Nog altijd vinden veel mensen homoseksualiteit een ziekte, iets waarvan een man of vrouw kan worden genezen. Poetin bijvoorbeeld. Wetenschappers zijn echter al jaren geïnteresseerd in de biologische ‘oorzaak’ van homoseksualiteit.Enkele weken geleden bleek uit Amerikaans onderzoek dat genen meer invloed hebben op de seksuele oriëntatie van mannen dan werd gedacht. Dit stuit op een probleem: homo’s planten zich veel minder vaak voort dan hetero’s, dus hoe zit dat precies, hoe past homoseksualiteit in de evolutietheorie van Darwin? Daar is nog geen eenduidige wetenschappelijke verklaring voor, maar de BBC kwam met de volgende vier theorieën:1. “Homo-genen hebben andere effecten”
Theorie: genen die ervoor zorgen dat de ene persoon homoseksueel is, kunnen op een ander persoon een tegengesteld effect hebben. Dit kan op twee manieren:* Dragers van het gen zorgen ervoor dat het wordt overgedragen aan hun kinderen, en in enkele gevallen krijgt iemand een flink dosis van het gen. Die familieleden planten zich minder voort, maar dat wordt weer gecompenseerd door het reproductieve voordeel van de andere dragers van het gen.* De andere mogelijkheid houdt in dat een bepaalde groep genen een tegengesteld effect hebben bij het andere geslacht, kort door de bocht: leiden genen bij mannen tot homoseksualiteit, dan kunnen ze de vrouwen in de familie aan meer kinderen helpen.==> deze snap ik niet helemaal, graag nog 1 of 2 zinnen uitleg.2. Paul Vasey, universiteit van Lethbridge, Canada: “Homo’s zijn helpers in het nest”
Homoseksuelen krijgen minder kinderen dan hetero’s. Maar niet getreurd: homo’s zijn bereid te helpen als hun broers of zussen zich voortplanten. Altijd handig, een babysitter in de buurt of een beetje extra geld. Hulpjes in het familienest dus.==> maar dan sterven ze toch alsnog uit??? ik snap dit argument niet.
Een kanttekening van sceptici bij deze theorie is dat we gemiddeld maar 25 procent van onze genetische code meegeven aan onze neefjes en nichtjes,==> hoe bedoel je? ik geef toch geen genetische code van mijzelf mee aan neefjes en nichtjes? dat is toch gewoon 50% van de vader en 50% van de moeder?dus voor elk kind dat homo’s zelf niet krijgen moeten er twee neefjes of nichtjes worden geboren.==> ???Vasey is nog niet klaar met zijn onderzoek, zo weet hij niet of homoseksuele oriëntatie het aantal kinderen in een familie bepaalt.==> waarom is dit relevant???Wel onderzocht hij in Samoa de fa’afafine, een derde geslacht==> wat is ‘een derde geslacht’??? zijn dat mannen, vrouwen, shemales??? is het een subgroep, of doen alle mannen bij de faafafine dat??van mannen die zich als vrouwen verkleden, hetero zeggen te zijn maar wel seks hebben met mannen. Ze gedroegen zich vaker als ooms tegenover de kinderen in hun familie dan (andere) heteromannen.==> hoe gedraag je je als oom, en wat deden heteromannen dan? en: tegen hun eigen kinderen of die van anderen (ik neem aan dat laatste, maar dat roept wel de vraag op hoe ze zich dan tegen hun eigen kinderen gedragen). Een homo-oom gedraagt zich als een oom, een hetero-oom gedraagt zich als ... ????3. Homo’s krijgen ook kinderen
Dat iemand homo is, wil niet zeggen dat hij of zij zich niet voortplant. Er zijn genoeg homoseksuele stellen die kinderen hebben, en in veel gevallen zijn ze gewoon de biologische ouder van hun kind.==> allebei? of ‘is een ervan gewoon de biologische vader/moeder van het kind’Zestig procent van de homo-, bi- en transseksuelen in de VS met een kind zijn de biologische ouders. De cijfers zijn niet hoog genoeg om genetische kenmerken voor deze groep te ondersteunen.==> deze zin snap ik niet. ‘genetische kenmerken ondersteunen??’==> misschien moet je sowieso even toevoegen dat homo’s in veel gevallen geen homoseksuele relaties hebben, maar met een heteroseksueel leven.Zoals evolutiebioloog Joan Roughgarden tegen de BBC zegt: ‘Veel mensen hebben eeuwenlang hun geaardheid onderdrukt, voelden zich gedwongen te trouwen en zich voort te planten’. Daarom zou het kunnen dat er in het verleden meer voortplanting bestond onder homoseksuelen dan nu.4. Het is niet allemaal DNA
Genen verklaren een deel van de seksuele geaardheid, maar lang niet alles. Er bestaat ook een zogeheten ‘big brother’-effect: jongens met oudere broers hebben meer kans homo te zijn. Met elke oudere broer neemt de kans met ongeveer een derde toe. Hoe dat precies werkt weet niemand, al bestaan daar ook weer verschillende theorieën over.
Ook kan blootstelling aan een abnormale hoeveelheid hormonen voordat een baby wordt geboren invloed hebben op de geaardheid.
Bij identieke tweelingbroers zit het weer heel anders: onderzoek wijst uit dat de kans dat je homo bent als je tweelingbroer dat is wordt geschat op twintig procent. Dat is erg weinig voor mensen met een identieke genetische code.




