Eigenlijk is ‘zeilmeisje’ een interessanter woord, omdat er allerlei angsten en obsessies in worden samengebald die iets zeggen over deze tijd. Geen enkel onderwerp heeft het afgelopen jaar zo veel reacties opgeroepen als het verhaal van het meisje dat naar zee wilde. Televisietalkshows, columnisten, ingezonden-brievenschrijvers, hoofdartikelen in de krant, iedereen bemoeide zich ermee. De maandag voor Kerstmis opende de Volkskrant zelfs met het nieuws dat het weggelopen zeilmeisje gezond en wel weer was teruggevonden. Vanwaar die collectieve fascinatie voor een meisje met een droom?
Het verhaal van het zeilmeisje groeide uit tot een drama van klassieke allure. Met in de hoofdrol een soort Antigone, die onverzettelijk haar plan ten uitvoer wil brengen, hierin tegengewerkt door de wetten van de staat. In de Griekse tragedie stond het individuele geweten (Antigone wilde haar dode broer, de landverrader, netjes begraven) tegenover de wettelijke macht die zulks verbood, en bij het zeilmeisje gaat het om de individuele ambitie om de wereld rond te zeilen in weerwil van de wettelijke leerplicht, maar de overtuigingen die op elkaar botsen en de strijd die wordt gevoerd, nemen in beide gevallen herculische proporties aan. De rol van de staatsmacht valt toe aan instanties als de kinderrechter en de jeugdzorgambtenaren. Het klassieke koor wordt gevormd door de media en de duizenden stemmen op internet.
Hoe kan het verhaal van zomaar een tiener die toevallig iets buitenissigs wil zo groot worden? In Antigone ligt de oorsprong van de ellende in haar verdoemde familie. Haar vader was Oedipus, en haar moeder, Jocaste, was tegelijk haar grootmoeder, nou dan weet je het wel - uit zo’n incestueuze verhouding kan nooit iets goeds voortkomen. Het zeilmeisje heeft ook geen prettige familiale achtergrond. Haar ouders zijn gescheiden, maar belangrijker dan dat: ze zijn het niet eens over de opvoeding, ze zijn het niet eens over de zeilplannen en ze betwisten elkaar de voogdij. Deze verscheurdheid moet wel kwalijke gevolgen hebben voor de dochter, dat kan niet anders. Of een gezin nu intact is of gebroken, de eerste opdracht blijft om ervoor te zorgen dat de kinderen in redelijke harmonie kunnen opgroeien. Uitgaande van een minimaal harmonisch gezinsleven mag je verwachten dat ouders zorgvuldig omspringen met een buitenissig verlangen van een kind en dat ze via onderlinge compromissen tot een of andere oplossing komen. Maar deze ouders faalden en het opvoedwerk werd gedelegeerd aan Jeugdzorg, de instantie die eerder als symptoom van problemen kan worden aangemerkt dan dat ze de problemen oplost. Natuurlijk sloeg het zeilmeisje op de vlucht.
De fascinatie van het publiek voor dit verhaal geldt de repercussies van het echtscheidingsdrama dat daarachter ligt. Met of zonder wereldzeereis biedt het alle ingrediënten voor een moderne tragedie.






