Klassieker
De verwachtingen voor vandaag waren hooggespannen hier in huis: de maandagmorgen is een Klassieker. Een ochtend op zich. Ik was net het Geeneco-spandoek aan onze gevel aan het bevestigen toen ze de kamer binnenkwam. ‘Ik neem hier afstand van,’ zei ze en ging aan de andere kant van de ruimte staan. ‘Haal het dan weg,’ zei ik. ‘Nee, want ik ben voor de ---- --- ----------‘ (gecensureerd door auteur). (Daarna floot ze me overigens wel het hele ontbijt uit, terwijl ik zoveel voor haar betekend heb). Niet veel later belde de man van Eneco aan. Mijn vriendin was op dat moment naar de bakker, zodat het man tegen man was. Hij zag wat bleek om de neus, maar zei niets. Nog voor de Eneco-man echter iets kon uitrichten, moest hij alweer inrukken. Ik geef toe: ik ging makkelijk naar de grond, maar er was wel degelijk contact. ‘Is de Eneco-man al geweest?’ vroeg mijn vriendin, toen ze thuiskwam met een kwarkbol van epische proporties. ‘Ja,’ zei ik, ‘maar hij kon de druk niet aan.’ Daarna aten we zwijgend van de kwarkbol, ik won de slag om het middenstuk. ‘Wat zullen we doen?’ vroeg ze, toen we allebei ook nog drie espresso’s achter de kiezen hadden. ‘Poep aan je schoen,’ antwoordde ik. Het niveau in onze minicompetitie houdt al langer niet over. Ze stelde voor om vrienden, die een babykaartje in de bus hadden gedaan, een berichtje te sturen, maar als ik ergens niet tegen kan, is het mensen een kaart aannaaien. Daar moet je boven staan, vind ik. ‘We kunnen iets fixen,’ zei ze, en ze wees naar de lamp boven de eettafel, die er na een wilde nacht al een tijdje gevaarlijk scheef bij hangt. Alsof ze niet weet dat wij thuis niets fixen: we zouden het niet eens kunnen, al zouden we het willen. Ik heb trouwens niemand van onze vrienden iets zien fixen. Om eerlijk te zijn, geloof ik die mensen die zeggen dat er overal gefixt wordt niet. Wij verdienen niet heel veel, maar genoeg om mensen voor ons te laten fixen. Goed, niks te fixen dus. ‘Net nog voorgedrongen bij de bakker trouwens,’ probeerde ze het gesprek weer op gang te zwengelen als zo’n auto uit zwart-witfilms. ‘Zolang de bakker maar niks gezien heeft,’ antwoordde ik. Dat was zo. Godzijdank: kon ze morgen gewoon weer.
Transfermarkt
Voor de neutrale toeschouwer was het misschien geen grootse Klassieker, maar we hadden wel vreselijk ons best gedaan, en niks weggegeven. Verder is het deze week vooral afwachten of ons team intact blijft: de transfermarkt sluit zaterdag. We zijn natuurlijk geen rijk koppel, maar als er een buitenkansje komt, zullen we dat zeker niet laten lopen: als deze maandagmorgen iets heeft aangetoond, dan is het wel dat mijn vriendin en ik best wat versterking kunnen gebruiken.






