Archief

Relatie met een robot

Het zal niet lang meer duren of we hebben een robot thuis in plaats van een man of vrouw van vlees en bloed. Voor de seks, maar ook voor begrip en liefde. Dat voorspelt robotwetenschapper David Levy.

12/01 | 2008
door Philip Bethge
Leestijd 5 minuten
Afbeelding

Andy bezit behalve de weelderige maten 101-56-86 iets wat mannen liever willen dan wat ook: een ‘grenzeloos geduld’. Dat belooft haar maker tenminste, de Duitse firma First Androids. Die kan haar desgewenst uitrusten met allerlei extraatjes, zoals een ‘traploos instelbare blowjob-functie’, ‘voelbare pols’, ‘draaiende heupen’ en een ‘regelbaar verwarmingssysteem’ om de lichaamstemperatuur aan te passen.

“Behalve dan de voeten, die blijven net zo koud als in het echt,” vertelt David Levy. De Brit kent alle plekjes van Andy, maar uiteraard uit zuiver academische belangstelling. Levy promoveerde onlangs op het proefschrift Intimate Relationships with Artificial Partners aan de Universiteit Maastricht. Voor hem is de hightech-sekspop niets minder dan een voorbode van een nieuwe wereldorde.

Levy is expert op het gebied van kunstmatige intelligentie. Om precies te zijn: liefde en seks met robotten. Malebots en fembots als levens- en liefdespartners hebben volgens hem de toekomst. De 62-jarige Levy, tevens schaakmeester en voorzitter van de International Computer Games Association, is auteur van een, zacht gezegd, nogal prikkelend boek: Love and Sex with Robots. The Evolution of Human-Robot Relationships. Over niet al te lange tijd hebben we seks met robots, zegt Levy. Die zullen ons beminnen op manieren waarvan we niet wisten dat ze bestonden. We zullen van ze houden, zelfs aanbidden, en we zullen ze onze intiemste geheimen toevertrouwen. Over amper veertig jaar zal dat allemaal werkelijkheid zijn.

“Het idee van kunstmatige partners, als echtgenoot of echtgenote, als maatje en geliefde, is iets dat de meeste mensen zich niet kunnen voorstellen,” zegt Levy. “Maar mijn stelling is: robots zijn door al hun talenten juist ontzettend aantrekkelijke partners.” Gezien de razendsnelle technische ontwikkelingen is het een kwestie van tijd voor machines met ‘menselijke’ eigenschappen hun opwachting maken. Levy: “Seks en liefde met robots zijn onvermijdelijk.”

De liefde voor androïden, schepsels naar menselijk evenbeeld, is bepaald niet nieuw. Al in de Griekse mythologie maakte de beeldhouwer Pygmalion zijn ideale vrouw uit ivoor. Hij bad tot Aphrodite, de godin van de liefde, om het beeld, dat hij Galatea noemde, tot leven te wekken. Aphrodite was hem ter wille. Toen Pygmalion Galatea kuste, kuste ze hem terug. Ze trouwden zelfs.

Zo zal het met robots ook gaan, denkt Levy. Sterker, hij ziet overal al tekens van ontluikende robofilie. Zoals de populariteit van het robothondje Aibo van Sony, of van het speelgoedrobotje Furby, een soort knuffel met chipkaart. Die voorbeelden laten zien dat mensen hun emoties makkelijk kunnen projecteren op een stukje techniek. “Het is tegenwoordig heel gewoon om diepe gevoelens te koesteren voor kunstmatige huisdieren,” zegt Levy. “Dan is het toch ook niet gek om een diepgaande band aan te gaan met kunstmatige mensen?”

Eenvoudige computers oefenen hebben nu al op menigeen een bijna magische aantrekkingskracht. “Voor Anthony, een student aan het MIT die het wel met meisjes heeft geprobeerd, maar erachter kwam dat relaties met computers hem beter bevielen” – zo luidt de opdracht in Levy’s boek. Hoe zullen al die nerds het straks vinden om met computers te spelen die kunnen bewegen, praten en misschien zelfs voelen, en die eruitzien als mensen?

Juist op het gebied van seks kunnen robots het origineel van vlees en bloed makkelijk de loef afsteken, zegt Levy. Hij is diep in de geschiedenis van de amoureuze apparatuur gedoken om verlokkingen van technische seksspeeltjes voor de homo sapiens te documenteren. In zijn boek noemt hij ouderwetse vibrators die werkten met een opwindsysteem of een stoommachine. Ook beschrijft Levy een Duits masturbatieapparaat voor vrouwen uit 1926 dat door een pedaal werd aangedreven.

In een pornografische bloemlezing uit het zeventiende-eeuwse Japan las Levy over een ‘wellustig reiskussen’. De kunstvagina, in Japan azumagata (‘surrogaatvrouw’) geheten, was vervaardigd van schildpad en had een met fluweel bekleed gat. Hollandse zeevaarders deelden op hun wereldreizen de kooi met een handgenaaide lederen pop. Daarom heet in Japan tot op de dag van vandaag een sekspop een ‘Hollandse echtgenote’. 

Maar van leer zijn ze allang niet meer. Het Japanse bedrijf Orient Industry verkoopt bijvoorbeeld sekspoppen die er tot in hun haarpunten precies zo uitzien als echte Japanse meisjes en zelfs zo schijnen aan te voelen. De firma dankt haar succes aan het oude model Antarctica, dat wetenschappers vroeger meenamen naar het kamp Shova op de Zuidpool om er zich tijdens de lange winters aan te warmen.

Marktleider op het gebied van net echte sekspoppen is het Amerikaanse bedrijf RealDoll. Voor 6500 dollar kun je daar een Leah of een Stephanie bestellen – verkrijgbaar in de behamaten 65A tot 75H, en allebei uitgerust met drie ‘pleziergaten’. Ook Charlie zit in het assortiment, verkrijgbaar met een ‘monteerbare penis’ in variabele grootte en desgewenst met ‘anusopening’.

Zijn dat gewoon erotische pleziertjes voor een snel nummertje tussendoor en niet meer dan dat?  Allerminst, zegt Hideo Tsuchiya, directeur van Orient Industry. Een ‘Hollandse echtgenote’ is méér dan een pop of een ding. “Ze kan een onvervangbare minnares zijn, die je een gevoel van geborgenheid geeft.”

Daar is Levy het hartgrondig mee eens. Zullen robotvrouwen en -mannen dan echt binnen enkele decennia zoveel op ons lijken dat we ze als gelijkwaardige of zelfs betere alternatieven voor een menselijke liefdespartner zullen zien?

Het uiterlijk schijnt niet eens het grootste probleem te zijn. Twee jaar geleden kwam de Japanse robotexpert
Hiroshi Ishiguro met zijn Repliee Q1. Die technisch klinkende naam is misleidend: Ishiguro’s schepping mag gerust de eerste robotvrouw in de geschiedenis van de mensheid worden genoemd. Dankzij 42 pneumatische actuators kan ‘de gynoïde draaien en net zo reageren als een mens’, zegt Levy. “Het is net alsof ze ademt, ze kan haar handen net zo bewegen als een mens en ze reageert op aanrakingen,” vertelt hij enthousiast.

De echte moeilijkheid zit ’m dus niet in het uiterlijk. Het zou weleens veel lastiger kunnen zijn om de robots een ziel in te blazen. Want essentiële dingen kunnen ze nog niet. Zo zijn de huidige sensoren van de robots nog niet goed in staat om mensen uit elkaar houden, zegt Levy. Als een robot zijn partner niet herkent of hem voor een ander aanziet, is de relatie snel ‘op de klippen’, geeft de wetenschapper toe.

Maar Levy verwacht dat dat snel beter zal worden. Medelijden, humor, begrip en liefde – voor hem zijn die emoties een kwestie van techniek. Medegevoel is per slot van rekening ‘gewoon iets wat je kunt aanleren’ en daarom ‘vrij eenvoudig in robots te implementeren’. De machine moet haar partner observeren, intelligente conclusies trekken en overeenkomstig reageren.

“Door kunstmatige intelligentie zullen robots zich in de toekomst zo gedragen dat het lijkt alsof ze het hele spectrum aan menselijke ervaringen kennen, zonder dat dat echt zo is,” zegt Levy. Neem emoties. Stel dat een robotvrouw die overtuigend vertolkt; kun je dan nog zeggen dat ze ze niet heeft? Als een machine ‘Ik hou van je’ fluistert op zo’n toon dat je het gelooft?

De voordelen van een technopartner ten opzichte van het menselijke equivalent zijn enorm, vindt Levy. Ontrouw, humeurigheid, bekrompenheid, afwasfobie, voetbalgekte – allemaal verleden tijd. De robotpartner is zelfs gevrijwaard van de dood. Levy wil de hele persoonlijkheid van de androïden vastleggen op een harde schijf. Als de robot de geest geeft, kun je gewoon een nieuwe bestellen.

En dan de seks! Altijd zin, nooit ontevreden, en geen hoofdpijn meer. Je kunt bovendien de wildste fantasieën downloaden. Je kunt ‘seksuele technieken uit de hele wereld’ in de robot programmeren – tot en met een ‘leermethode’ voor de ‘beginneling op seksgebied’, zegt Levy. Grootte van vagina of penis, lichaamsgeur en baardgroei – alles naar wens verkrijgbaar.

“U moet zich een wereld voorstellen waarin robots bijna zo zijn als wij,” zegt Levy. ‘Dat zou een enorme invloed hebben op de maatschappij.” De wetenschapper werpt zelfs ethische en morele vragen op voor de periode na de grote invasie van de robots. Zou je je androïde bijvoorbeeld mogen uitlenen aan een ander, of ‘de robot van een vriend gebruiken zonder dat hij het weet’? Mag je je androïde bedriegen? Wat zal een man zeggen als zijn vrouw zegt: “Vandaag niet, schat, ik heb meer zin in de robot.”

Vooral vrouwen, denkt Levy, zullen na hun aanvankelijke aarzeling probleemloos het gebruik van de robot overwegen als alternatief voor de transpirerende heer des huizes. Dat hun behoefte aan seks verder gaat dan wat de doorsneeman in bed kan bieden, blijkt wel uit de ‘astronomische verkoopcijfers’ van vibrators.

En de mannen? Aan hen is al dat gedoe met kunstmatige intelligentie vermoedelijk niet besteed. Mannen hebben genoeg ‘aan seks met opblaaspoppen’, zegt Henrik Christensen van het European Robotics Research Network. Dan is het makkelijk scoren: “Alles wat beweegt, is een verbetering.”