Sardonisch plezier
Maar ik maak graag een uitzondering voor de lieve sukkelaars die ook hun minder jaloersmakende prestaties delen.’I just completed a 2 minute run, check it out!’. Kijk, dat vind ik uitnodigend! De linkjes naar de, zonder twijfel hijgend en binnensmonds vloekend voltooide, rondjes van de minder sportieve goden bekijk ik met sardonisch plezier. En ja, dat is op dezelfde manier leuk als waarom het kijken naar filmpjes waarin dikke mensen door een trampoline zakken leuk is: leedvermaak.
Ik kan het zelf namelijk echt niet. De weinige hardlooprondjes die ik liep met mijn telefoon in mijn broekzak en Runkeeper aan gingen steevast slechter dan de rondjes die ik liep met alleen mijn sleutels en iPod. Ik weet waar dat aan ligt. Als niemand kijkt kan ik alles, maar als ik me bespied waan word ik onhandig, sloom en vooral: onsportief. Het idee dat ik na afloop mijn prestaties tot in detail kan meten en ik niet alleen, met mij de hele wereld, maakt van mij een onsportieve dweil.
Robotversie
Het is niet zo dat ik bang ben voor het meten van mijn prestaties, ik wil het gewoon niet weten. Net zoals ik ook niet wil weten wat mijn slaapritme precies is, ik mijn hartslag niet wil loggen en ik niet wil bijhouden wat ik elke dag eet. Ik weet wel dat het kan, ik wil het niet. Ik wil namelijk helemaal geen quantified self, want mijn quantified self voelt helemaal niet als ‘ik’. Het voelt als een robotversie van mezelf, die alles onder controle heeft.
Runkeeper is een vorm van quantified self die zo veel zogenaamde zelfcontrole biedt, dat ik het niet meer geloof. En bovendien, zo stoer staat het niet: ‘Eva just completed a 2,5 minute run’.






