Vanaf vandaag buigen alle kinderen in groep 8 van de basisschool zich over een verplichte eindtoets, voorheen bekend als de Cito-toets. Deze is nu medebepalend voor het schoolniveau van het kind. Op dit toppunt van toetscultuur is echter de nodige kritiek.
Wat is in de kern het kwalijke aan de eindtoets?
“De vroege selectie, de essentie van de eindtoets, heeft enkele perverse neveneffecten. Het levert een eenzijdige cognitieve oriëntatie op: het gaat alleen om rekenen en taal. Dit is een enorme versmalling en verarming van de menselijke mogelijkheden. Uit veel recent neuropsychologisch onderzoek blijkt dat mensen over veel rijkere vormen van intelligentie beschikken, zoals muzikale en emotionele intelligentie. Daarbij wordt in dit systeem niet getest wat er door de jaren heen is geleerd, maar leren we de kinderen hoe ze zo goed mogelijk toetsen kunnen maken.”Maar hoe toets je dan de kwaliteiten van een kind?
“We moeten gewoon helemaal niet testen met toetsen. Het zijn slechts momentopnames. Hier worden kinderen altijd door benadeeld. Bijvoorbeeld als ze ziek zijn, of hun ouders in scheiding liggen. Daarbij benadeelt de eindtoets ook jongens, omdat die over het algemeen genomen op die leeftijd in mindere mate over de capaciteiten beschikken waarop de eindtoets test. Het levert enorm veel stress op voor de kinderen en voor de ouders. Het is werkelijk verschrikkelijk, zeker in steden waar de plaatsen voor vervolgopleidingen beperkt zijn, waardoor middelbare scholen steeds hogere drempels kunnen opwerpen.”Maar wat is het alternatief?
“We moeten af van de selectieprocedure en pas vanaf zestienjarige leeftijd het niveau van de leerling bepalen. Hierbij kan er rekening gehouden worden met een breed spectrum aan intelligentie, in plaats van enkel de cognitieve kwaliteiten. Een mogelijke tussenweg is dat je het makkelijker maakt om naar een ander niveau door te stromen. Dat mensen weer kunnen gaan stapelen.”






