Politiek

Vorm en inhoud zijn een Siamese tweeling. Je kunt ze, zeker in de politiek, niet scheiden

De Leidse hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging pleitte er gisteravond in Pauw & Witteman voor om televisiecamera’s voortaan te weren uit de Tweede Kamer. Dankzij die televisiecamera’s, zo betoogde Kinneging, gaat politiek te veel over vorm en te weinig over inhoud.

29/02 | 2012
door Roelof Bouwman
Leestijd 1 minuut

Er zijn rare reacties gekomen op dat voorstel. Onze parlementaire democratie zou zelfs in gevaar komen als cameramannen voortaan het Binnenhof niet meer zouden mogen betreden. Onzin natuurlijk, want in vroeger tijden deden we het ook zonder. In Groot-Brittannië duurde het zelfs tot 1989 voor er camera’s werden toegelaten in het House of Commons.

Maar toch: het voorstel van Kinneging maakte geen heel erg doordachte indruk. Want hij liet weten wél gecharmeerd te zijn van radio-uitzendingen van Kamerdebatten. Terwijl dat toch nauwelijks zal helpen als je wilt dat het alleen over de inhoud en niet over de vorm gaat. Want je kunt ook als luisteraar behoorlijk worden afgeleid van de inhoud van een betoog - als een spreker bijvoorbeeld stottert. Of als hij of zij een raar accent heeft of een onaangename kraakstem of juist een heel erg zoetgevooisd stemgeluid.

Zou je dan misschien ook radioreporters moeten weren uit het parlement? Dan houd je alleen de schrijvende pers over of desnoods alleen stenografen. Maar ook dan kan de vorm nog altijd danig afleiden van de inhoud. Want zelfs op papier is er een groot verschil tussen een speech van een politicus die zijn betoog opluistert met sprekende voorbeelden en leuke grappen en een politicus die dat allemaal niet kan en alleen ambtelijk jargon gebruikt.

Vorm en inhoud, zo zou je daarom kunnen zeggen, zijn een Siamese tweeling. Je kunt ze, zeker in de politiek, niet goed scheiden - en daarom kun je dat ook maar beter niet proberen.