Sorry trouwens, dat dit excuus een paar dagen te laat is. Een paar dagen op honderdvijftig jaar is niet zo veel. Sorry voor alle ellende die ervan is gekomen, ook later nog. Dat sommige mensen met mijn huidskleur zich tot op de dag van vandaag verheven voelen boven mensen met jouw huidskleur. Ik wil je hierbij mijn welgemeende excuses aanbieden, namens hen. Ook namens hen.
Namens de mensen die hebben geleerd te haten, die zijn vergeten hoe je liefhebt. Ik wil me excuseren voor de mensen die denken dat het hip of stoer is om neger te zeggen. En voor de keren dat ik het zelf zei zonder erbij na te denken. Ik wil me ook excuseren voor het feit dat we nog steeds zwarte Pieten hebben. Sorry voor de pijn die jij in je ziel misschien wel meedraagt of die je ouders droegen, je opa’s en oma’s, je overgrootouders. Oh, en dankjewel.
Dank je, dat je zo sterk bleef. Dat je overeind bleef, ondanks vernederingen. Dank je dat je trots bleef. Terecht trots. Dank je, dat je bent gebleven. Dank je dat jouw kleinkinderen ook mijn kleinkinderen kunnen zijn en dat jouw volk mijn volk is. Dat je samen met mij gelooft dat er een dag zal komen dat het over is. Dat er geen onderscheid meer gemaakt zal worden. Dank je, dat je samen met mij wilt geloven dat het voorgoed voorbij is - als iets tenminste ooit voorgoed voorbij kan zijn. Als ik kon toveren waren er dingen heel anders gegaan. Maar dat kan ik niet. Ik kan niet zoveel meer doen dan dit stukje schrijven. En je bedanken.
Als Nederland het niet kan, dan wil ik het wel doen.






