Nooit zal Mark Blaisse zijn bezoek vergeten aan Domrémy, het geboortedorp van Jeanne d’Arc in de Vogezen. Hij verwachtte een klein Lourdes aan te treffen rond de heilig verklaarde Franse oorlogsheldin, compleet met af en aan rijdende touringcars en rijen wachtende toeristen. Maar in plaats daarvan grijnsde de armoe hem toe. In Jeannes geboortehuis was bijna niets in originele staat gebleven en in de aan haar gewijde sobere basiliek bleek de kaarsenbak leeg. Bij het naar Jeanne vernoemde hotel en café bleven de luiken dicht. Zelfs de souvenirwinkel hield de deur op slot.
Toch, wie een Fransman vraagt naar de identiteit van zijn land, zal al gauw de naam te horen krijgen van de in 1431 gestorven Jeanne. Of van Napoleon, Charles de Gaulle, Zonnekoning Lodewijk XIV en Robespierre. Maar hoeveel is er anno nu nog over van de vermeende grandeur uit vroeger tijd?
Schrijver Mark Blaisse keek achter de coulissen van het land dat zich graag presenteert als superieure natie die de wereld tot verlichting bracht. En oké, hij vond er eruditie, schoonheid en savoir-vivre. Maar daarnaast ook grote sociale tegenstellingen, hoge werkloosheid, een verouderde economie, reusachtige staatsschuld, geweld in de banlieues en oplopend racisme.
Komt het land er ooit nog bovenop of blijft het teren op een glorieus verleden als koloniale macht? Dat is de vraag die opborrelt na lezing van Blaisses nieuwste boek De Franse illusie. Maar ook: biedt het ‘nieuwe’ Europa, met minder afhankelijkheid van Amerika, wellicht kansen voor het oude wereldrijk? En een mogelijkheid voor president Macron om alsnog te gloriëren?
Blaisse woonde kort na zijn geboorte in Parijs, studeerde er eind jaren zeventig geschiedfilosofie en was, terug in Nederland, correspondent voor Le Monde, als opvolger van Philip Freriks. In de eerste helft van de jaren tachtig vestigde hij zich als correspondent in Parijs voor Elsevier, Het Financieele Dagblad en de NCRV.
Iedere zichzelf respecterende politicus wil een wet of regel op zijn naam hebben, vandaar. Maar niemand die zich eraan houdt.
In zijn boek, dat deze maand verschijnt, maakt Blaisse (72) de staat op van het land dat hij zo goed kent. Telkens blijkt Frankrijk een natie van én én te zijn, nooit van of of. Ja, men is los van God, maar tegelijkertijd hiërarchisch op het Vaticaanse af. Ja, iedereen is gelijk, maar het land telt 250 elitescholen. Ja, Parijs is wereldhoofdstad van de mode, maar een gemiddelde Française koopt hooguit twee jurken per jaar.
Uw oppas in Parijs mengde foie gras door uw papje. Franser kan bijna niet.
“Dat van die foie gras is enigszins apocrief, maar het klopt dat ik als baby van zes maanden in Parijs belandde. Dat kwam doordat mijn vader bij Unilever werkte. We verhuisden vaak, omdat hij telkens andere afdelingen van het bedrijf moest leren kennen: dan de zepen, dan weer de vetten of wasmiddelen. Zo woonden we in Engeland, Portugal, Oostenrijk en Zweden. Telkens, behalve in Engeland, stuurden mijn ouders mij naar het Franstalige onderwijs. Mijn vader ging ’s ochtends naar zijn werk, mijn moeder, als kunstenaar, naar haar atelier en ik naar de Franse school. Dat heeft zo van 1957 tot 1966 geduurd.”
U beschrijft het Franse onderwijs als gedisciplineerd en gericht op excellentie. Hoe beviel dat?
“De hiërarchie was overweldigend, ook onder de leerlingen. We werden meedogenloos ingedeeld in uitblinkers en sukkels, alles draaide om kennis en prestatie. Aan de top van de piramide stond de rector, le proviseur. Doodsbang waren we voor hem. De dagen waren lang: om half acht de deur uit, en pas om half zes weer thuis. Dan huiswerk maken, eten en naar bed. Een eenzame tijd, vooral omdat ik geen vriendjes had. Die woonden allemaal te ver weg. Maar goed, je wist niet beter. Toen ik op mijn veertiende in Nederland kwam, zag ik pas wat ik had gemist: sporten, klassenavonden, dansen met de meisjes, rijden op een Puch. Het was hier zoveel vrijgevochtener en ongedisciplineerder dan op die Franse scholen. Ook toen al, ja. Fantastisch om mee te maken, na veertien jaar ‘eenzame opsluiting’.”
Er zijn 250 elitescholen in Frankrijk, schrijft u. Dat zijn topopleidingen in het hoger onderwijs die vaak naar gegarandeerde carrières leiden. Hoelang is dat concept nog houdbaar?
“De socialistische president François Mitterrand is in zijn tijd voorzichtig begonnen met het openbreken van die grandes écoles. Afgelopen tien jaar is dat doorgezet met een beleid gebaseerd op diversiteit: zoveel procent vrouw, zoveel procent moslims, zoveel procent zwart, enzovoort. De meeste Fransen vinden die selectie op grond van religie en afkomst idioot. Ofschoon ik zelf geen grande école in Frankrijk heb gevolgd, begrijp ik die afkeer goed. Het onderwijsniveau gaat op die manier achteruit. In plaats van excelleren draait het om identiteit. Ook op het lycée (de tweede fase van het voortgezet onderwijs – red.) zie je die nivellering. Cijfers zijn afgeschaft, want cijfers zijn hiërarchisch en concurrentie is vies. Doel is, geloof ik, vooral om het leuk te hebben.”
In uw boek beschrijft u de facto de deconfiture van de Franse Revolutie. Van die idealen lijkt weinig terechtgekomen. Vrijheid? Frankrijk bezwijkt onder 400.000 regels.
“Iedere zichzelf respecterende politicus wil een wet of regel op zijn naam hebben, vandaar. Maar niemand die zich eraan houdt. Fransen hebben lak aan regels. Je moet de Franse vrijheid vooral zien als vrij zijn van God. Kerk en staat zijn strikt gescheiden. Fransen wensen à la Voltaire en Rousseau zelf te denken. Tegelijkertijd vinden ze dat vermoeiend, waardoor ze behoefte hebben aan een bijna Vaticaanse hiërarchie. Ze hebben graag een bovengeschikte die hun vertelt wat ze moeten doen. In de politiek zie je de hele Franse geschiedenis door datzelfde verlangen naar een sterke man. Zelf willen beslissen, maar ook graag geleid worden, het is een van de vele Franse tegenstrijdigheden.”
Dat dubbele blijkt duidelijk uit uw boek. In het land van gelijkheid gedragen de prefecten van de departementen zich als ‘Romeinse gouverneurs’.
“Om Frankrijk te begrijpen, moet je weten dat de buitenkant er minstens even belangrijk is als de inhoud. Die liefde voor decorum heeft te maken met de katholieke cultuur. Als het maar glimt en blinkt. Kijk naar de Notre-Dame: prachtig gerestaureerd, maar ook op zondag zijn het eerder nieuwsgierige toeristen dan gelovigen die de kathedraal – vanwege al haar pracht en praal – bezoeken. Niet voor niets luidt de ondertitel van mijn boek: de ontluisterende werkelijkheid achter de fraaie façade. In dat kader moet je prefecten zien. Op hoogtijdagen paraderen ze trots in schitterende uniforms, maar in hun werk zijn ze onvriendelijk en onbehulpzaam. Burgers staan uren voor hen in de rij.”
![]()
Zelfs de voorzitter van een jeu de boules- of duivenfokvereniging wordt in Frankrijk als een vorst behandeld?
“Zeker. Let maar eens op in restaurants. Zodra de voorzitter van de jeu de boules binnenkomt, stormt de gerant op hem af, neemt galant zijn jas aan en begeleidt hem naar tafel: ‘Bonjour, monsieur le président.’ Fransen zijn dol op titels, er lopen zo’n miljoen voorzittertjes rond. Tijdens de Franse Revolutie zelf was het met de gelijkheid, althans die van vrouwen, al bitter gesteld. Vrouwen maakten zich op allerlei manieren dienstbaar, maar belandden na drie maanden alweer achter het fornuis.”
Toch lijkt de vrouwenemancipatie verder voortgeschreden dan in Nederland. Vrouwen werken fulltime, schrijft u, en zijn ook in de topsectoren goed vertegenwoordigd.
“Klopt, maar ook dat is weer dubbel. Franse vrouwen zijn maar al te vaak slachtoffer van machomannen à la Gérard Depardieu. En gaan ze naar de politie, dan worden ze uitgelachen, want ook agenten zijn macho. Niet voor niets was #MeToo in Frankrijk zo sterk. Maar, kun je tegenwerpen, Frankrijk had in 1991 wel zijn eerste vrouwelijke premier: Édith Cresson. Klopt, maar in het parlement werd zij met tokgeluiden verwelkomd.”
Ze was toch ook wel een beetje corrupt, die Édith Cresson?
“Niet alleen Cresson. Corruptie is een wijdverbreid fenomeen in de Franse politiek. Die corruptie is, naast wanbestuur, medeoorzaak van de chaos in het land: publieke instituties als onderwijs en gezondheidszorg zijn ingestort, er is gedoe met Brussel en de voormalige koloniën. Verder kunnen, zoals ik in mijn boek noteer, 12 miljoen Fransen de energierekening niet meer betalen en zo’n 2,5 miljoen studenten wonen nog bij hun ouders thuis. In Frankrijk heerst extreme armoede. Het platteland is leeg, dorpen zijn ontvolkt, bakkerijen gesloten. Geloof het of niet, maar Frankrijk importeert tegenwoordig eerste levensbehoeften. Het land is failliet. Maar gek genoeg komt het overal mee weg. Net als Donald Trump.”
Inderdaad, toen Griekenland op de rand van de afgrond stond, werd het flink aangepakt door de EU, maar Frankrijk niet.
“Ook Portugal en Ierland zijn flink door elkaar geschud. Ik denk dat men dat bij Frankrijk niet aandurft om één simpele reden: omdat het Frankrijk is. Het land zegt: luister eens, wij Fransen, wij zíjn de EU.”
‘Franse vrienden van mij zeiden: ach Mark, jij komt uit een boerenland, dus we nemen je niks kwalijk, maar een vismes gebruik je niet om je tongfilet te snijden.’
Ook van het derde ideaal van de Franse Revolutie, broederschap, lijkt weinig terechtgekomen. Het racistische Rassemblement National stevent af op het presidentschap.
“Het idee was: koning en adel eruit, verschoppelingen erin. Wel, Mitterrand heeft aan dat onderdeel van de Franse Revolutie willen bijdragen door de deuren wijd te openen voor immigranten. Inderdaad, de banlieues met hun sociale onderklasse zijn deels aan hem te danken. De ontevreden Fransman van vandaag geeft Mitterrand van alle ellende in het land de schuld: de economische malaise, de migratiecrisis, de opkomst van Marine le Pen en ga zo maar door.”
U heeft president Mitterrand verscheidene keren ontmoet als journalist. In uw boek schrijft u er beeldend over. Vertelt u eens.
“Ik was correspondent in Bonn en raakte per toeval bevriend met de Oostenrijkse bondskanselier Bruno Kreisky. Toen mijn werk zich naar Parijs verplaatste, zei hij: ik zal Mitterrand schrijven dat hij je moet uitnodigen. Bij onze eerste ontmoeting op het Élysée-paleis was ik natuurlijk nogal zenuwachtig. Een krantenlezer in de met goud beklede wachtkamer stelde me gerust: ‘Mitterrand is reuze aardig hoor, maak je niet druk.’ Die man bleek Graham Greene te zijn. Wist ik toen niet. Enfin, na enige tijd kwam een lakei mij ophalen en bracht mij naar een grote zaal. Geen president te bekennen. Totdat vanachter een stapel boeken op het bureau een gezicht tevoorschijn kwam. Aha, de macht draagt een bril, dacht ik verbaasd. Herinnert u zich nog hoe president Giscard d’Estaing sprak? Precies, bekakt. Nou, Mitterrand deed daar nog een schepje bovenop, terwijl hij, anders dan Giscard d’Estaing, toch niet van adel was. Nu ja, hij stelde voor een wandeling te gaan maken door de paleistuin. Een stuk of tien tuinlieden waren daar aan het werk in de bloembedden. Toen de president langs schuifelde, namen ze eerbiedig hun pet af. Waarop Mitterrand met vorstelijke allure wees naar een propje in het perk: ‘Kijk eens daar, mon brave...’ Daar heb je weer zo’n dubbelheid: de socialist die zich gedraagt als Zonnekoning.”
Er was ook iets met een auto…
“Klopt, ik mocht een keer met Mitterrand mee op tournee. Halverwege de rit liet hij de chauffeur halt houden. We stonden bij een majestueuze eik, en Mitterrand zei: ‘Kijk, met deze sterkte en kracht identificeer ik me.’ Ook ben ik een keer bij hem thuis beland aan de Rue de Bièvre. Heel eenvoudig woonde hij daar met zijn vrouw Danielle. Ik herinner me nog dat Mitterrand met zijn sloffen aan een krantje zat te lezen.”
Mooie herinneringen, maar verder bent u niet zo dol op Mitterrand, is het wel?
“Hij deugde van geen kant, heeft over álles gelogen. Zijn privéleven, zijn foute oorlogsverleden, zijn bewondering voor fascistische terroristen. Met bravoure plunderde hij de staatskas om voor de tweede keer te worden gekozen als president. Mitterrand heeft zelfs een aanslag geënsceneerd op zijn auto.”
Doet Emmanuel Macron het beter?
“Hij kan dankzij Trump alsnog de geschiedenis ingaan als een groot president. Immers, nu de samenwerking met Amerika op de tocht staat, zal Europa zich moeten hergroeperen. Macron ziet daarbij een gouden kans voor het versterken van de Frans-Duitse as. En als Duitsland niet meedoet, neemt Macron zelf wel het voortouw. Hij heeft de Franse kernmacht, de force de frappe, al aangeboden als atoomparaplu voor de hele EU. Zelf denk ik niet dat we met die paar honderd kernkoppen van Frankrijk de Russen kunnen afschrikken. Toch gun ik het Macron wel dat hij aan het eind van zijn presidentschap nog even baasje kan spelen. Ik houd wel een beetje van hem.”
![]()
Toch lukt het hem niet om in eigen land de economie te hervormen?
“De Franse economie is blijven hangen in wat de Fransen les Trente Glorieuses noemen, van 1945 tot de oliecrisis van 1973. Daarna hadden ze moeten innoveren, maar het is onvoldoende gebeurd. Concurrentie is nog altijd een vies woord. Daarom werd het liberale kapitalisme – de macht van de sterkste, zoals dat elders in Europa bestaat – afgewezen. Gevolg is dat Frankrijk een slechte concurrentiepositie heeft, met dure producten. Daarbij zijn de werkweken kort, en gaat men, tot nu toe, vroeg met pensioen. Allemaal te danken aan de vakbonden, die zich helaas nooit hebben afgevraagd: wie gaat dat allemaal betalen? Macron probeert de dominante macht van de bonden te breken. Terecht, lijkt mij. Hij wil de belastingen voor ondernemers verlagen, zodat hun producten goedkoper worden en de concurrentiepositie van Frankrijk beter. Helaas heeft hij weinig kunnen waarmaken.”
Houden Fransen wel van werken? Je krijgt niet de indruk als je er bent. De gemiddelde Franse ambtenaar meldt zich meer dan dertig dagen per jaar ziek, schrijft u.
“Nou, ze zijn een beetje lui, al zullen ze dat nooit erkennen. Ze zeggen juist: we zijn dol op werken. Daar voeg ik dan graag aan toe: maar ze zijn nog nét ietsje doller op vakantie. De dienstverlening van Fransen is slecht. Daarvoor hoef je niet eens naar Frankrijk af te reizen. Ga eens naar het Franse consulaat in Amsterdam. Als een in Nederland woonachtige Fransman daar zijn paspoort wil verlengen, kan hij niet simpelweg bellen om een afspraak te maken. Nee, hij moet daarvoor langskomen op het consulaat. Waar hij vervolgens uren in de rij staat. Stoelen zijn er niet. Dat is expres. En is het half vijf, dan word je subiet naar huis gestuurd. ‘Komt u morgen maar terug.’ En dat om alleen maar een afspraak te maken.”
Wat voor toekomst heeft Frankrijk, met aan de ene kant het extreemlinks van Jean-Luc Mélenchon en aan de andere kant het extreemrechts van Marine le Pen?
“Ik verwacht dat in 2027 Le Pen of haar rechterhand Jordan Bardella president zal worden. Maar ik denk ook dat Macron daarna zal terugkeren. Frankrijk is altijd een land geweest dat dankzij zijn enorme veerkracht elke crisis heeft weten te overwinnen. Ik gun Macron zijn comeback van harte. Zijn partij Renaissance is bedoeld om de eeuwige tegenstelling tussen links en rechts op te heffen. En dat is precies wat Frankrijk nodig heeft.”
Misschien is een nieuwe Franse Revolutie nodig of, dichterbij, een nieuw 1968?
“Mei 1968 heeft behalve veel vernielingen niets opgeleverd. Daniël Cohn-Bendit had simpelweg geen plan. Ook de Franse Revolutie heeft zijn doelen niet bereikt, zoals we hebben gezien. Vijftien jaar na de bestorming van de Bastille zat er een keizer op de troon: Napoleon. De Fransen zijn gebleven wat ze altijd waren: een beetje somber, een beetje burgerlijk en in zichzelf gekeerd. Extreem geformuleerd zou alleen een dictatoriale figuur à la Trump helpen, eentje die de vakbonden aankan en een aantal staatsbedrijven privatiseert om zodoende de competitie tot leven te wekken.”
Toch houdt u nog altijd van Frankrijk en zijn savoir-vivre. Ook dát blijkt uit uw boek.
“Zeker, ik kom er nog steeds ontzettend graag. De mediterrane stijl, de natuur, de prachtige boeken en schilderijen, het eten, de wijn.”
Ach ja, het heerlijke eten en drinken. Fransen hebben voor alle lekkernijen hun speciale petite adresse?
“Ja, dat met die speciale adresjes is een obsessie. Worden ’s middags heerlijke macarons geserveerd, dan zal de gastvrouw meteen beginnen over haar petite adresse. ’s Avonds bij de magnifieke foie gras hetzelfde laken een pak: petite adresse. Waar die adressen zijn, zal de gastvrouw nooit onthullen. Het is haar overwinning en haar geheim tegelijk. Maakt ze het publiek, dan is de exclusiviteit weg.”
Aan je tafelmanieren lezen de Fransen je sociale klasse af. Zelf zat u nogal te tobben met het vismes, begrijp ik?
“Ha, ja. Franse vrienden van mij zeiden: ach Mark, jij komt uit een boerenland, dus we nemen je niks kwalijk, maar een vismes gebruik je niet om je tongfilet te snijden. Dat doe je met je vork. Het mes is alleen maar bedoeld om de tong op de vork te schuiven.”
De Franse tafeletiquette is soms onnavolgbaar. Waarom bijvoorbeeld mag je niet met gekruiste benen zitten?
“Ik zou het niet weten. Er is een overvloed aan regels, die de meeste Fransen overigens aan hun laars lappen. Hoe Frans! Evenmin word je geacht voor de tweede keer kaas te nemen, omdat je daarmee de indruk wekt niet genoeg te hebben gegeten. Dan heb ik het over de grote steden. Op het platteland gaat het er qua tafelmanieren allemaal wat losser aan toe, zal ik maar zeggen.”
Ook de liefde kent haar gebruiken. U heeft het over een cinq-à-sept: het koffertje voor korte avonturen.
“Kijk, een amoureuze man gaat niet een hotel in zonder koffertje, anders ligt het er zo dubbeldik bovenop dat hij er alleen maar komt voor zijn minnares. Dus stapt hij ’s ochtends in zijn Peugeot met een koffertje voor na het werk. Er gaat, neem ik aan, alleen een verschoninkje in, een kam en een condoom, maar de hotelreceptioniste zal denken dat hij komt logeren. Zodra de vrijpartij over is, moet de man zogenaamd dringend naar huis, omdat zijn kind ziek is geworden. Vandaar cinq-à-sept: een koffertje dat je gebruikt tussen vijf en zeven uur ’s avonds.”
Ach ja, la douce France...
“Vaak denk ik: het zou goed zijn als Nederland een beetje verfranst. Het is allemaal zo zwaar hier. We moeten poëtischer durven zijn en expressiever. Volgens mij is het beter te leven in illusies dan gebukt te gaan onder realiteitszin.”
Mark Blaisse
De Franse illusie – De ontluisterende werkelijkheid achter de fraaie façade
Balans
€24,99



