En dat is veel meer dan het voornoemde duo. Ik proefde bijvoorbeeld opwindende wijnen uit Villány, Somló en Balaton. Gemaakt van kadarka, hársvelu, cserszegi fuszeres, druiven die klinken als een zigeunerorkest. Ofschoon dat namen zijn die een snelle internationale doorbraak in de weg staan, zet Hongarije niet extra in op de internationale druivenrassen. Richárd Nemes, directeur van het promotiebureau Wines of Hungary, zegt daarover in de special die het blad Perswijn aan het wijnland wijdde: “Dat zijn weliswaar blijvers, maar er zijn duidelijke aanwijzingen voor een groeiende belangstelling voor lokale eigen rassen.”
Daartoe behoort ook de juhfark, vrij vertaald ‘schapenstaart’. Een druif die de hoofdrol opeist in de Kreinbacher Nagy Somlói 2007 (€12,50). Het is de lokale held die vaste grond onder de voeten heeft gekregen op een oude vulkaan, terroir dat een jaar of twintig geleden herontdekt is. Blij toe, want er is sprake van een bijzondere wijn. Met ingetogen, bijna voorzichtig geel fruit. Bloesem, een partje perzik, wat mandarijn, mineralen - hoe kan het anders met een vulkaan als roots - en een snippertje notigheid dankzij een lagering op vijhonderdlitervaten van Hongaars eiken. In eerste instantie lijkt het wijn vol schuchterheid. Maar dan komt dit wit tot volle wasdom en verrast je. Als een puberdochter die plots in haar galajurk en op hoge hakken de kamer in komt en vraagt: “Pap, wat vind je?’” Tja, wat moet je dan zeggen? “Lekker?”
Miranda Beems Wijnimport. www.wijnadvies.com.

