Het College voor de Rechten van de Mens gaat een klacht behandelen van een Rotterdamse medewerker van de politie. Zij wil tijdens haar werk een hoofddoek dragen, wat door haar werkgever verboden wordt. In zijn dagelijkse column in het Algemeen Dagblad vindt schrijver en columnist Özcan Akyol er het zijne van.De Nederlandse korpsleiding verbiedt namelijk al zes jaar kenmerken die in strijd zijn met de neutrale uitstraling van politiemedewerkers. Dit kunnen tatoeages zijn of zichtbare piercings, maar ook keppeltjes en hoofddoeken horen niet. Maar moet deze regeling worden versoepeld? In andere landen -- zoals het Verenigd Koninkrijk -- wordt er soepeler omgegaan met dit soort uitingen. Het aanpassen van deze gedragscode kan namelijk leiden tot grotere diversiteit in het politiekorps.
Akyol twijfelt aan deze mogelijke oplossing. “Het politieapparaat moet een onafhankelijke en homogene organisatie zijn, waar secularisme een cruciaal element voor de beroepsgroep is,” schrijft hij. “Een rechercheur met een hoofddoek kan natuurlijk onpartijdig zijn, ook als ze een moskeebrand moet onderzoeken, maar de verdachten in deze hypothetische zaak zullen dat anders ervaren. Het zorgt voor onrust.”Volgens de columnist kan er een hellend vlak ontstaan. “Misschien besluit ze over een jaar wel dat ze mannelijke collega’s geen hand wil geven, omdat dit in strijd is met haar geloofsovertuiging. Moet dat dan ook door de korpsleiding worden geaccepteerd?”






