En dan nog. Stel dat de liplezers dat zouden doen, schokkend zullen de onthullingen onmogelijk kunnen zijn. Dat Messi en Suarez hun ervaringen uitwisselen van een kinky avondje uit in Barcelona ligt niet erg voor de hand — al helemaal niet na een goal in een lawaaiig stadion. Toch vinden de heren dat de toeschouwers en sponsors die hun vorstelijke inkomen betalen niet mogen weten wat ze zeggen. “Lekkere pass, zeg!” “Wat een knal!” “Die nummer vijf van hen hééft het niet meer!” Zulke alledaagse dingen zullen het zijn, want neem van mij aan dat de communicatie in Camp Nou weinig verschilt van die op het niveau van u en mij. Geen enkele reden om de mond te verschuilen achter zo’n handje, integendeel, het is juist leuk te weten waar het over gaat. Enigszins hoogdravend kun je zeggen dat we er recht op hebben. Waar zouden die gasten zijn zonder ons? Maar belangrijker nog is de aanblik; dat heimelijk gedoe van profvoetballers als kinderen op een schoolplein.
Irritante gewoonte
Na de heerlijke acties met de voeten komen de flauwe acties met de handen. Vingertje omhoog naar de hemel. Vingertje naar de eigen lippen — ik kus mezelf, lieve geweldige ik die ik ben. Vingertje dat in de rondte draait. Vingertje voor de mond — stil maar jullie stelletje armoedzaaiers op de tribune. Duimpjes over de schouders — lees de geweldige naam daar achter op mijn rug. Vingers die denkbeeldige trekkers overhalen. Vingers aan het oor — juichen maar. De vingers doen zelden iets goed. In alle stadions komt het voor, natuurlijk, maar dat die irritante gewoonte nu ook al zichtbaar is bij de beste voorhoede ter wereld, bij Barcelona, de club van doe-maar-gewoon, dat valt dan toch weer tegen.
Iedere zondag schrijft Auke Kok voor
HP/De Tijd
een column over sport.






