De meeste actuele bekenden weten wel wat er aan de hand is: oproerige cellen, voorlopig in toom gehouden door een preparaat. Ook als die kennissen informeren naar mijn welzijn, aarzel ik met een antwoord. Hun belangstelling is natuurlijk gedoopt in de hoop dat het de goede kant op gaat. Maar ja, het gaat géén kant op, de goede noch de slechte. Een dergelijk antwoord, denk ik, stelt de vragers een beetje teleur. Ze willen me het liefst feliciteren en op de schouders nemen en vinden het jammer dat dit feestje nog op zich laat wachten.
Van de week vond ik er wat op. “Hoe het gaat? Niet achteruit, gelukkig, maar ook niet vooruit, helaas.” Dat was nou eens een goed antwoord: ik deed mezelf geen geweld aan en maakte het de ander niet moeilijk.
Dan heb je nog de categorie die achteloos roept: “Alles goed?” Deze mensen verwachten alleen een opgewekte bevestiging. Een antwoord als “Het meeste wel” is niet de bedoeling, merk je aan de gefronste wenkbrauwen van de vragensteller. “Alles goed?” slaat op een stille norm dat we sterk en fit zijn, slagen in het leven en niet sukkelen met onze gezondheid en maatschappelijke status. Een relativerend antwoord doorkruist die stille afspraak en wekt onzekerheid en zelfs irritatie.
Waar ze me helemaal ongelukkig mee kunnen maken, is de reactie “Komt goed!” Men vraagt hoe het is, hoort dat het mwah gaat en sust: “Een neef van mij had het ook en die is er helemaal bovenop. Komt goed!” Alsof je je druk maakt om een muizenisje.
Lijkt peptalk, is dooddoener. Niet meer zeggen.






