Archief

Vaderschap: liegen kan niet meer

Mannen hebben nooit zeker kunnen weten of ze wel de echte vader van hun kinderen waren. Maar nu kan een DNA-test uitsluitsel bieden. ‘Het was verschrikkelijk balen, maar ik ben toch blij dat ik het te weten ben gekomen.’

09/02 | 2025
door Thieu Vaessen
Leestijd 18 minuten
Afbeelding

Wekelijks plaatsen we een archiefstuk op de website. Uit: HP/De Tijd, 8 april 2005.

 ”We kunnen het je nu wel zeggen,” zeiden mensen in het dorp tegen Richard Blanken, twee jaar na zijn scheiding. “We denken dat jouw zoontje niet echt van jou is.” Dat deed pijn. Blanken kon het ook niet geloven. “Ik dacht steeds: hij lijkt toch op mij.”

Een jaar lang liep hij rond met een gedachte die hij probeerde te verdringen, maar het bleef knagen. Het was waar dat hij als technicus op een olieboorplatform vaak lang van huis was geweest. “Op een gegeven moment heb ik besloten zo’n test te doen. Dan zou duidelijk worden dat Pieter wel mijn zoon is.” 

Enige nattigheid voelde Blanken – niet zijn echte naam – toen bleek dat zijn ex-vrouw niet wilde meewerken aan een vaderschapstest. Via een advocaat dreigde hij met een rechtszaak en zijn ex ging alsnog akkoord. De huisarts nam bloed af van Blanken zelf, van Pieter en van zijn moeder, dat vervolgens werd opgestuurd naar het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

En toen kwam de uitslag. “Je doet de brief open en daar staat het,” zegt Blanken. “Het ene moment heb je een zoontje van acht jaar, en dan, in één keer... Het is of er een mes in je hart wordt gestoken en omgedraaid.”

Het kind dat Blanken zo gekoesterd had, was niet werkelijk zijn kind. Hij was bedrogen. In zijn eigen woorden: “Verschrikkelijk besodemieterd.”

Het toeval wilde dat de tweede vrouw van Blanken beviel precies een dag nadat hij de uitslag had binnengekregen. “Dat was heel moeilijk. De gedachte spookt toch door je hoofd dat het wéér niet jouw kind is. Ik kon me moeilijk hechten. Gelukkig zei mijn vrouw dat ze het wel begreep. En dat ik van haar een vaderschapstest mocht doen wanneer ik maar wilde.”

Mannen hebben sinds de dagen van Adam en Eva te maken gehad met één fundamentele onzekerheid: nooit wisten ze helemaal zeker of ze wel de echte vader van hun kinderen waren. Een onzekerheid die er door de vrijere seksuele moraal en de lossere familieverbanden natuurlijk niet minder op is geworden.

Maar sinds enkele jaren staat de techniek voor niets. Een test op basis van DNA kan uitsluitsel bieden, met een zekerheid van 99,9999 procent, en dat al voor een paar honderd euro. Zonder dat de meeste mensen het beseffen, is overspel nu al een stuk riskanter geworden. Want als de geheime bedactiviteiten resulteren in een zwangerschap, lopen vrouwen een aanzienlijk risico dat een DNA-test hun overspel spijkerhard aantoont. 

De gevolgen kunnen heel ingrijpend zijn, zowel emotioneel als financieel. Naarmate de test verder oprukt, zullen mannen vaker ontdekken dat zij niet de biologische vader zijn van hun kinderen. Hun wereld zal voor kortere of langere tijd instorten, net als hun huwelijk. En ook kinderen zullen vaker de grond onder hun voeten weggeslagen voelen en op zoek gaan naar hun werkelijke vader, met alle teleurstellingen die daar weer bij komen kijken.

Meer dan nu al het geval is, zullen moeders alleen komen te staan, ook financieel. En ook de minnaar is niet zonder zorgen. Hij loopt kans dat hij voor een vluchtig moment van genot een hoge rekening krijgt gepresenteerd, in de vorm van jarenlange onderhoudsplicht voor het kind dat hij bewijsbaar heeft verwekt. Dit alles ten behoeve van één doel: de waarheid. Liegen kan niet meer.

‘Je doet de brief open en daar staat het. Het ene moment heb je een zoontje van acht jaar, en dan, in één keer... Het is of er een mes in je hart wordt gestoken en omgedraaid.’

Zoals wel vaker met nieuwe technieken het geval is, is niet iedereen even blij met de vooruitgang. “Ik weet niet of we zo gelukkig moeten zijn met deze testen,” zegt bijvoorbeeld Geert Warnaar, voorzitter van de Vereniging van Familierecht Advocaten en -Scheidingsbemiddelaars. “Wat als nu blijkt dat een kind van tien of vijftien jaar oud niet jouw kind is? Wat doe je dan? En wat zijn de gevolgen voor het kind? Wordt het straks ook mogelijk dat een kind tegen zijn vader zegt: ik wil weleens weten of jij echt mijn vader bent?”

In Nederland moet deze discussie over de voor- en nadelen van de vaderschapstest nog op gang komen. In Duitsland woedt die al volop, vooral sinds de sociaal-democratische minister van Justitie Brigitte Zypries eerder dit jaar aankondigde dat zij een verbod wil instellen op vaderschapstesten die worden uitgevoerd zonder medeweten van de moeder. Vooral met het oog op het welzijn van het kind, dat wellicht helemaal niet gebaat is bij de harde waarheid. 

Een van de nadelen van zo’n verbod is dat een vrouw dan haar ex-man alimentatie kan laten betalen voor een kind dat niet van hem is. Zij beslist. De Nederlandse advocaat Peter Prinsen,
gespecialiseerd in familierecht, noemt het voornemen van de Duitse minister om die reden ‘dwaas’. In zijn ogen is het lo-
gisch dat een man soms in alle rust wil nagaan of hij de echte vader is van zijn kind. “Als een man aan zijn vrouw toestemming moet vragen, loopt hij een groot risico. Dan is de band met zijn vrouw meteen verstoord, ook als uit de test blijkt dat hij wel de vader is.”

Frits Schaap wachtte zo’n mogelijk verbod niet af. Hij deed twee jaar geleden een vaderschapstest via het internetbedrijf Bsure, zonder dat zijn ex-vrouw het wist. “Als ik het haar verteld zou hebben, had ik echt grote moeilijkheden gekregen. Dan was ik vast en zeker door haar familie bedreigd.” Omdat zijn ex nog steeds van niets weet, wil hij ook nu niet met zijn werkelijke naam in de publiciteit komen.

Schaap wilde gewoon zekerheid, ook al omdat een paar mensen in zijn omgeving hadden gevraagd: “Is het wel jouw zoon? Word je niet gebruikt?” Van zijn ex had hij ‘al zoveel leugens gehoord’ dat hij op een gegeven moment ‘niets meer geloofde’. Via de post ontving de twijfelende vader van BSure een grote enveloppe met daarin twee plastic zakjes met wattenstaafjes. Hij nam wangslijm af bij zichzelf en bij zijn zoon, die toen een half jaar oud was. Binnen een week had Schaap de uitslag binnen. “Hij was mijn zoon.” Het was een grote opluchting. “De DNA-test had ik kennelijk nodig om een trauma te verwerken. Het trauma van de relatie met zijn moeder. Ik moest toch iets van zekerheid hebben.”

Siegfried Finke liet al helemaal geen tijd verloren gaan. De Duitser vertelde eerder dit jaar aan het weekblad Der Spiegel hoe hij aanwezig was bij de bevalling van zijn ex-vrouw, die zeker dacht te weten dat Finke de vader van het kindje was. Finke zelf had zo zijn twijfels. Terwijl zijn vrouw nog lag bij te komen van een keizersnede, haalde de Duitser een meegebrachte testkit te voorschijn en nam wangslijm af bij de pasgeborene. Een week later wist hij zeker dat het kind niet van hem was.

In Nederland lijkt een meerderheid van de bevolking wel begrip te hebben voor mannen als Finke en Schaap. Dat is althans de uitkomst van een opiniepeiling door het NIPO in opdracht van een nieuwe aanbieder van vaderschapstesten in Nederland, het Duitse bedrijf Humatrix. Op de vraag of een man stiekem een vaderschapstest mag doen, antwoordde 48 procent van de ruim duizend ondervraagden positief. Circa 36 procent vond van niet. In de leeftijdscategorie van 18 tot 34 jaar vond zelfs 58 procent het logisch dat een man zo’n test soms wil doen zonder medeweten van zijn vrouw of zijn ex. 

Hoeveel mannen jaarlijks in Nederland nagaan of hun kind ook werkelijk hún kind is, is onduidelijk. Zeker is dat de nieuwe techniek in Duitsland al behoorlijk is ingeburgerd. Daar worden per jaar naar schatting vijftigduizend DNA-testen gedaan. Van de Verenigde Staten is ook geen officieel cijfer bekend, maar het is wel duidelijk dat het gaat om enkele honderdduizenden. In de VS is het ook geen enkel probleem een vaderschapstest te doen buiten medeweten van de moeder.

Nederland kent van oudsher twee aanbieders van de testen, het Leidse LUMC en Sanquin in Amsterdam, dat is voortgekomen uit het Centraal Laboratorium Bloedtransfusie. Voordat DNA-onderzoek mogelijk was, deden beide instituten al onderzoek naar afstammingsrelaties op basis van bloedgroepen, wat veel minder duidelijkheid bood.

Het LUMC wil geen cijfers geven, maar bij Sanquin vertelt Neubury Lardy – hoofd vaderschapsonderzoek – dat jaarlijks zo’n vijfhonderd testen worden gedaan voor particulieren. In dertig procent van de gevallen is de uitslag negatief, en blijkt de man dus niet de vader van het kind. Dat zijn dus zo’n 150 drama’s per jaar.

Het totale aantal testen in Nederland moet inmiddels de duizend per jaar overtreffen. Naast de twee gevestigde instituten zijn er in Nederland namelijk nog vier commerciële aanbieders, die hun testkit hoofdzakelijk op internet aanbieden. Een belrondje langs deze vier – BSure, Humatrix, Verilabs en Papaveris – leert dat ook zij enkele honderden testen per jaar uitvoeren. 

‘Als het zou kunnen, zou ik de alimentatie van de afgelopen vier jaar ook terugvorderen.’

Gezien de ervaringen in Duitsland en de VS is het aannemelijk dat ook in Nederland de markt voor vaderschapstesten snel zal groeien, mede doordat ze snel goedkoper worden. Testen bij
Sanquin en het LUMC kosten ruim duizend euro, maar Papaveris duikt daar al ver onder met een prijs van driehonderd euro. In de Verenigde Staten zijn aanbieders die minder dan 150 dollar voor een DNA-test vragen. Voor belangstellenden: gewoon het woord ‘paternitytest’ intikken op Google.

Humatrix is in Nederland de enige aanbieder die recht voor zijn raap zegt dat een test zonder medeweten van de moeder geen probleem is. Bij Papaveris moet de man zijn handtekening zetten onder een verklaring dat hij de moeder van het kind op de hoogte heeft gesteld, maar het bedrijf controleert niet of dat ook echt is gebeurd.

Sanquin heeft een paar jaar geleden een principieel standpunt ingenomen, daartoe gedwongen door een incident, zo blijkt. In Amsterdam meldde zich een man met zijn twee zoontjes voor een DNA-test, waarbij duidelijk was dat de man wilde nagaan of de jongetjes wel echt zijn kinderen waren. Het bloed was al afgenomen, de test was zelfs al betaald, toen de moeder achter het opzetje van haar ex-man kwam en Sanquin zichzelf ging afvragen of er wel juist was gehandeld. Uiteindelijk stemde de moeder in met de test, maar Sanquin besloot toch dat moeders voortaan van tevoren toestemming moeten geven. “We willen voorkomen dat een moeder met de uitslag wordt overvallen,” zegt Lardy.

Het LUMC is bij monde van het hoofd van zijn DNA-afdeling, Peter de Knijff, nog feller tegen stiekem testen. De Knijff noemt commerciële aanbieders van vaderschapstesten zelfs ‘gevaarlijk’, omdat mannen makkelijk misbruik zouden kunnen maken van deze testen. Bedrog zou eenvoudig zijn, bijvoorbeeld door mannen die het wangslijm niet bij zichzelf afnemen maar bij een kennis, waarna de test als uitkomst geeft dat het kind niet van de vader is. De Knijff: “Niemand bij dit soort bedrijven controleert de identiteit van de man en het kind. En er zijn gevallen bekend, in ieder geval in Australië, waar dat geleid heeft tot zelfmoord, omdat de moeder plots werd geconfronteerd met een test waaruit zogenaamd bleek dat het kind niet van haar ex-man was.”

Eind jaren zeventig heeft de mogelijkheid van misbruik ook in Nederland al eens problemen veroorzaakt. In die tijd gebeurde afstammingsonderzoek nog op basis van bloedgroepen, en voor de rechtbank in Arnhem bleek dat een man onder het betalen van alimentatie was uit gekomen door bloed van een ander dan zichzelf te gebruiken voor de test. Een nieuwe test, op last van de rechtbank, toonde aan dat hij best de vader van het kind kon zijn.

Niettemin is het nog maar de vraag of mogelijk misbruik echt een overtuigend argument is om vaderschapstesten zonder medeweten van de moeder te verbieden. “Een auto kun je ook misbruiken om je ex omver te rijden, en toch hoor ik nooit iemand pleiten voor een verbod op auto’s,” zegt Andy, woordvoerder van Fathers 4 Justice, de organisatie van gescheiden mannen die meer rechten voor vaders eist.

Bij twijfel kan gemakkelijk worden besloten tot een tweede test, al dan niet op last van een rechtbank, waarbij de vader en het kind identiteitspapieren moeten meenemen en hun DNA-
materiaal moeten afstaan in aanwezigheid van anderen. Vorig jaar gebeurde dat nog in opdracht van de rechtbank in Maastricht, nadat een man een DNA-test had laten doen in de Verenigde Staten met een uitkomst die hij had voorzien: hij was niet de vader van het kind. De moeder had weliswaar van tevoren ingestemd met de test, maar betwistte toch de uitslag. Daarop besloot de rechter tot een nieuwe test in Nederland, met dezelfde uitkomst als resultaat.

Vaak speelt geld een rol, zeker bij gescheiden mannen die om een of andere reden zijn gaan twijfelen, soms door uiterlijke kenmerken, soms door een terloopse opmerking. Als het kind inderdaad niet van de veronderstelde vader blijkt, kan deze proberen onder de onderhoudsplicht uit te komen.

Het is precies de fase waarin Richard Blanken, de bedrogen technicus op een olieplatform, is beland. Direct nadat hij de uitslag kreeg, is hij gestopt met het betalen van de 250 euro die hij iedere maand naar zijn ex overmaakte. “Als het zou kunnen, zou ik de alimentatie van de afgelopen vier jaar ook terugvorderen.”

Helaas voor Blanken kan dat niet. Het is zelfs maar de vraag of hij mag stoppen met betalen, zo zeggen diverse advocaten. Als de echte vader niet opduikt, kan een rechter volgens advocate Loes Stam uit Den Bosch besluiten dat de man die het kind heeft erkend, gewoon de juridische vader blijft en dus onderhoudsplichtig is. “Ja, dat is dan wrang voor een man.”

Geld speelde duidelijk ook een rol bij de familie Corbett uit het Amerikaanse Summerville. Zoals wel vaker schijnt voor te komen, was de tweede vrouw van een naïeve man hier de drijvende kracht achter het uitvoeren van een vaderschapstest. “Meer dan vijf jaar betaalde mijn man al alimentatie voor het kind van zijn ex, hoewel er verhalen gingen dat het kind misschien helemaal niet van hem was,” vertelt mevrouw J. Corbett op de website van het Amerikaanse bedrijf International Paternity Labs. “De moeder van het kind zei dat ze zeker wist dat mijn man de vader was, maar ik heb toch een testkit besteld. Binnen een week bleek dat mijn man zeker niet de vader was. We lieten de uitslag aan de moeder zien, die later toegaf dat er nog twee mannen waren die de vader zouden kunnen zijn.”

In andere situaties is geld duidelijk een bijkomstigheid, zoals bij een cliënt van advocaat Paul Sliepenbeek uit Rotterdam. “Deze man ontdekte op een gegeven moment dat zijn vrouw een relatie was blijven houden met een oude schoolvriend,” vertelt Sliepenbeek. “Daardoor begon hij te twijfelen over zijn twee kinderen, ook al omdat hij geen uiterlijke overeenkomsten zag met zichzelf, maar wel met de schoolvriend, die hij van foto’s kende. Na een test bleek inderdaad dat de kinderen niet van hem waren.”

‘Vroeger waarschuwden moeders hun dochter voor een ongewenste zwangerschap. Nu moeten ze ook hun zonen waarschuwen.’

Het overspel leidde tot een huwelijksbreuk, maar de cliënt van Sliepenbeek heeft nooit geprobeerd de erkenning van zijn vaderschap terug te draaien. Hij zorgt nog steeds een deel van de week voor de kinderen.

Voor zo’n constructie voelt Richard Blanken niets. Hij wil graag een omgangsregeling houden met Pieter, het jongetje dat hij acht jaar lang als zíjn zoon heeft beschouwd, maar niet als dat betekent dat hij alimentatie moet blijven betalen. “Dan zie ik ervan af.”

Hoeveel kinderen het product zijn van overspel is nogal onduidelijk. Vaak wordt verondersteld dat tien procent van de kinderen is verwekt door iemand anders dan de ‘officiële’ vader. Dat zou bij een geboortecijfer dat schommelt rond de 200.000 per jaar betekenen dat in Nederland ieder jaar zeker 20.000
‘ondergeschoven kinderen’ – de ouderwetse benaming – worden geboren.

Peter de Knijff van het LUMC noemt tien procent echter zwaar overdreven. Het enige betrouwbare onderzoek is volgens hem ooit gedaan door een Zwitserse wetenschapper, professor Jurg Ott, die complete stambomen reconstrueerde en op die manier tot een schatting kwam van een half tot één procent ‘koekoekskinderen’ – de populaire benaming voor kinderen die voortkomen uit overspel.

In eerste instantie is het misschien verleidelijk in de vaderschapstest een vrouwvijandige techniek te zien. De angst bestaat dat moeders voortaan kunnen worden verdacht van overspel tot het tegendeel is bewezen. Mannen met kinderen zullen zich immers vaker de vraag stellen of hun vrouw zich wel aan de huwelijkse trouw heeft gehouden, simpelweg omdat de techniek een antwoord mogelijk maakt.

Aan de andere kant blijken er echter tal van situaties waarin de DNA-test voor vrouwen juist een uitkomst biedt. Logischerwijs geldt dat voor vrouwen die zelf ook niet helemaal zeker weten wie de vader is van hun kind, zoals Najomi B. uit Utrecht, die haar verhaal doet op de website van Papaveris, een van de commerciële aanbieders van DNA-testen in Nederland. Najomi was naar bed gegaan met ‘een heel leuke man’ van haar werk, terwijl het nog maar net uit was met haar vriend. En tja, ze bleek meteen zwanger. “Mijn nieuwe vriend was helemaal overstuur, want hij was er zeker van dat het kind van mijn ex was. Ik had gewoon het gevoel dat het niet waar was en heb hem gevraagd een vaderschapstest te doen. Ik was heel erg blij met de uitslag, want mijn nieuwe vriend was inderdaad de vader.”

Op de website www.vergeefmij.nl staat een bekentenis van een getrouwde vrouw die van enkele lezers het dringende advies krijgt zo snel mogelijk een vaderschapstest te doen. De vrouw vertelt dat ze één keer is vreemdgegaan (“Absoluut niet goed te praten’) en daardoor niet zeker weet of haar kindje wel van haar echtgenoot is. “Ik ben ten einde raad.” 

De reacties op de site zijn vrij eenduidig: doe gewoon een vaderschapstest. Maar beter niet met het DNA van de minnaar, zo waarschuwt een lezer, want straks wil die man een rol gaan spelen in het leven van ‘zijn’ kind, en ‘dan komt je echtgenoot er toch achter’. Nee, het beste is ‘gewoon’ (lees: stiekem) een tandenborstel of een gebruikte zakdoek van de wettelijke echtgenoot in te sturen voor een test. Mocht het kind niet van haar man blijken, en dus van haar minnaar, dan kan de vrouw altijd nog zien of ze dat wil vertellen.

Natuurlijk is het voor een vrouw die ontdekt dat haar kind het resultaat is van overspel, verleidelijk om haar echtgenoot onwetend te houden. Ze kan zichzelf voorhouden dat het niet in het belang van het kind is als de waarheid boven tafel komt, en waarschijnlijk ook niet in het belang van haarzelf en haar man.

Zo stond eerder dit jaar in het Duitse weekblad Der Spiegel het verhaal van een vrouw die door een DNA-test (ze plukte wat haren van het kussen van haar man) bevestigd zag wat ze al vermoedde: haar tweede kind was door haar minnaar verwekt. Na rijp beraad besloot ze het niet aan haar man te vertellen, ook al omdat ze inmiddels was gescheiden en haar ex mogelijk zou weigeren alimentatie voor het tweede kind te betalen. “Ik ben een weg ingeslagen die voor mij de enige mogelijke was en die voor alle betrokkenen de beste is.”

Naast de gewenste duidelijkheid is er voor vrouwen – en ook voor kinderen – nog een heel andere reden om blij te zijn met de ontdekking van de vaderschapstest. Dat komt mede door de invoering per 1 april 1998 van de wet op de gerechtelijke vaststelling vaderschap, die het voor mannen moeilijk maakt om zich aan ‘hun verantwoordelijkheid’ te onttrekken. Door de wetswijziging kan een man namelijk verplicht worden mee te betalen aan de opvoeding van een kind als een DNA-test aantoont dat hij de verwekker is. “Vroeger waarschuwden moeders alleen hun dochters voor een ongewenste zwangerschap,” zegt advocate Nelleke van ’t Hoogerhuijs uit Amsterdam. “Maar tegenwoordig moeten ze ook hun zonen waarschuwen.” 

Een telefonische rondgang langs een tiental advocaten die zijn gespecialiseerd in familierecht, maakt duidelijk dat het merendeel van de vaderschapstesten die op last van een rechter worden uitgevoerd, plaatsvinden op verzoek van moeders. Zij willen dat de verwekker – ‘de vaderdader,’ zegt een advocaat – meebetaalt aan de opvoeding van het kind. 

De ervaring van deze advocaten is ook dat de moeders vrijwel altijd heel goed weten wie de vader van hun kind is. De mooiste anekdote om dat te illustreren, komt van de advocaat Bert van Opijnen uit Schiedam, die enkele jaren geleden een vrouw bijstond die zeker wist dat die en die man de vader van haar kind was. “De man was getrouwd met een andere vrouw, en wist zeker dat hij de vader niet kon zijn, want hij was onvruchtbaar,” vertelt Van Opijnen. “Voor de rechtbank wapperde hij zelfs met de uitslag van een test waaruit bleek dat zijn sperma te traag was.” Niettemin wees een vaderschapstest uit dat de man wel degelijk de biologische vader was, waarop hij moest gaan betalen, ‘en flink ook’. Van Opijnen: “Het mooiste was nog wel dat die man hartstikke blij was. Want hij was dus toch vruchtbaar, en nog vader ook.”

Het blijft niet bij onderhoudsplicht. De wet op gerechtelijke vaststelling van het vaderschap stelt kinderen ook in staat aanspraak te maken op de erfenis van hun biologische vader, mits hij of zij kan aantonen dat de overledene werkelijk zijn verwekker is geweest. De ervaring van hoogleraar Paul Vlaardingerbroek uit Tilburg is dat de vaderschapstest nog vaker wordt gebruikt bij conflicten over het erfrecht dan bij meningsverschillen over de onderhoudsplicht. 

Om het biologische vaderschap vast te stellen, kan zelfs na het overlijden van een man nog een DNA-test worden gedaan. Een man die dus zeker wil weten dat zijn buitenechtelijke kind niet deelt in de erfenis, doet er verstandig aan zich te laten cremeren. Maar zelfs dat biedt geen garanties. Gebleken is dat vaak op allerlei manieren nog DNA-materiaal van de overledene is te achterhalen.

Een spectaculair Nederlands voorbeeld dat ook in het buitenland opzien heeft gebaard, is de zogenoemde zaak-Haas. Meneer Haas, geboren in 1964, was verwekt door notaris P., die zijn kind nooit heeft erkend, maar wel regelmatig geld gaf voor de opvoeding en verjaarsdagcadeautjes. Hij maakte ook wel uitstapjes met moeder en kind, en noemde de jongen soms ‘mijn zoon’.

De notaris overleed in 1992 zonder dat hij een testament had opgemaakt. Een neef was de enige erfgenaam, en dat van een vermogen dat in de miljoenen liep. Zoon Haas was het er niet mee eens en begon een reeks van rechtszaken, die hij keer op keer verloor. Tot de rechtbank in Amsterdam in 2003 alsnog besloot tot een gerechtelijke vaststelling vaderschap. Daarbij werd gebruik gemaakt van DNA-materiaal van de overleden notaris dat was aangetroffen op de likranden van de enveloppen die de notaris had gebruikt om brieven aan de moeder van Haas te sturen. Het resultaat laat zich raden: de notaris was inderdaad de verwekker. De zoon is inmiddels verwikkeld in nieuwe procedures om de beschikking te krijgen over het vermogen van zijn biologische vader, of wat daarvan nog over is.

Het scala aan situaties waarin de vaderschapstest uitkomst biedt, is hiermee nog lang niet uitgeput. De testen worden ook regelmatig gebruikt door kinderen – al dan niet geadopteerd – die op zoek zijn naar hun biologische vader. In andere gevallen zijn mensen op zoek naar halfbroers of halfzussen. Ook komt het nogal eens voor, zo vertelt directeur Marte Sloot van Papaveris, dat zich echtparen melden die via een ivf-behandeling een kind hebben gekregen. “Die mensen willen zeker weten dat het ziekenhuis niet per ongeluk een vergissing heeft gemaakt, en het sperma van een andere man heeft gebruikt.”

Opvallend is dat hoe dramatisch de uitkomst ook is, de betrokkenen zelden spijt hebben dat ze de harde waarheid te weten zijn gekomen. “De uitkomst was heel onverwacht en pijnlijk, en toch ben ik ook achteraf blij dat ik een test heb gedaan,” vertelt Richard Blanken. “Anders was ik er steeds mee bezig gebleven. Dan was ik iedere keer als Pieter hier was, toch extra op hem gaan letten, op uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen.”

‘Nederlanders zullen steeds vaker een vaderschapstest  doen, omdat de onzekerheid veel erger is dan de waarheid. Het is akeliger als het blijft knagen.’

Natuurlijk kan het een vorm van zelfbescherming zijn als mannen – ondanks alle ellende – zeggen blij te zijn met hun nieuw verworven kennis. Wat moeten ze anders? Hardop zeggen dat ze het liever niet hadden geweten? Aan de andere kant zijn alle bedrogen vaders die publiekelijk hun verhaal hebben gedaan wel erg eensgezind: toch blij dat we het weten. Zelfs als een negatieve uitslag ertoe leidt dat een man het contact verliest met een kind dat hij jarenlang als het zijne heeft beschouwd en van wie hij houdt. “De waarheid moeten bovenkomen, tegen iedere prijs.”

En ook de kinderen die erachter komen dat hun vader niet hun biologische vader is, en wier leven door de verworven kennis totaal op zijn kop komt te staan, zeggen zelden dat ze spijt hebben van hun zoektocht naar de waarheid. “Het was verschrikkelijk balen,” vertelt bijvoorbeeld Alexander Boelen, die 38 jaar oud was toen een DNA-test uitwees dat de man die volgens zijn moeder zijn biologische vader moest zijn, dat toch niet was. “Maar ik ben blij dat ik het te weten ben gekomen. Allerlei gebeurtenissen vielen op hun plaats. Opeens kon ik het gedrag van mijn moeder, met al haar schuldgevoel, veel beter begrijpen.”

Boelen ging twee jaar geleden met hulp van het televisieprogramma Spoorloos op zoek naar zijn werkelijke vader, tot nu toe zonder resultaat. Naarmate de vaderschapstest gangbaarder wordt en kinderen vaker te horen zullen krijgen dat hun vader niet hun verwekker is, valt te voorspellen dat in de toekomst meer en meer kinderen op zoek zullen gaan naar hun biologische vader. 

“Mensen hebben een oerbehoefte aan authenticiteit,” zegt advocaat Peter Prinsen. “Daarom zullen Nederlanders steeds vaker een vaderschapstest doen, omdat de onzekerheid veel erger is dan de waarheid. Het is akeliger als het blijft knagen.”

Het zijn woorden uit het hart van Andy, de zegsman van Fathers 4 Justice, en van Richard Blanken. Andy zegt: “Een vaderschapstest is een mensenrecht.” Richard Blanken: “Ik hoop dat een DNA-test ooit standaard in het kraampakket komt te zitten.” 

Overspel gaat nog echt spannend worden.