Smeuïger en pakkender kreeg ik de titel niet, dat begrijpt u. Omdat het vrijdag is, de dag des Heeren van de mohammedanen waarop traditiegetrouw rond 1300 uren naar de preek van de week wordt geluisterd, val ik maar met de deur in huis: de jihadjunkies. De aanleiding is het zojuist verschenen boek Sultan en de lokroep van de jihad, een heuse pageturner die ik dientengevolge in één ruk uit las. Het ijzingwekkende en doorwrochte relaas is geschreven door twee onderzoeksjournalisten van dagblad De Limburger: Johan van de Beek en Claire van Dyck.Ze hebben het zelf keurig samengevat:In 2014 reizen drie jonge Nederlanders uit Maastricht naar Syrië. Eén van hen, Sultan Berzel, blaast zich kort na vertrek op in Bagdad en wordt de vermoedelijk grootste Nederlandse massamoordenaar uit de recente geschiedenis. Er zijn mensen die hem beschouwen als held en heilige. Anderen zien hem als slachtoffer van de grootste hersenspoeling ooit. Berzels Koerdische vriend, die met hem mee op jihad gaat, sterft op het Syrische slagveld. Met een glimlach op zijn gezicht, aldus zijn kameraden van IS. Hij ligt in een onbekend graf bij Raqqa. De derde uitreiziger, de bekeerlinge Aïcha, wordt wereldnieuws als ze weet te ontsnappen uit Syrië en terugkeert naar Nederland. Ze gelooft nog steeds in jihad. Waarom en hoe namen deze jonge mensen de afslag Islamitische Staat? Uitsluiting, vervreemding, idealisme, identiteit? Hadden ze tegen kunnen worden gehouden? Is er, na het kalifaat, een blijvend gevaar van radicalisering en terreur in Nederland?Van de Beek & Van Dyck lazen – los van het imposante veldwerk – alles wat er te lezen is over het onderwerp, en zeker wat de Nederlands/Belgische invalshoek betreft. Een heidens karwei, want de markt is overspoeld met boeken en studies over de jihad.Ik herken de queeste van de twee onderzoeksjournalisten. Ruim tien jaar geleden deed ik min of meer hetzelfde in mijn boek Brussel Eurabia. De aanleiding voor Brussel Eurabia was de zelfmoord in Irak door Muriel Degauque, de eerste blanke, vrouwelijke, Europese en ook nog eens Belgische Al Qaida-terroriste.Ik had destijds in alle bescheidenheid een soort In Cold Blood van Truman Capote voor ogen: een journalistiek boek schrijven op basis van een piepklein berichtje in de krant. Het boek kwam er, maar het lukte me niet echt om in de huid en de psyche van Degauque te kruipen. Dat lukte de Belgische journalist Chris de Stoop wel met zijn Vrede zij met u, zuster, waarvoor hulde.
Sultan en de lokroep van de jihad kruipt in de huid van de drie Maastrichtse jihadisten en laat zich lezen als een vrij precieze analyse van het fenomeen, al blijft het vrijwel onmogelijk aan te geven wanneer bij iemand de knop omgaat en hij of zij besluit zichzelf op te blazen voor de goede zaak.Voor een verstandig, hoogopgeleid persoon uit een goede familie is het onvoorstelbaar dat zo’n koekwaus heilig gelooft in de eeuwige jachtvelden waar hij de hele dag lekker mag neuken en gratis thee mag slobberen, tot het einde der tijden (voor de vrouwkes is er aanzienlijk minder vermaak in het hiernamaals).Van de Beek & Van Dyck beschrijven, haast thrillergewijs, de zelfmoordaanslag van de 19-jarige Sultan Berzel uit de Maastrichtste kansenparelwijk Wittevrouwenveld: “Zelfmoordterroristen zijn vaak opmerkelijk rustig in hun laatste uren. Sereen. Soms is er sprake van euforie. Twijfels die ze misschien voelden toen voor het eerst tot hen doordrong dat ze waren uitverkoren om shaheed te worden, zijn al lang geleden verdwenen. Ze zijn ontkoppeld. Vaak kunnen ze naar zichzelf kijken als personages in een film. Of in een droom. Sommige zintuigen maken overuren. Kleuren zijn intenser. Ze kunnen de lucht ruiken. De wereld is een toneel. En zij, de shaheeds, zijn acteurs. Op weg naar een finale die ook een begin is.”Sultan en de lokroep van de jihad laat zich ook lezen als een waarschuwing: you ain’t seen nothing yet.


