Verslaggevers van de Volkskrant ontdekten dat er van de succesverhalen van Ling in Slowakije, met zijn clubje AS Trencin, weinig tot niets klopt. Op zakelijk gebied schijnt de vroegere rechtsbuiten van ADO en Ajax verwikkeld te zijn in schimmige deals; een onroerend goed-project ter waarde van honderden miljoenen wordt in Trencin afgedaan als een luchtkasteel. Briljant! Luchtkastelen zijn precies wat Frank de Boer met zijn collectief van ideale schoonzonen maar niet kan voorzetten. Fantasieloos en futloos schoven de braveriken vanaf de eerste minuut elkaar de bal toe. Het publiek in de Arena zat er gelaten bij, alsof het niet eens meer wéét dat voetbal het moet hebben van sluwheid en scheppingsdrang.
Brutaliteit en verbeeldingskracht
Trainer De Boer is een eerlijke trainer met het hart op de goede plaats en dat was in het play off-duel voor de Europa League opnieuw te zien. Eerlijke spelers met harten op de goede plaats leken nog úren te kunnen doorvoetballen zonder dat iemand een list zou bedenken om de Tsjechische muur te slechten. Bij de schoongewassen tieners en begintwintigers van De Boer ontbrak ieder spoortje brutaliteit en verbeeldingskracht — de eigenschappen waar Ling vroeger in uitblonk.
Tussen 1975 en 1982 werd Ling een cultheld door te doen wat in hem opkwam, of de trainer het nu leuk vond of niet (vaak niet). Ling was soms lui, maar ineens kon hij een verdediger doldraaien en zijn team daarmee inspireren. Nu zien we keurig geknipte jongens die niets liever willen dan de ingewikkelde looplijnen van De Boer zo correct mogelijk ten uitvoer te brengen. Met de slechtheid, branie en fantasie van Ling zou Ajax zonder veel inspanning gehakt maken van clubjes als FC Jablonec.
Keu in je reet
De geest van Ling is wat Ajax mist: luchtkastelen, misleiding, eigenzinnigheid. Of gewoon eens iemand die in het spelershome zegt: “Als je nou je bek niet houdt, dan krijg je een keu in je reet.” Dat zei Tscheu la Ling in 1982 namelijk tegen zijn oude en alom gerespecteerde teamgenoot Johan Cruijff. Kom daar nu eens mee.
Ieder weekend schrijft Auke Kok voor
HP/De Tijd
een column over sport.


