Nieuws

Universiteit Leiden noemt niet-gemeld nevenwerk van hoogleraar Kinneging voor pro-Orbán denktanks ‘uit hoofde van zijn functie’

Hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging is verplicht al zijn nevenwerkzaamheden te melden bij Universiteit Leiden en te laten publiceren in een openbaar register. Toch ontbreken daarin activiteiten voor Hongaarse denktanks die nauw verbonden zijn met de regering van premier Viktor Orbán, een docentschap bij een omstreden Poolse masteropleiding en het voorzitterschap van een Nederlandse ANBI-stichting. Dat laatste had volgens de universiteit wél gemeld moeten worden. De overige bezigheden bestempelt rector Sarah de Rijcke nu als werk dat Kinneging uit hoofde van zijn functie verrichtte – en neemt daarmee namens het universiteitsbestuur de verantwoordelijkheid op zich voor activiteiten waarvan ze erkent niet op de hoogte te zijn geweest. Zo lijkt Universiteit Leiden minder transparant dan het naar de buitenwereld doet vermoeden.

16/02 | 2026
door Ton F. van Dijk
Leestijd 10 minuten
Afbeelding
beeldbewerking: hp/de tijd

Op 22 januari 2026 ontvang ik een e-mail met een tip. Het bericht komt van Anonymousemail, een dienst die niet herleidbaar is tot de afzender. De informatie betreft de Leidse hoogleraar Andreas Kinneging. De tipgever wijst erop dat de bekende rechtsfilosoof nevenwerkzaamheden verricht voor de Hongaarse en ‘pro-Russische’ denktank Századvég.

Er staat: “De (sic) nevenwerkzaamheden-register van de universiteit lijkt onvolledig te zijn, want het schijnt dat de betreffende hoogleraar ook elders werkzaam is. Een puntje van zorg! Namelijk Hongarije. Wat niet bekend staat als een democratisch bolwerk, en pro-Russische allianties.”

Als bewijs stuurt de anonymus een link mee naar de website van Századvég, waar Andreas Kinneging permanent vermeld staat als gastspreker. Bij het aanklikken zie ik inderdaad een foto van Kinneging, vergezeld van een beschrijving van zijn status als hoogleraar rechtsfilosofie aan Universiteit Leiden.

De tipgever legt ook uit waarom hij of zij juist mij benadert: “In het verleden schreef u over de nevenwerkzaamheden van een hoogleraar.” Er wordt verwezen naar een artikel van mijn hand in HP/De Tijd over nevenwerkzaamheden voor de politieke partij Forum voor Democratie die Kinneging verrichtte en niet volledig meldde aan de universiteit. De universiteit liet destijds weten: “We zullen nagaan of dit een juiste handelwijze is en zo nodig met betrokkene in gesprek gaan.”

Pikant detail: Kinneging vroeg ook twee promovendi werkzaamheden voor Forum te verrichten. De hoogleraar liet de vergoeding daarvoor overmaken op zijn privérekening. Een opmerkelijke gang van zaken die tot op de dag van vandaag niet door de universiteit is opgehelderd.

Kinneging vroeg twee promovendi werkzaamheden voor Forum te verrichten. De hoogleraar liet de vergoeding daarvoor overmaken op zijn privérekening.

En nu dus opnieuw een anonieme tip dat Universiteit Leiden mogelijk niet transparant omgaat met nevenwerk van de hoogleraar. Daarmee rijst de journalistieke vraag: is het sop de kool waard? Met andere woorden: is het relevant als Kinneging en de universiteit niet transparant zijn over zijn nevenactiviteiten?

Het beste antwoord op die vraag komt van Universiteit Leiden zelf. Op de website van de instelling komt het woord ‘transparantie’ vaak voor; het is een kernwaarde. In dat kader zijn hoogleraren verplicht nevenactiviteiten te melden en op te nemen in een openbaar register.

De universiteit schrijft zelf: “Met deze lijst willen de Nederlandse universiteiten de ontsluiting van gegevens over nevenwerk van hoogleraren verbeteren en bijdragen aan de transparantie hierover. (…) Zo kan de schijn van belangenverstrengeling worden tegengegaan.”

Dat openheid cruciaal is, blijkt ook uit een interview dat de rector, Sarah de Rijcke, geeft aan het universiteitsmedium Mare: ‘Ik geloof in een open, betrokken kennisgemeenschap, dus ik nodig iedereen uit – vooral jonge studenten, docenten, medewerkers – om naar me toe te stappen om ervaringen en ideeën te delen.” De Rijcke profileert zich dus nadrukkelijk als voorstander van openheid. Een woord dat in talloze beleidsstukken van de universiteit terugkomt onder het kopje ‘transparantie’. 

Voor nevenwerkzaamheden van hoogleraren hebben alle Nederlandse universiteiten zich gebonden aan de Sectorale regeling nevenwerkzaamheden 2024. Deze regeling schrijft dwingend voor dat hoogleraren álle nevenwerkzaamheden melden én publiceren, ongeacht hun omvang. 

Een uitgebreide zoektocht levert andere niet-gemelde nevenactiviteiten op.

Enige uitzondering geldt voor werkzaamheden die niets met de functie van hoogleraar te maken hebben. In de toelichting op de regeling staan voorbeelden als “het bestuurslidmaatschap van een amateursportvereniging of een schoolbestuur”.

Ook werkzaamheden die door de universiteit zijn opgedragen en dus rechtstreeks voortvloeien uit de functie, vallen niet onder de meldplicht. De toelichting stelt: “Alle werkzaamheden en activiteiten die niet tot de ‘functie en/of opgedragen taak’ bij de universiteit behoren, zijn nevenwerkzaamheden. Deze werkzaamheden worden niet onder de verantwoordelijkheid van de universiteit verricht.”

Er staat ook: “Het uitgangspunt is dat u alle nevenwerkzaamheden meldt.” En: “Bij twijfel dient u de activiteit te melden.”

Kortom, op basis van de regeling – die deel uitmaakt van de cao voor hoogleraren en dus juridisch bindend is – geldt de verplichting om alle nevenwerk te melden, tenzij het gaat om activiteiten die losstaan van het hoogleraarschap óf juist tot de taak als hoogleraar in Leiden behoren en onder verantwoordelijkheid van de universiteit plaatsvinden.

De vraag of de tip nader onderzoek rechtvaardigt, is daarmee beantwoord. Immers het lijkt op het eerste gezicht onwaarschijnlijk dat Kinnegings bezigheden voor een Hongaarse denktank door de universiteit zijn ‘opgedragen’ en onder eindverantwoordelijkheid van het universiteitsbestuur plaatsvinden, omdat ze direct uit zijn functie als hoogleraar voortvloeien. Dat zou een reden zijn waarom openbaarmaking niet vereist zou zijn.

Wat is Századvég eigenlijk? Het Amerikaanse nieuwsmedium CBS News meldt een politieke context: “De Századvég Foundation is een van de weinige Hongaarse denktanks die Hongaarse belastinggelden gebruiken om pro-regeringsdoelstellingen te bevorderen, waaronder het aanmoedigen van nauwere relaties met buitenlandse regeringen.”

Századvég werkt nauw samen met het eveneens door de Hongaarse overheid van premier Viktor Orbán en zijn partij Fidesz gefinancierde Mathias Corvinus Collegium (MCC). MCC wordt door critici gezien als een GONGO (Government-Operated Non-Governmental Organization): een organisatie die autoritaire overheden gebruiken om overheidsactiviteiten indirect legitimiteit te verschaffen. Zo kan een GONGO pro-overheidsinformatie verstrekken die lijkt te komen van een onafhankelijke bron.

De zaak diende in 2025 voor de rechtbank in Haarlem; Famula Boni werd in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van proceskosten ad 1726 euro.

MCC is de grootste onderwijsinstelling van Hongarije, maar net als bij Századvég domineert een politiek gestuurde agenda die een puur academische context lijkt te overstijgen. Zo was de Brusselse afdeling van MCC in 2024 betrokken bij het vormgeven van boerenprotesten en organiseerde het een bijeenkomst getiteld “Fight back against the EU’s war on farming”. MCC werkte daarbij samen met Farmers Defence Force; op de sprekerslijst stond Sieta van Keimpema, bestuurslid van de Nederlandse tak van FDF.

Ook in verband met Mathias Corvinus Collegium duikt de naam van Andreas Kinneging op. Niet alleen op de website van Századvég, maar ook op die van MCC heeft hij een permanente eigen pagina als spreker op diverse bijeenkomsten in 2023 en 2024. De Leidse hoogleraar verzorgde lezingen en nam deel aan een podcast. Ook deze informatie ontbreekt in het register van nevenwerkzaamheden, wat vragen oproept over hoe transparant de universiteit nu werkelijk wil zijn.

Maar er is meer. Een uitgebreide zoektocht levert andere niet-gemelde nevenactiviteiten op. Zo blijkt Kinneging volgens de website van het Poolse Collegium Intermarium als ‘lecturer’ te werken voor deze masteropleiding. Collegium Intermarium lijkt op het Hongaarse MCC en wil een ‘kuznia elit’ (smeedplaats) zijn voor de rechts-conservatieve elite in Polen. 

Volgens internetbronnen plaatste de huidige Poolse premier Donald Tusk het op een ‘zwarte lijst’. Volgens zijn voorstanders om misbruik van publieke middelen te controleren, in de ogen van critici als aanval op de vrijheid van meningsuiting door een ‘linkse’ premier. Ook deze nevenwerkzaamheden – het geven van colleges aan de in Polen ‘geblackliste’ masteropleiding – zijn niet vermeld in het publieke register.

In eigen land stuit ik eveneens op niet-gemelde activiteiten. De website van Stichting Oost West Academie vermeldt de Leidse hoogleraar als een van de twee docenten. Vanaf 2023 bood de stichting cursussen aan met Kinneging over Plato en Aristoteles, zijn specialisme. De kosten per student kunnen oplopen tot 895 euro, zo blijkt uit de nog steeds actieve website.

Dan is er Famula Boni. Deze stichting werd volgens de statuten in maart 2024 opgericht om de nagedachtenis van oud-VVD-leider Frits Bolkestein veilig te stellen. Voorzitter is Andreas Kinneging. Het is een ANBI-stichting die aan strenge financiële regels is gebonden, omdat giften aftrekbaar zijn. Volgens het speciale register van de Belastingdienst kreeg Famula Boni op 7 maart 2024 de status ‘cultuur-ANBI’, wat betekent dat schenkers hun giften voor een nog groter deel mogen aftrekken.

Hoewel het beleidsplan onder leiding van ‘Prof.dr. A. Kinneging’ spreekt van twee evenementen per jaar ter ere van Bolkestein en het opzetten van een naar hem genoemde scholarship, lijkt daar weinig van terechtgekomen. De enige traceerbare activiteit is het namens een buitenpromovenda van Kinneging aanspannen van een rechtszaak tegen de neef van de voormalige VVD-leider.

Ook deze nevenfunctie heeft hoogleraar Kinneging niet gemeld in het publieke register, waardoor deze zich opnieuw onttrekt aan het zicht van de buitenwereld.

De zaak diende in 2025 voor de rechtbank in Haarlem; Famula Boni werd in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van proceskosten ad 1726 euro. Saillant, want de inkomsten van de stichting komen uit fiscaal aftrekbare giften. Nu de stichting onder leiding van Kinneging de proceskosten van een verloren procedure heeft betaald en verder weinig activiteiten ontplooit, is het niet ondenkbaar dat de Belastingdienst indirect aan die kosten heeft bijgedragen via fikse aftrekposten voor donateurs.

Nog een detail: Famula Boni is conform de ANBI-regels en eigen statuten gehouden minimaal drie bestuurders in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Een uittreksel van het Handelsregister toont echter maar twee bestuurders. Dat lijkt op gespannen voet te staan met de eisen voor transparantie en goed bestuur die gelden bij aftrekbare giften.

Ook deze nevenfunctie heeft hoogleraar Kinneging niet gemeld in het publieke register, waardoor deze zich opnieuw onttrekt aan het zicht van de buitenwereld die vertrouwt op de transparantie van Universiteit Leiden en de ambitieuze rector Sarah de Rijcke.

Alle reden dus om haar persoonlijk om opheldering te vragen. Dat doe ik schriftelijk. Ik som mijn bevindingen op: Kinneging verzorgde een lezing voor de politiek georiënteerde denktank Századvég, die nauw verbonden is met de politieke partij van premier Viktor Orbán en tot doel heeft regeringsbeleid uit te dragen.

Sarah de Rijcke reageert via haar woordvoerder: “Indien de lezing als onderdeel van de werkzaamheden van een hoogleraar is gegeven, is het niet nodig de lezing aan te melden voor het nevenwerkregister. Dat is hier het geval.”

Hoe zit het dan met Kinnegings bezigheden in 2023 en 2024 voor Mathias Corvinus Collegium, dat zo activistisch is dat het onder meer in Brussel boerenprotesten organiseerde? Ook hier laat de rector weten dat deze activiteiten niet onder de meldplicht vallen “aangezien deze uit hoofde van zijn functie als hoogleraar zijn gedaan.” 

Een opmerkelijke uitleg, want als dit werk voor MCC uit hoofde van zijn Leidse hoogleraarschap plaatsvindt, valt het volgens dezelfde interpretatie onder verantwoordelijkheid van het universiteitsbestuur, het vloeit immers in dat geval direct voort uit zijn taakopdracht in Leiden. 

Interessant detail: Kinneging gaf niet alleen meerdere lezingen, maar Mathias Corvinus Collegium vermeldt hem op de website als ‘oprichter’ (founder) van het MCC Center of European Political Philosophy. Deed hij dit écht in opdracht en onder verantwoordelijkheid van het universiteitsbestuur?

Journalist Jesse Pinster van Follow the Money citeert in relatie tot MCC een opvallende uitspraak van John Laughland, directeur van het wetenschappelijk bureau van Forum voor Democratie en ‘visiting fellow’ bij MCC: het doel van MCC is om talent in Hongarije te bevorderen, emigratie te voorkomen en – laten we eerlijk zijn – een conservatieve, min of meer Fidesz-vriendelijke deep state te creëren om de vlam levend te houden wanneer Orbán niet langer aan de macht is.

University of Cambridge-professor Jo-Anne Dillabough spreekt in University World News over het ‘kidnappen’ van universiteiten door overheden en noemt MCC nadrukkelijk als voorbeeld: “MCC is inmiddels uitgegroeid tot een van de vele instellingen die fungeren als academisch vehikel voor extreemrechts, met vestigingen in zowel Boedapest als Brussel. Ze ontwikkelt zich tot een centraal financieel knooppunt voor politieke lobby en gedraagt zich steeds meer als een rechtse denktank en opleidingsinstituut voor een brede vorm van politieke socialisatie in mondiale ultrarechtse conservatieve waarden, in plaats van een instelling die (academische-red) graden uitreikt. Het is een universiteit als platform voor patriottische deugd.”

‘MCC is inmiddels uitgegroeid tot een van de vele instellingen die fungeren als academisch vehikel voor extreemrechts, met vestigingen in zowel Boedapest als Brussel.’

Jo-Anne Dillabough, professor Sociology of Education aan University of Cambridge.

Belangrijk: denkers uit rechts-conservatieve kringen wijzen deze lezing af en zien erin vooral een voorbeeld van links-liberale ideologie die met MCC bestreden moet worden. Juist vanwege dit verschil van inzicht lijkt transparantie des te belangrijker.

Hoe zit het met het niet-vermelde docentschap bij Stichting Oost West Academie? De regels eisen dat alle bezoldigde nevenwerkzaamheden gemeld worden. De stichting biedt sinds 2023 tegen betaling cursussen aan en vermeldt Kinneging ook nu nog als docent. 

De rector reageert via haar woordvoerder: “Dit betreft een stichting die zich ten doel stelt om werken uit de Westerse en Islamitische traditie naast elkaar te lezen. Het doel is dat er in de toekomst cursussen gegeven zullen gaan worden waaraan de heer Kinneging als docent bijdraagt. Tot nu toe heeft de heer Kinneging nog geen onderwijs gegeven voor de stichting.”

En de vermelding als lecturer bij de Poolse masteropleiding? Opnieuw de rector: “Dit betreft een onderwijsinstituut waar de heer Kinneging in 2021 een aantal keer een lezing heeft gegeven en een vak over ‘Human Rights’ heeft verzorgd. Hij is verder niet verbonden aan de opleiding of het instituut.” Verwarrend, want op de actuele website van Collegium Intermarium, wordt Kinneging nog steeds als ‘lecturer’ en ‘Professor CI’ opgevoerd.

Tenslotte Famula Boni, waar Kinneging voorzitter is. De rector laat weten: “Een dergelijke bestuursfunctie had inderdaad opgenomen moeten worden in het overzicht van nevenwerkzaamheden. Dat wordt nu alsnog in orde gemaakt. Overigens zal de heer Kinneging op korte termijn zijn functie bij de stichting neerleggen en overdragen.”

Hoe open Sarah de Rijcke zich ook profileert, de Hongaarse activiteiten van Kinneging zijn kennelijk iets waar de samenleving niet over geïnformeerd hoeft te worden.

Waar de regeling duidelijk lijkt – alle nevenwerkzaamheden moeten gemeld worden, omvang doet er niet toe – hanteert rector Sarah de Rijcke voor Kinneging een andere interpretatie: zijn bezigheden in Hongarije en Polen voert hij uit hoofde van zijn functie, en daarom hoeven ze niet in het openbare register.

Hoe open Sarah de Rijcke zich ook profileert, de Hongaarse activiteiten van Kinneging – inclusief zijn vermelding als ‘founder’ van het MCC Center of European Political Philosophy – zijn kennelijk iets waar de samenleving niet over geïnformeerd hoeft te worden.

Gevolg van deze opvatting: de werkzaamheden van hoogleraar Kinneging voor aan Viktor Orbán gelieerde organisaties, die mede tot doel hebben diens politieke agenda uit te rollen, vinden onder directe verantwoordelijkheid van het universiteitsbestuur plaats. 

Maar hoe geeft de universiteit invulling aan die bestuurlijke verantwoordelijkheid als rector De Rijcke via haar woordvoerder toegeeft niet op de hoogte te zijn geweest van Kinnegings activiteiten in Hongarije (‘Nee’)? Het oogt als een blanco cheque, die op gespannen voet staat met het streven naar transparantie en publieke verantwoording.

Slechts één functie (Famula Boni) werd volgens de rector ten onrechte niet gepubliceerd. Dat wordt nu ‘hersteld’. Over sancties bij niet-melden rept de regeling wel, maar de rector zwijgt daarover in haar antwoorden. Ook waarom Kinneging de voorzittersfunctie niet meldde, blijft onbeantwoord. 

Daarnaast wil De Rijcke niet ingaan op de eerdere betalingen van Forum voor Democratie voor werkzaamheden van twee promovendi op Kinnegings privérekening. Via haar woordvoerder beroept ze zich op privacyregels: “Over gesprekken met medewerkers kunnen (en zullen) wij u niets vertellen, aangezien deze onder privacyregels (en wetgeving) vallen.” Privacy als schild tegen kritische vragen? 

Daar staat tegenover dat academische vrijheid een groot goed is. Kinneging is een vooraanstaand filosoof en het is niet vreemd dat hij in het buitenland een graag geziene spreker is. Dit verdient respect maar misschien ook iets meer openheid richting de samenleving dan nu het geval lijkt. 

Wanneer ik Andreas Kinneging schriftelijk om een reactie vraag, belt hij persoonlijk. De prominente hoogleraar lijkt vooral één ding duidelijk te willen maken: hij heeft niet zo veel met de regels. Hij legt nog één keer uit vooral kennis te nemen van zijn boeken. Alsof hij wil zeggen: de regels gelden voor iedereen, maar niet voor mij.

Naschrift: HP/De Tijd heeft Andreas Kinneging in verband met deze publicatie in het kader van wederhoor schriftelijk een aantal vragen gesteld over zijn nevenfuncties met het verzoek deze vragen eveneens schriftelijk te beantwoorden. Dit om ieder misverstand over de juistheid van aan hem toegeschreven citaten te voorkomen. Daarop heeft de hoogleraar telefonisch contact gezocht met de auteur van het stuk. In dat gesprek heeft hij toegezegd na overleg met de wetenschappelijk directeur van zijn faculteit een schriftelijke reactie te zullen geven. Deze schriftelijke reactie heeft HP/De Tijd echter helaas niet van hem ontvangen.