Zestien jaar was Ratko Mladić voortvluchtig, vijftien jaar zat hij vast, en donderdag stierf hij, 84 jaar oud, in de gevangenis van Scheveningen. De generaal onder wiens bevel in juli 1995 ruim achtduizend moslimmannen en -jongens van Srebrenica werden vermoord, eindigde in dezelfde vleugel waar in maart 2006 Slobodan Milošević aan een hartaanval bezweek.
De president en de generaal stierven niet dezelfde dood. Milošević was zijn rechters te vlug af. Zijn proces sleepte zich jaren voort, zijn gezondheid was geruïneerd, en er lag nog geen vonnis toen hij stierf; schuldig bevonden is hij nooit. Mladić haalde zijn vonnis wel. Na zestien jaar onderduiken werd hij in 2011 opgepakt in een Servisch dorp, in 2017 veroordeelde het Joegoslaviëtribunaal hem tot levenslang voor genocide en oorlogsmisdrijven, in 2021 werd die straf definitief. Berouw toonde hij niet.
In Servië betekent dat onderscheid weinig. Milošević werd in 2006 begraven in de tuin van zijn geboortehuis in Požarevac, zonder hoogwaardigheidsbekleders. Mladić krijgt van de Servische regering een begrafenis met de hoogste militaire en staatseer. President Vučić noemde het tribunaal ‘onbeschaafd’, omdat het de doodzieke generaal niet naar huis liet gaan om daar te sterven. Bij Rode Ster Belgrado hing de harde kern dit weekeinde een spandoek op voor de held Mladić.
In Nederland roept zijn dood andere beelden op. De veteranen van Dutchbat III, die in juli 1995 machteloos toekeken hoe de enclave viel, zeggen dat er oude wonden opengaan. Zij zagen de generaal van dichtbij, snoep uitdelend aan kinderen voor de camera’s, terwijl achter de heuvels de executies al waren begonnen.
Bij de dood van Milošević schreef Dirk-Jan van Baar in HP/De Tijd het stuk Een doortrapte Balkanschurk. Het oordeel over de dode was voortaan aan de historici en niet aan de rechters, vond hij, en dat was misschien maar beter ook: het Haagse tribunaal werd in Belgrado als overwinnaarsjustitie ervaren, ‘en niet ten onrechte’. In hetzelfde stuk schreef hij dat hij de moordpartij van Srebrenica, ‘onder generaal Mladic’, geen genocide wilde noemen; de nazi’s brachten immers ook vrouwen en kinderen om.
Over dat oordeel is de geschiedenis heengelopen: bij Mladić kwamen de rechters er wel aan te pas, en zij noemden Srebrenica wél genocide. Maar Van Baars eigenlijke punt stond elders in het stuk. Een vonnis uit Den Haag, schreef hij, zou de Serviërs niet overtuigen. Wie wil weten of hij gelijk had, hoeft de komende dagen alleen naar de begrafenis in Belgrado te kijken.
Lees hier het stuk van Dirk-Jan van Baar uit 2006 terug.






