Vanaf 1 december 2020 is in ons land het testbeleid aangepast. Mensen met klachten én mensen zonder klachten kunnen zich laten testen. Per dag worden er inmiddels duizenden (snel)testen uitgevoerd.
Er zijn op dit moment twee soorten testen in omloop: de standaard RT-qPCR-test, de test die het RNA van het SARS-CoV-2-virus aantoont, en de zogenaamde sneltest. Er bestaat veel onduidelijkheid over de testresultaten. Het is bijvoorbeeld bekend dat coronatesten van verschillende fabrikanten ook tot verschillende testresultaten kunnen leiden. Ook externe factoren – zoals monsterafname en transport, vakbekwaamheid van personeel, machines en de laboratoriumomgeving – spelen een rol in de betrouwbaarheid van de resultaten. Het is onduidelijk of bij analyse van een monster in verschillende diagnostische centra dezelfde uitslagen verkregen worden. Ook is onduidelijk of een monster dezelfde uitslag genereert als deze op dezelfde dag bij een andere teststraat zou zijn afgenomen.
Het is niet verkeerd om met enige argwaan naar de testresultaten te kijken. Op 9 februari 2021 sloot de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd per direct het laboratorium achter een commerciële teststraat in Eindhoven. Het bedrijf achter de teststraat opereert onder de naam PCRtestNederland en Corona Sneltest Eindhoven en is onderdeel van de GoedGezondGroep. Deze organisatie heeft in totaal zestien testlocaties, waarvan veertien in Nederland, één in België en één in Duitsland. De inspectiedienst heeft ernstige tekortkomingen geconstateerd in de wijze waarop de diagnoses in dat laboratorium worden vastgesteld. Er kon bijvoorbeeld niet worden aangetoond dat de PCR-test die wordt aangeboden voldoet aan de geldende kwaliteitseisen. Het laboratorium bleek daarnaast ook niet geaccrediteerd en gecertificeerd te zijn en bekwaamheid en bevoegdheid van medewerkers kon niet worden aangetoond. Ook de locatie bleek volgens de inspectie niet geschikt voor het uitvoeren van PCR-testen. Het laboratorium mag daarom niet meer vaststellen of mensen besmet zijn met het coronavirus. De zestien teststraten mogen wel openblijven, maar het bedrijf heeft volgens de inspectie per direct besloten om te stoppen met het afnemen van de PCR-testen. Ernstig, temeer omdat het overheidsbeleid deels is beïnvloed door data die door dit bedrijf is aangeleverd.
Weinig consistentie in het testbeleid
Zowel de RT-qPCR-testen als de sneltesten zijn niet geschikt voor analyses van mensen zonder klachten. De sneltesten zijn door de Food en Drug Administration (FDA) alleen vanwege de noodsituatie goedgekeurd. Er is dus geen licentie voor deze testen. Bovendien zijn de sneltesten niet gevalideerd voor kinderen. De testen zijn bedoeld voor analyses tijdens de eerste zeven dagen na aanvang van griepverschijnselen. De hoeveelheid RNA en eiwit van het virus is in die periode hoger door een hogere virale lading. Een infectie is daardoor met meer zekerheid te diagnosticeren.
In feite is voor de diagnose Covid-19 aanvullend een klinische diagnose nodig met extra aanvullende klinische parameters. In de praktijk gebeurt dit alleen bij mensen die naar de huisarts of naar het ziekenhuis gaan. Wordt buiten deze periode van griepklachten gemeten, dan daalt de specificiteit en sensitiviteit van de testen en is het risico op vals-positieve uitslagen veel groter. Daarbij komt ook nog eens dat de World Health Organization (WHO) op 20 januari 2021 heeft aangegeven dat mensen zonder klachten met een positieve uitslag tweemaal getest dienen te worden. In aanvulling daarop moeten ze ook aan een klinische diagnostiek met klinische parameters onderworpen worden, om zeker te zijn dat ze besmet zijn met het SARS-CoV-2-virus.
Als een coronatest positief is, wordt er een zogenaamde Ct-waarde gerapporteerd. Deze waarde geeft aan na hoeveel keer verdubbelen er materiaal van het virus is aangetroffen in het monster. Hoe minder virus in het monster zat, hoe meer verdubbelingen nodig zijn om dat virus aan te tonen. Een Ct-waarde van 16 duidt dus op meer virus dan een Ct-waarde van 30.
Een positieve RT-qPCR-test bij mensen zonder klachten betekent niet dat iemand Covid-19 heeft of een besmettelijk SARS-CoV-2-virus over kan dragen
Door vele wetenschappers is aangetoond dat het aantal reproductiecycli (Ct-waarde) van 35 tot 45 in de RT-qPCR-test, dat door vele laboratoria gebruikt wordt om tot een positieve testsignaal te komen, te hoog is afgesteld. Analyses van monsters met positieve waarden bij een Ct-waarde hoger dan 30 hebben in laboratoriumtesten geen besmettelijk virus aan kunnen tonen. Dat betekent dat een persoon met een positief resultaat in de RT-qPCR-test bij een Ct-waarde hoger dan 30 vals-positief kan zijn. Bij een Ct-waarde van 30 worden veel minder mensen positief getest. Echter, een positieve test bij een Ct-waarde van 40 wordt wel als besmetting gedocumenteerd. In hoeverre Nederland de door de WHO aanbevolen richtlijn voor mensen die asymptomatisch (zonder klachten) zijn en een Ct-waarde 30 of minder aanhoudt, is niet bekend.
Een positieve RT-qPCR-test bij mensen zonder klachten betekent niet dat iemand Covid-19 heeft of een besmettelijk SARS-CoV-2-virus over kan dragen. Het RNA van het virus (niet het hele virus, dat is het complete RNA + virusmantel) kan na het doormaken van een infectie namelijk nog maanden in het lichaam aanwezig blijven. Het virus is dan nog aanwezig in het lichaam, maar het is niet meer besmettelijk, omdat het niet compleet is. Omdat ook niet bekend is welke primers ( het stukje RNA dat dienstdoet als startpunt bij PCR) en antigenen (molecuul dat in staat is een reactie van het afweersysteem op te wekken) in testen gebruikt worden, is het onduidelijk of onderscheid gemaakt kan worden van andere coronavirussen.
Coronavirussen zijn in het herfst- en winterseizoen al jaren veroorzakers van griepverschijnselen. Er is dus een hoop onduidelijkheid over de cijfers en hoe deze tot stand komen. De overheid trekt geen consistente lijn. Zelfs op een en dezelfde testlocatie kan er sprake zijn van verschillende testuitslagen. Veranderingen in aantallen kunnen even zo goed te maken hebben met een verandering van het testbeleid dan een effect zijn van een hogere besmettelijkheid van een virusvariant of strengere maatregelen. Transparantie over wat en hoe gemeten wordt, is belangrijk om stijgingen en dalingen van data en de noodzaak van maatregelen te kunnen begrijpen.
Transparantie is nodig
Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat de overheid geen grip heeft op betrouwbare testen die de basis vormen voor het coronabeleid. Omdat de coronamaatregelen zo’n zware impact hebben op de samenleving en er sprake is van verschillende misstanden, is transparantie noodzakelijk. Nog een laatste voorbeeld: in vergelijking met andere landen blijft in Nederland het percentage positieve testen (11,4 %) opvallend hoog. De reden hiervan is onduidelijk.
In de technische briefing van 4 februari geeft prof. dr. Jaap van Dissel aan dat ook mensen zonder klachten (asymptomatisch) in de besmettingen worden meegenomen. Het percentage van de presymptomatische mensen - dus mensen die nog geen klachten hebben, maar wel het virus bij zich dragen - die later werkelijk een infectie krijgen is niet inzichtelijk. Andere cijfers zijn wel bekend. Zo’n 98 % van de mensen die het virus onder de leden heeft, vertonen geen of milde klachten. Het aantal mensen dat op de Intensive Care belandt, schommelt al maanden rond de 60 % ten opzichte van de eerste golf. Ook het aantal overlijdens ten gevolge van Covid-19 is 47 % minder ten opzichte van de eerste golf. Dat komt door een milder verloop van de ziekte en een betere behandeling waardoor het aantal ligdagen van gemiddeld 22 naar 8 ligdagen is afgenomen. Ziekenhuizen kregen deze zomer een uitbreiding van 1100 naar 1700 IC-bedden. De huidige bezetting blijft hier ver onder. Ook eerdere jaren was sprake van een overbezetting van de ziekenhuizen en tijdelijke opnamestop voor reguliere zorg tijdens het griepseizoen.
Testen die data aanleveren waarvan niemand weet welk percentage daarvan betrouwbaar is, worden dagelijks gebruikt voor de cijfers die in de media worden gepresenteerd en in de rekenkundige modellen op basis waarvan de overheid en het kabinet een beleid maken. Daar bovenop komt nog eens dat de wetenschappelijke logica ontbreekt voor het testen van mensen of kinderen zonder klachten, de regeling tot het verplicht dragen van mondkapjes en het instellen van een lockdown en een avondklok. De overheid en het kabinet zijn aan zet om binnen twee weken aan te tonen hoe betrouwbaar de uitgevoerde testen en rekenmodellen zijn die worden gebruikt om het coronabeleid te bepalen. Dat onderzoek moet worden gedaan door een onafhankelijke onderzoeksgroep.
Extra: Het reproductiegetal blijkt een complexe parameter
Vanaf het begin van de pandemie wordt gestuurd op het reproductiegetal; de R-waarde. Met een R-waarde kleiner dan 1 wordt minder dan 1 andere persoon besmet door iemand met Covid-19. Tijdens de eerste golf werden maatregelen versoepeld toen de R-waarde kleiner bleef dan 1. Sinds 15 december 2020 is deze parameter lager dan 1, maar de maatregelen zijn strenger geworden. In week 1 en 2 van 2021 was de R-waarde 0,93 respectievelijk 0,97.
De Britse variant (VOC), die sinds half december in Nederland waart, is volgens de rapportages veel besmettelijker (47 %) en heeft een R-waarde van circa 1,28, terwijl de R-waarde van het wildtype (de variant die vanaf januari 2020 onder de Nederlandse bevolking huist) inmiddels naar 0,86 is gedaald. Daarentegen is het aantal positieve testresultaten, of aantal mensen dat zich laat testen omdat ze griepklachten hebben, de laatste weken gedaald. En ook het aantal sterfgevallen ten gevolge van Covid-19 daalt. Of iemand besmet is met de Britse variant kan niet met de RT-qPCR-test of de sneltest bepaald worden. Een kiemsurveillance vindt plaats door genoom sequencing (het proces waarmee de samenstelling van het RNA kan worden bepaald) van het in het monster aanwezige genetisch materiaal. Dit gebeurt steekproefsgewijs.
De R-waarde blijkt een complexe parameter en wordt berekend op basis van epidemiologische modellen en aannames. Het Amerikaanse Center of Disease Control and Prevention (CDC) schrijft in haar publicatie van januari 2019 dat de R-waarde onderhevig is aan sterke fluctuaties. Zo kunnen modellen met kleine verschillen en aannames tot geheel andere R-waarden leiden. Het basisuitgangspunt voor de berekening is dat een hele populatie ontvankelijk is voor een infectie. De immuniteit van een populatie kan de R-waarde beïnvloeden. Het besef dat de R-waarde een hele grote rol speelt in de besluitvorming voor de maatregelen maakt transparantie over de aannames in het bepalen van de R-waarde noodzakelijk. Zeker omdat inmiddels gevaccineerd wordt en naar schatting al 2,3 miljoen Nederlanders beschikken over antistoffen door een natuurlijke infectie. In deze schatting is nog niet meegenomen dat de cellulaire immuniteit wel eens een veel grotere rol kan spelen in de bescherming tegen virale infecties. Prof. dr. Van Dissel geeft aan dat de besmettingen af kunnen nemen door immuniteitsopbouw – aangenomen dat iedereen na infectie beschermd is. Wanneer de Britse variant al bij 50 % van de mensen met positieve testen aanwezig is, is een toelichting op de prognose in stijging van het aantal besmettingen en de R-waarde aan te bevelen.






