Maar dan gaat Bosma in op de vraag of de islam als politieke ideologie en de islam in de dagelijkse praktijk hetzelfde zijn. Nee, erkende hij afgelopen weekend in NRC Handelsblad. Bosma kan rustig bij zijn Turkse kapper zitten zonder te hoeven vrezen dat die de ongelovige christenhond de keel zal afsnijden. Maar dat is, legt de politicus uit, omdat de kapper in ideologische zin helemaal geen goede moslim is. Deze man weet niet wat sharia is, of taqiyya - de opdracht om je ware bedoelingen te verdoezelen. Die man staat daar maar gewoon zonder bijbedoelingen te knippen.
Als het nu zo mocht zijn dat er zoals deze kapper duizenden, nee, miljoenen moslims in Europa rondlopen, is de dreiging van islamisering in de praktijk dan niet kleiner dan Bosma het voorstelt?
Nee, zegt hij, want je weet het met moslims maar nooit. Daar kan de kapper het mee doen.
Of niet. Want het is inmiddels hoog tijd dat er, zo die bestaat, een groep welbespraakte liberale moslims opstaat die, desnoods keer op keer, gaat uitleggen hoe het nou zit met die gematigde islam. Hoe zij tegen de Koran aankijken, hoe zij de teksten interpreteren, hoe ze het verschijnsel taqiyya zien, hun geloof beleven, de maatschappij ervaren. Neem die angst weg. In de duidelijke taal van Wilders en Bosma, graag.
Eduard van Holst Pellekaan ([email protected])


