Liefde voor Louis
Op pagina 323 van Borsts boek ‘O, Louis’ begint het hoofdstukje “Hitler”. Ooit zei de Braziliaanse voetballer Giovanni, een technisch begaafde slapjanus met een slepend been, in mijn herinnering, namelijk het volgende: ‘Voor Braziliaanse voetballers is Louis van Gaal Hitler.’ Zo zie je: stupiditeit komt overal voor en Mike Godwin heeft nog veel zegenrijk werk te verrichten.
Volgens de mensen die Borst voor het boek interviewde, is Van Gaal Hitler niet. De namen Stalin en Mussolini vallen – als hyperbolen, mag je hopen. Ik probeer me Louis van Gaal voor te stellen in de kleedkamer van Barcelona: ‘Willen we meer of minder Europese prijzen? Willen we meer of minder Cruijff? Willen we meer of minder Brazilianen? Ga ik regelen.’Lukt niet: Van Gaal is geen dictator. Wilders trouwens ook niet – al is zijn imitatie al een heel stuk verdienstelijker. Hij wil wel, het ontbreekt hem vooral aan talent. Van Gaal heeft toch vooral iets aandoenlijks, hij is het soort sociale onbenul over wie het je heerlijk opwinden is. Hij hoort er helemaal bij, zijn geschreeuw geeft je het warme gevoel dat sommige dingen nooit veranderen. Je weet: als ik hem ontmoet, valt hij mee. Je kunt niets anders voelen voor Van Gaal als een milde verbazing, vermengd met een warm soort mededogen. Lees Hugo’s boek en weet: die honderden pagina’s vol pesterijen en sneren; dat is pas liefde. Voor Wilders is het onmogelijk iets anders te voelen dan minachting en koude rillingen. Toch anders.






