Mannen die roepen ‘Ik ben een feminist’ vind ik eng. Die verdenk ik van onzuivere motieven. Aan dubbele-moraalridders als de Amerikaanse ex-politicus Eliot Spitzer, die ten strijde trok tegen de prostitutie ‘in al haar vrouwonvriendelijkheid’ en vervolgens een hoerenloper bleek.
Antiseksisme lijkt veelal een hol modewoord dat het goed doet in de publieke opinie, en als leidraad van links-socialistische stromingen. Paul Rosenmöller, wiens vrouw tijdens zijn fractievoorzitterschap van GroenLinks twee dagen in de week werkte en verder zijn onderbroeken streek, weet daar alles van. Ook de Occupy-beweging, die immers anti-alles is, laat zich voorstaan op haar antiseksisme. Ik was onlangs op het Beursplein voor een reportage. Een handvol vrouwen zag ik tussen de jungle van elkaar overschreeuwende mannen. Geen van hen sprak tijdens de General Assembly, de Occupy-versie van democratische besluit-vorming. Stilletjes hielden ze zich op, helemaal achterin bij de voedseltent.
Occupy Amsterdam is net zo antiseksistisch als antiglobalistisch. Ze voeren de actie en dragen de maskers die ze hebben afgekeken bij hun makkers elders op de aardbol, ze schrijven op een bord ‘Seksisme is als kapitalisme’ en duwen vervolgens hardhandig een vrouw weg voor mijn camera om zelf het woord te voeren. Doe mij maar een laagje geswaffel en daaronder gewoon gelijkheid, in plaats van andersom.

