‘Fear and Loathing on Queen’s Day’ zou de onlangs overleden Hunter S. Thompson het waarschijnlijk hebben genoemd. Want in de Koninginnenacht, van 29 op 30 april, werd in de Amsterdamse Leidsestraat een Amerikaanse homo uitgescholden voor ‘fucking fag’, bespuugd en vervolgens in elkaar geslagen. Door zeven jongemannen met, aldus het slachtoffer, een Marokkaans uiterlijk.
Dat slachtoffer was Chris Crain, hoofdredacteur van het Amerikaanse homoblad The Washington Blade. Het nieuws over zijn mishandeling ging vorige week als een lopend vuurtje door de internationale homoscene. Geen wonder. “Jaarlijks,” zo becijferde Het Parool, “bezoeken tienduizenden homo’s Amsterdam, dat jaren gold als de homohoofdstad van de wereld. Dat imago leverde Amsterdam jaarlijks miljoenen euro’s op.”
Tania Barkhuis van de hoofdstedelijke COC-afdeling en Siep de Haan van Gay Business Amsterdam lieten in NOVA weten dat de zaak-Crain allang geen incident meer is. Homo’s worden in sommige Amsterdamse stadsdelen door allochtonen hun huis uit gepest. Homodocenten haken af vanwege de treitercampagnes die zij ondervinden van hun leerlingen. Aan voorlichting over homoseksualiteit wordt op Amsterdamse scholen nauwelijks nog gedaan: veel allochtone ouders en leerlingen willen het niet, en dus, zo zei De Haan, gooien de ‘blanke’ schooldirecties de handdoek maar in de ring. Gevolg: leerlingen die willen uitkomen voor hun homoseksuele geaardheid hebben het op Amsterdamse scholen steeds moeilijker.
Ook de hoofdstedelijke PvdA-burgemeester Job Cohen mocht zijn opwachting maken in NOVA. Zijn bezweringsformules deden sterk denken aan de wijze waarop hij vorig jaar reageerde op de verdrijving van het echtpaar Bert en Marja uit de Amsterdamse Diamantbuurt en, kort daarna, de islamitische slachtpartij in de Linnaeusstraat die Theo van Gogh het leven kostte.
Zeker, dat Crain vanwege zijn seksuele geaardheid in elkaar was geslagen, was ‘verschrikkelijk’. Maar, zo voegde Cohen er in één adem aan toe, ‘laten we niet al te zeer focussen op dit geval’ en ook bedenken dat Amsterdam voor het overige een ‘goeie Koninginnedag’ achter de rug had. Dat er ’s avonds rond de Utrechtsestraat en de Keizersgracht ongeregeldheden waren uitgebroken en dat de Mobiele Eenheid de relschoppers met charges uiteen had gedreven, liet hij wijselijk onvermeld. De discriminatie van homo’s bleek verder de ‘voortdurende aandacht’ van de burgemeester te hebben en gelukkig kende ook de hoofdstedelijke politie er de laatste tijd een ‘hoge prioriteit’ aan toe. Tevens repte Cohen nog van een na de moord op Van Gogh opgezet gemeentelijk ‘actieprogramma’, bedoeld om ‘allerlei verschillende groepen’ met elkaar te laten ‘praten’.
Cohen ging evenwel geheel voorbij aan de kern van de zaak. Want dat Mokum de laatste jaren een steeds vijandiger oord is geworden voor homo’s, is een direct gevolg van de door het gemeentebestuur openlijk toegejuichte komst van ‘nieuwe Amsterdammers’, lees: niet-westerse immigranten met een agrarisch-islamitische achtergrond. In de multiculturele waanwereld van Cohen en consorten zou Amsterdam langs die weg een meer ‘kleurrijke’ en nog ‘diversere’ stad worden.
Het tegendeel is echter gebeurd. Terwijl het aantal niet-westerse allochtonen in de stad de afgelopen jaren maar bleef toenemen, daalde tezelfdertijd het aantal autochtone Amsterdammers. Volgens de prognoses van de gemeentelijke Dienst Onderzoek en Statistiek zal dat proces de komende jaren doorgaan. Gevolg: al zeer binnenkort zullen ‘etnische Nederlanders’, die nu nog 51 procent van de Amsterdamse bevolking uitmaken, een minderheidsgroep vormen binnen de stad. Rond 2030 zal hun aandeel zijn geschrompeld tot nog slechts zo’n 38 procent.
Een soortgelijke ontwikkeling zal zich ook voordoen in andere grote steden in de Randstad. Het betreft een revolutionair proces zonder historisch precedent dat ongekende gevolgen zal hebben. Voor Amsterdam zal het betekenen dat het toch al zwaar onder druk staande imago van ‘tolerante stad’ goeddeels zal verdwijnen. Mokum wordt een overwegend ‘zwarte’ gemeente met de islam als belangrijkste godsdienst. En dus zal homoseksualiteit er gaandeweg verdrongen worden uit het openbare leven, zoals dat ook het geval is in islamitische steden in de Arabische wereld. Homo’s merken dat nu al, evenals veel joodse Amsterdammers, want ook het aantal anti-semitische incidenten in de stad neemt hand over hand toe. Maar het zijn, zo moet gevreesd worden, slechts vage voorafspiegelingen van wat nog gaat komen.
Is dat proces te keren met ‘actieprogramma’s’ en andere goed bedoelde pogingen om ‘nieuwe Amsterdammers’ aan te zetten tot meer tolerantie tegenover (seksuele) minderheden? Moeten we, onder het motto ‘wie goed doet, goed ontmoet’, toch vooral ‘solidair’ blijven met moslims omdat we anders ook geen solidariteit zullen terugkrijgen, zoals Geert Mak vorige week weer eens betoogde in De Groene Amsterdammer? Nee, wie dat denkt, is naïef en leeft nog steeds in de sprookjeswereld die onlangs door Ayaan Hirsi Ali werd aangeduid als het ‘Land van Ooit’.
Want de wortels van de homohaat in islamitische kring liggen diep. Veel dieper dan bij de autochtone ‘potenrammers’ uit de jaren zeventig en tachtig waarnaar Cohen leek te verwijzen toen hij het in NOVA had over de ‘enorme ontwikkeling’ die ook ‘wijzelf’ recentelijk – de burgemeester sprak over ‘tien jaar geleden’ – zouden hebben doorgemaakt ten aanzien van de acceptatie van homoseksualiteit. Die vergelijking gaat echter totaal mank. De jeugdige daders van toen hadden hun homofobie doorgaans niet opgedaan onder een preekstoel, maar in kroegen, discotheken en jongerencentra. In kerken heetten homo’s toentertijd al lang en breed ‘homofiele medechristenen’ en boeken waarin werd aanbevolen hen van het dak te gooien, waren zelfs in het godvruchtige Jorwerd nimmer verkrijgbaar – men leze er de bestseller van Mak op na.
Het verschil is nogal essentieel. Want wat Cohen in feite van zijn moslim-onderdanen verlangt en verwacht, is dat zij – liefst met onmiddellijke ingang – afscheid nemen van een eeuwenoude visie op seksualiteit die door de betrokkenen wordt beleefd als een door Allah geopenbaarde tijdloze Waarheid. Anders gezegd: ze zouden een centraal leerstuk van de Schepper van hemel en aarde moeten inruilen voor het libertijnse standpunt van een ongelovige burgemeester met (ook dat nog) joodse wortels. Natuurlijk, niets is onmogelijk, en zeker niet op de zeer lange termijn, maar vooralsnog lijkt de kans groter dat Chris Crain zich bekeert tot de heteroseksuele liefde.
“Crain waande zich op de voor homo’s veiligste plek ter wereld,” zei hoofdredacteur Henk Krol van de Gay Krant vorige week in Het Parool. “Ik heb hem uitgelegd dat het tegenwoordig in de provincie veiliger is voor homoseksuelen dan in de Nederlandse grote steden.” Dat voor Amsterdam negatieve reisadvies zullen we in de nabije toekomst nog veel vaker horen. Het is – triest genoeg – de meest wijze raadgeving die zich laat denken.






