Mbo’ers, de ondergeschoven kindjes van het onderwijs, krijgen dit jaar voor het eerst een officiële jaaropening, een traditie die voor het hoger onderwijs al langer gebruikelijk is. Eerder streden de mbo’ers met succes voor het mogen voeren van de titel ‘student’ en vandaag komt daar de volgende overwinning bij: een officieel startsein door de koning. Big deal? Jazeker. “Het mbo is niets waar je je voor hoeft te schamen, sterker nog: het is iets waar je trots op mag zijn.” Het is niet de eerst grote verandering voor het mbo: eerder dit jaar maakte minister Van Engelshoven van Onderwijs bekend dat zij de term ‘deelnemer’, tot dan toe de gebruikelijke aanspreekvorm voor mbo’ers, over twee jaar aan de wilgen zal hangen. Het woord past in het rijtje managementtaal in het onderwijs, zoals coach, beide jeuktermen uit de sportwereld, zoals al eens duidelijk werd gemaakt door NRC-columnist Japke-d. Bouma.Met het koninklijke startsein van het schooljaar in Tilburg behaalt het mbo een nieuwe overwinning, want nog nooit eerder kreeg deze onderwijsvorm een dergelijke prominente aftrap. Overigens blijft het bij een bijeenkomst voor studenten in Tilburg, die geldt als landelijk begin van het mbo-jaar. Overige mbo-scholen starten het nieuwe jaar zoals voorgaande jaren. Zoals bijvoorbeeld op het ROC Nijmegen, waar de studenten een rondleiding krijgen door het gebouw en worden voorgesteld aan de docenten.En bij mbo Utrecht heeft elke locatie zijn eigen introductie. De ene opleiding heeft een introductiekamp, een andere opleiding heeft een dagprogramma, beide gericht op het leren kennen van docenten en medestudenten. Een officiële aftrap, zoals in Tilburg, is volgens woordvoerder Marieke van den Oever niet nodig. “Ik denk dat het juist goed is dat het mbo een algemene jaaropening heeft. Daardoor staat het mbo als onderwijsvorm in heel Nederland op een positieve manier op de kaart.”Dat de koning vandaag aanwezig is in Tilburg, is belangrijk voor het mbo, zegt Van den Oever. “Het mbo wordt nog wel eens ondergewaardeerd in vergelijking met het hoger onderwijs, waar een officiële opening wel gebruikelijk is. De maatschappij is echter net zo goed gebaat bij slimme doeners. Het is dus geweldig dat de koning het belang van het mbo persoonlijk komt onderstrepen. Dat is een stap in de goede richting voor meer zichtbare erkenning voor mbo’ers.”
Vanaf het studiejaar 2020-2021 mogen de mbo’ers zichzelf officieel student noemen. Daarnaast mogen de kersverse mbo-studenten zich aansluiten bij studentenverenigingen en krijgen zij studentenkorting. Overigens is deze aanspreekvorm voor een aantal mbo-scholen, zoals de ROC’s van Utrecht, Nijmegen en West-Brabant, al de normaalste zaak van de wereld.“Wij spreken al jaren van studenten,” zegt Van den Oever. “Daar hebben we vijf jaar geleden voor gekozen , maar ik ben blij dat het nu in de wet is vastgelegd.” Reden hiervoor is het gebruik van de term deelnemer, die volgens de mbo-scholen de lading totaal niet dekt: “Deelnemen heeft niets met studeren te maken. De titel student is een volwaardig en dekkend begrip voor waar we hier mee bezig zijn, ook al is dat meer praktijkgericht.” Ook het ROC Nijmegen zegt de nieuwe aanspreekvorm, die zijzelf al hanteren, gemakkelijker te vinden om ‘onze studenten te onderscheiden van middelbare scholieren’.







