landwacht om ‘terroristen’ op te sporen (mensen die in 1944 hun radio nog hebben of illegale kranten lezen). Als de geallieerden oprukken naar Eindhoven, gaat Van Stekelenburg er vandoor, met achterlating van vrouw en vier kinderen, om te vluchten naar het NSB-hoofdkwartier in Utrecht, om daarna in Aalten en Zaltbommel nog allerlei baantjes te vervullen en zelfs zijn droom om ooit ergens burgemeester te worden, levend te houden.

Als ook Zaltbommel wordt bevrijd, komt er aan zijn vlucht een einde. Hij wordt gearresteerd, kaalgeschoren en geïnterneerd in een fort bij Vuren, slaapt op stro en mag zich eens per maand douchen. Twee jaar nadat hij plotseling zijn huis verliet, ziet hij zijn gezin terug.

Alle pijnlijkheden die aan deze geschiedenis zitten, moeten door de kleindochter worden blootgelegd, het meisje dat vroeger door haar opa (sigaar, wijntje, gymnastiekoefeningen) zijn oogappel werd genoemd. Het frappante gegeven bijvoorbeeld dat hij na de oorlog werk vond in Amsterdam, en wel in de Jodenbreestraat, midden in de wijk dus waaruit zoveel Joden zijn weggehaald, mag zij opmerken. Ook dat doet zij geserreerd, en dat is een verademing. ‘Hopelijk vroeg hij zich iets af’, schrijft ze over de maanden dat haar opa in Zaltbommel zat en wist dat de bevrijders in aantocht waren. Uit zijn ambtelijke briefjes en zijn naoorlogse zwijgzaamheid (‘Hij was een idealist,’ placht zijn vrouw te zeggen, alsof dat alles verklaarde) kan ze dat namelijk niet afleiden. En de mentale ineenstorting van haar vader kan daar ook goed op berusten. Opa was goed fout, zonder daar spijt aan over te houden. 

Heel knap en beheerst laat Van Stekelenburg zien hoe de ‘grote geschiedenis’ (een oorlog) de ‘kleine’ (een gezin) kan beïnvloeden en beheersen. Zo lang, dat zijn kleindochter pas 80 jaar na de oorlog kan verwoorden wat er toen is gebeurd. Ze richt met Kinddrager ook een monument op voor haar vader, die het verleden van zijn vader lang probeerde te bagatelliseren, om er maar niet aan onderdoor te gaan. 

Zijn dochter onthult, reist, leest, herschikt en componeert het verleden zodanig dat ze de tragiek ervan kan duiden. Om die taak op je te nemen, moet je misschien ook idealist zijn. Maar zolang je daarbij de mens niet uit het oog verliest, is daar niets beangstigends aan. Sterker: ben je bovendien een schrijver, en de maker van Kinddrager is dat ontegenzeggelijk, dan is dat reden voor een buiging.  

Kinddrager. Of: de kleine geschiedenis van een NSB-gezin
Elisabeth van Stekelenburg
€ 24,95
Te bestellen bij de auteur via [email protected]