Toen ik in 1998 net zo oud was als Muir, werden mijn dagen in de brugklas gekenmerkt door een ontluikende interesse voor meisjes en de onzekerheid die daarmee gepaard ging. Van onzekerheid had Muir op die leeftijd geen last. Na het behalen van haar eerste wereldrecord vertelde ze met een ontwapenende kinderlijke eerlijkheid dat ze ‘niet op haar allersnelst had gezwommen’. Op de vraag hoe zij het vond dat ze het wereldrecord had verbroken, antwoordde ze afgemeten dat ze ‘very pleased’ was. Een prachtige symbiose van welgemanierdheid en jeugdige onverschrokkenheid.
Muir zou gelijk krijgen. Ze verbeterde nog vijftien wereldrecords, die later weer door andere tieners en twintigers uit de boeken werden gezwommen. Pijnlijker voor een sportvrouw is dat zij nooit heeft kunnen meedoen aan de Olympische Spelen. Vanwege het Apartheidsregime waren Zuid-Afrikaanse sporters niet welkom op het prestigieuze sportevenement.
Het leeftijdsrecord van de Zuid-Afrikaanse, die de laatste jaren van haar leven als arts in Canada werkzaam was, zal blijven staan. Vermoedelijk tot in de eeuwigheid. Een bescheiden sportieve nalatenschap van een Zuid-Afrikaans zwemicoon dat op relatief jonge leeftijd een ongelijke strijd onvermijdelijk verloor.






