Donderdagavond, in de rust van Feyenoord-Heracles, zag ik Michiel Kramer een broodje eten. Hap, slik, heet, weg. Iedereen zag het, het was dan ook de bedoeling dat iedereen het zag. Wat dat betreft was het eerder een broodje opgestoken middelvinger met extra mosterd.
In de studio van Fox Sports begonnen Ronald de Boer en Kenneth Perez te kokhalzen bij zoveel doelbewust uitgeserveerde desinteresse.Dat Michiel Kramer al lang niet meer mee mag doen bij Feyenoord, dat ze liever nog Angelos Charisteas in de spits zullen opstellen dan hem, dat Van Bronckhorst liever met acht man doorspeelt dan dat hij Michiel laat warmlopen, bleef buiten beschouwing.
Een broodje kroket. Dat doe je niet.
De Boer en Perez schudden gechoqueerd hun hoofd. Zoiets kon vroeger misschien, maar tegenwoordig niet meer.
Ja, vroeger…. Vroeger was sowieso alles anders. Aan de muur van mijn huis, boven de trap, op de plek waar sommige vrouwen zo’n zwartwitfoto van hun eigen hoogzwangere buik hebben, hingen twee broodjes kroket. Gefotografeerd door frituurfotografe Sacha de Boer gesigneerd door de uitbaatster van de Utrechtse snackbar Broodje Ploff en ingelijst door mezelf.In die tijd leefde ik op broodjes kroket. Twee, drie per dagdeel. Dubbele porties in het weekend. Ik verorberde ze, zoals Obelix met zijn everzwijnen doet: razendsnel, en met het aflikken van de vingers als sluitstuk. Ik at broodjes kroket na het uitgaan, voor het uitgaan en tijdens het uitgaan. Ik at ze met Kerst en met Pasen, tijdens Carnaval en tijdens de Vastenperiode.Soms zat er een dag tussen dat ik naar iets anders verlangde. Naar een broodje kaas, of een stamppot met zoete aardappel. Een enkele keer was ik al op weg naar de groenteboer, als ik een snackbar passeerde. Daar lagen ze, bij elkaar gedreven in de snackalage vol vette kindervingers, bevallig op die nepzilveren schalen in wit, onzalig kunstlicht, naast een tros plastic druiven, bleek en onschuldig nog, wachtend op het bad met vet waar ze, na een eenvoudig verzoek van mij, kopje onder in zouden gaan. En dan hield ik halt, mijn neus tegen de ruit en dan pas zag ik vaak de bolletjes, die in een reusachtige plastic zak zaten gepropt, kadet tegen kadet, een boterwitte glutenparadeNaar sla, of iets anders gezonds als een vierkazenpizza, taalde ik al lang niet meer.
Mijn god heette Van Dobben. Ja, vroeger…Tegenwoordig woon ik samen. Met iemand anders. Die iemand anders noemt zich de vriendin. De vriendin is ook dol op broodjes kroket, maar meer zoals ex-junks dol zijn op heroïne: ze weten dat het ze zal slopen en daarom blijven ze er zo ver als mogelijk van. Ons dieet bestaat uit spelt, rogge en speltrogge. Bij lekkere trek, tijdens een verantwoorde documentaire over ballet in de Kaukasus bijvoorbeeld, scheuren we een zak rucola open. Het is een lifestyle, en alles went. In het deel van de stad waar we nu wonen, zijn geen snackbars. Aan broodjes kroket denk ik zelden nog.
Tot donderdagavond dus.






