Leven

Lijsttrekkers, bedankt!

Nederland beleeft een uitermate boeiende en leuke verkiezingscampagne. De lijsttrekkers verdienen daarvoor een dikke pluim.

04/06 | 2010
door Roelof Bouwman
Leestijd 4 minuten

Natuurlijk, de zegswijze dat de dag niet dient te worden geprezen voor het avond is, geldt ook voor verkiezingscampagnes. En aangezien de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni nog niet is afgelopen, is het dus eigenlijk nog te vroeg voor het opmaken van een eindbalans. Maar de verleiding om toch al een poging in die richting te doen is groot, vooral omdat het (tot dusverre) een campagne betrof die aan opvallend veel kwaliteitseisen voldeed. Iets minder plechtig geformuleerd: er viel, anders dan in bijvoorbeeld 2003 en 2006, ontzettend veel te genieten, zelfs voor campagneliefhebbers die gewend zijn met weemoed terug te denken aan de ‘gouden’ jaren zeventig, toen legendarische kopstukken als Joop den Uyl, Dries van Agt, Hans Wiegel, Marcus Bakker en Hans van Mierlo de degens met elkaar kruisten. Die tijden keren uiteraard nooit weerom, maar we kwamen er dit jaar wel akelig dichtbij. En wie anders dan de lijsttrekkers zouden we daarvoor een compliment moeten maken?

Bij het CDA heette die lijsttrekker - voor de vierde keer op rij - Jan Peter Balken-ende. Over hem valt een hoop te zeggen, maar toch vooral dat hij tijdens verkiezingscampagnes altijd het best op dreef is. Dat was ook deze keer weer het geval, en wie dat slechts een geringe verdienste vindt, herinneren we graag aan de twee CDA-lijsttrekkers die Balkenende in de jaren negentig voorgingen: de robotachtige technocraat Elco Brinkman en de stoffig ogende ex-diplomaat Jaap de Hoop Scheffer. Hoewel beiden ten tijde van hun lijsttrekkerschap jonger waren dan de inmiddels 54-jarige Balkenende, waren ze (óók) in campagnetijd nimmer te betrappen op diens ausdauer, incasseringsvermogen en scoringsdrift, laat staan dat je ooit de indruk kreeg dat ze er, om met Pim Fortuyn te spreken, ‘zin an’ hadden.


Ook Mark Rutte was al eerder lijsttrekker. Maar wat een verschil met vier jaar geleden, toen hij zich geen moment wist te mengen in de horse race tussen Balkenende en Wouter Bos en zijn meest in het oog springende campagneactiviteit bestond uit een in badjas afgegeven interview aan een dito uitgedoste verslaggeefster van Viva. Rutte is sindsdien ‘gegroeid’, zoals dat heet, en tot welk formaat viel op 24 april te zien op de VVD-ledenvergadering in Papendal, waar hij een meer dan uitstekende speech afstak, en vervolgens ook tijdens het RTL-premiersdebat en het drie dagen later gehouden Carré-debat, waarvan hij in beide gevallen door de kijkers tot winnaar werd uitgeroepen. Is Rutte dus inmiddels een VVD-leider van het kaliber Hans Wiegel en Frits Bolkestein? Nee, zó ver is het nog niet, maar een vergelijking met alle overige VVD-lijsttrekkers van de afgelopen dertig jaar (Ed Nijpels, Joris Voorhoeve, Hans Dijkstal en Gerrit Zalm) kan hij anno 2010 glansrijk doorstaan.

Ook voor Geert Wilders geldt dat hij de afgelopen weken als lijsttrekker een heel wat gunstiger en vooral ook menselijker indruk maakte dan in 2006. We zagen hem in debatten bij tijd en wijle ontspannen lachen en tijdens pauzes was hij regelmatig te betrappen op amicale onderonsjes met collega-lijsttrekkers. Waren we hier getuige van een nieuwe, ‘ontdooide’ Wilders? Nee, het is iets ingewikkelder. Vaste bewoners van het Binnenhof - het parlementaire journaille incluis - weten al veel langer dat Wilders in de Haagse wandelgangen allerminst geldt als een paria en dat hij bijna vriendschappelijke contacten onderhoudt met zelfs zijn grootste politieke opponenten. Nieuw is dus vooral dat Wilders ervoor lijkt te hebben gekozen om die ‘ontspannen’ rol nu ook te spelen als er camera’s in de buurt zijn en heel Nederland kan meekijken. Wat er ook van die strategie gezegd kan worden: er gaat een geruststellend effect van uit, en het verkoelt op een welhaast verkwikkende wijze de nog altijd behoorlijk hete PVV-soep die Wilders ons gewend is op te dienen.


Over Alexander Pechtold en Femke Halsema hoorde je tijdens de campagne vaak zeggen dat ze ‘geen fouten’ maakten of dat ze tijdens debatten presteerden op ‘het niveau dat van ze verwacht kon worden’. Maar waarom zo karig? Zijn we alweer vergeten dat D66 ons bij Kamerverkiezingen jarenlang trakteerde op lijsttrekkers als Els Borst (1998) en Thom de Graaf (2002 en 2003)? Pechtold steekt met kop en sc houders boven beiden uit, en waarachtig niet alléén omdat hij zijn partij voor het eerst in zestien jaar aan zetelwinst bij Kamerverkiezingen gaat helpen. Halsema, op haar beurt, wilde in het verleden nog weleens irritatie wekken op momenten dat ze met een huilerige Ria Beckers-stem haar vermeende monopolie op ethisch denken verdedigde, maar die truc haalde ze dit jaar gelukkig zelden uit de kast. Bij GroenLinks denken we bijgevolg steeds vaker aan ‘modern’, ‘vrijzinnig’ en ‘innovatief’, en steeds minder vaak aan Novib-kalenders, linnen schoudertasjes en kringloopwinkels. Laten we Halsema voor die trendbreuk dankbaar zijn.

Job Cohen en Emile Roemer waren dit jaar de enige debutanten in het lijsttrekkerspeloton. Andere overeenkomsten bleken er niet te zijn, want Cohen deed het aanzienlijk slechter dan (bijna) iedereen had verwacht en Roemer aanzienlijk be- ter. Dat we niettemin op een bepaalde manier van beiden hebben genoten, heeft ermee te maken dat Roemer en Cohen zo mooi lieten zien dat politiek nog altijd eerst en vooral een ambacht is, en dat een loopbaan als gemeenteraadslid in Boxmeer en backbencher in Den Haag daarvoor een veel betere leerschool is dan een carrière vol benoemingen (hoogleraar, rector magnificus, staatssecretaris, burgemeester) waaraan nooit een kiezer te pas is gekomen. Dat Cohen zich momenteel tot het uiterste inspant om de op één na slechtste PvdA-uitslag bij Kamerverkie-zingen te evenaren (de 33 zetels van Bos uit 2006), terwijl Roemer, zelfs als hij op negen zetels zou blijven steken, nog altijd kan zeggen dat de bijna veertigjarige SP alleen de vorige keer beter scoorde, is, zo bezien, een stukje democratische gerechtigheid.


En dus strekken onze felicitaties voor de verkiezingscampagne van 2010 zich breed uit. Jan Peter, Mark, Geert, Alexander, Femke, Emile en Job: bedankt, het was een mooie wedstrijd!