Van alle Nederlanders is de helft te zwaar, heeft een miljoen diabetes en slikt meer dan vier miljoen bloeddrukverlagers. Maatregelen als een suikerbelasting kunnen de volksgezondheid al binnen een paar jaar flink verbeteren. Dat stelt Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Het aanpakken van ongezond eten gaat nog in te kleine stappen. Het wordt al snel bestempeld als betutteling.’’
Seidell neemt als voedingexpert deel aan het opstellen van het Nationaal Preventieakkoord. In dit plan van het ministerie van VWS moeten onder andere maatregelen worden vastgesteld die overgewicht gaan verminderen.
Eén van de maatregelen in het akkoord, dat in de loop van de zomer vorm moet krijgen, zou het invoeren van een suikertaks kunnen zijn. “Een belangrijke factor in het terugdringen van overgewicht is het aantrekkelijk maken van gezond voedsel, ten koste van het ongezonde. Zeker bij mensen met een lager inkomen, die doorgaans ongezonder eten, kan een prijsverschil van twintig cent doorslaggevend zijn in de keuze tussen vers en bewerkt eten.”Volgens Seidell is het slechts één voorbeeld van een maatregel wat uiteindelijk een totaalpakket moet worden.
Hij vergelijkt het overgewichtprobleem met een overstromende rivier. “Eén zandzak zal weinig verschil maken. Het Verenigd Koninkrijk, het land met het hoogste percentage obesitas in Europa, is daar een goed voorbeeld van. Daar wordt sinds dit jaar een suikertaks geheven, maar dat is dan ook vrijwel de enige overheidsmaatregel die daar tegen obesitas wordt gedaan. De effecten op overgewicht zijn daardoor minimaal.”De wetenschapper stelt dat de producenten, marketeers en verkopers van ongezonde voedingsmiddelen als frisdrank en snoep daarom ook aangepakt moeten worden. “Denk daarbij aan het verbannen van de verkoop van snoepgoed op middelbare scholen en een verbod op reclames gericht aan kinderen. Van producenten mag worden geëist het product gezonder te maken. Bijvoorbeeld een pak ontbijtgranen waar de suiker in een apart zakje moet zitten. Zo kunnen consumenten zelf bepalen, en vooral doorhebben, hoeveel suiker zij tot zich toenemen.”








