Het was voor mij een totaal overrompelende ervaring. Stiekem huilde ik; niet van de pijn, maar van ontroering. Maar dat heb ik niet met hem gedeeld. Ik hield alles voor mezelf. Het was meer míjn ervaring dan de ónze. Sommige mensen willen dat seks intiem is. Vinden dat je iemand moet kennen. Maar ik zocht geen intimiteit. Ik zocht de overgave.
Voor hem had ik genoeg vriendjes gehad, en die vond ik allemaal saai. Bij mijn ontmaagding - al vind ik dat een vies woord, ontmaagding - past niet de buurjongen die iedere dag op de thee komt. Mijn Franse jongen was geheimzinnig. Ik wist bijna niks van hem. Als hij in Nederland was, haalde hij me op in zijn Citroën DS.
En voor ik het wist, was hij weer vertrokken. De intense botsing tussen onze emotionele afstand en de fysieke nabijheid die je voelt als iemand bij je binnendringt, was mijn eerste kennismaking met de gevaarlijke polsslag van de liefde.
Ik bleef verliefd op hem tot hij me een aanzoek deed. Hij vond het waarschijnlijk tijd om te trouwen. Maar ik ging net studeren en zag daar helemaal niets in. Daarna heb ik hem een hele poos niet gezien. Toen we elkaar weer ontmoetten, waren we allebei veranderd. Hij had een nieuwe relatie, vertelde hij, met een Française. En ik was van het schoolmeisje dat zijden jurkjes droeg veranderd in een linkse studente in spijkerbroek. We hebben nog wel seks gehad na die ontmoeting, maar eigenlijk hadden we dat niet moeten doen. Je moet nooit seks hebben als het over is. De melancholie die je dan voelt, doet ook wat met je herinnering aan de periode die is afgesloten. We probeerden iets terug te halen wat er niet meer was. Maar ik heb nog jaren aan hem gedacht als ik ergens zijn parfum rook.”


