De woordvoerder van het ministerie van Defensie verklaarde destijds tegen HP/De Tijd via het officiële mailaccount van de Rijksoverheid over het uitgewerkte plan voor een zakenkabinet: “Gijs Tuinman laat vanaf zijn vakantieadres weten dat hij het stuk destijds heeft gezien en daar een aantal suggesties op heeft gegeven.”
En zo verklaart het ministerie van Defensie schriftelijk: “Hij heeft er niet over gesproken met Henk Vermeer of Caroline van der Plas.”
Enkele maanden later schreef de Volkskrant echter op basis van appberichten die de krant zegt te hebben gezien én direct bij het gesprek betrokken personen: “Gijs Tuinman is een geval apart. Hij heeft zelf meegeschreven aan het voorstel. Op 27 juli zit hij voor het eerst om de tafel met Van der Plas en Vermeer, om het idee toe te lichten.”
De kop boven het Volkskrant-verhaal luidde: “BBB-partijleider Caroline van der Plas loog over plan zakenkabinet met oud-AIVD-baas Rob Bertholee als beoogd premier”.
HP/De Tijd vroeg de betrokken woordvoerder van Gijs Tuinman – die onder de politieke verantwoordelijkheid van minister Ruben Brekelmans (VVD) valt – geruime tijd geleden om opheldering.
Gevoelig is ook de positie van minister Brekelmans. Hij is als minister politiek verantwoordelijk voor de betrokken woordvoerder die als doorgeefluik van Tuinmans vermeende ‘leugen’ fungeerde.
Heeft Tuinman nu wel of niet de met de BBB-top gesproken over het plan om Bertholee premier te maken? Tuinman zei via z’n woordvoerder van niet, de Volkskrant zegt op basis van appberichten en getuigen van wel. Wie ‘liegt’ hier nu?
Met andere woorden: heeft de staatssecretaris – gefaciliteerd door een ambtenaar van het ministerie – eerder de waarheid gesproken over zijn contacten met de politieke leiding van zijn partij BBB over het plan voor een zakenkabinet onder aanvoering van oud-AIVD-baas Rob Bertholee?
Of is HP/De Tijd wellicht ‘voorgelogen’ door de coördinator woordvoering van het departement en de staatssecretaris zelf?
Ondanks herhaalde verzoeken om een eenvoudig antwoord – ja of nee – blijft dit uit. Het hoofd van de afdeling woordvoering spreekt na veel aandringen tegenover HP/De Tijd van een kwestie die speelde vóór Tuinmans staatssecretariaat. Dus is er geen enkele rol voor woordvoering bij de vragen die er nu opnieuw zijn aan Tuinman, aldus het hoofd woordvoering.
Dat de woordvoerder van de staatssecretaris destijds wél als ‘doorgeefluik’ voor Tuinman heeft gefungeerd, doet daar volgens haar niet aan af. Dit noemt zij nu een ‘foutje’. Zij ziet geen enkele rol voor het ministerie om in deze kwestie opheldering te geven. Ook niet nu deze direct de persoonlijke integriteit van Gijs Tuinman raakt.
Feit is echter dat staatssecretaris Tuinman ten tijde van de ‘mogelijk onjuiste’ schriftelijke beantwoording door het ministerie, zoals de Volkskrant impliceert, al bewindspersoon was en daarmee gehouden was geen onwaarheden aan de media te verstrekken, zoals de gedragscode binnen het kabinet voorschrijft.
Het stilzwijgen van Tuinman (iedere vorm van ontkenning van de beschuldiging blijft van zijn kant al weken uit) en de weigering van de afdeling woordvoering om de zaak – waaraan men zelf eerder dienstbaar was als ‘doorgeefluik’ – nu op te helderen, staan daarmee ogenschijnlijk op gespannen voet.
Gevoelig is ook de positie van minister Brekelmans. Hij is als minister politiek verantwoordelijk voor de betrokken woordvoerder die als doorgeefluik van Tuinmans vermeende ‘leugen’ fungeerde.
Een ingewijde verschaft anoniem enige opheldering en zegt dat men aan de kwestie ‘geen zuurstof’ wil geven en dat dit een doorgaans beproefde strategie is om politieke problemen – in dit geval voor Gijs Tuinman maar ook voor de verantwoordelijke minister Ruben Brekelmans – te vermijden.
Mocht het bericht in de Volkskrant onjuist zijn, dan lijkt deze strategie van stonewalling onnodig en contraproductief. Een eenvoudige ontkenning van Tuinman of z’n woordvoerder zou dan immers volstaan.
‘De inzet van een ambtenaar maakt de vermeende leugen een officiële rijksmededeling en staatsrechtelijk is de staatssecretaris hierop aanspreekbaar. Dit is zeer relevant en dient te worden opgehelderd.’
Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden
Dat een antwoord nu al weken uitblijft, voedt een scenario waarin wellicht sprake is van het tegendeel. Daarmee wordt ook verantwoordelijk Defensie-minister Brekelmans in verlegenheid gebracht.
Rechtgeleerde professor Wim Voermans bevestigt in een reactie dat er in deze zaak ‘evident’ sprake is van een ‘staatsrechtelijke dimensie’. Hij zegt: “Dat er mogelijk onjuiste informatie is verstrekt door een ambtenaar in opdracht van een staatssecretaris maakt deze zaak politiek gevoelig voor de verantwoordelijk minister, die hierover verantwoording moet afleggen aan de Kamer.”
Kamerlid Henk Vermeer laat namens BBB weten vast te houden aan ‘eerdere’ mededelingen en zegt dat Caroline van der Plas en hijzelf niet met Tuinman over een zakenkabinet onder leiding van Rob Bertholee hebben gesproken.
De staatssecretaris zélf en z’n woordvoerder weigeren - ondanks herhaalde verzoeken - al vanaf 7 november te antwoorden of hij met behulp van een woordvoerder de waarheid vertelde. Of niet.
Hoogleraar Wim Voermans: “De inzet van een ambtenaar maakt de vermeende leugen een officiële rijksmededeling en staatsrechtelijk is de staatssecretaris hierop aanspreekbaar. Dit is zeer relevant en dient te worden opgehelderd.”
HP/De Tijd heeft inmiddels meerdere verzoeken om informatie ingediend op basis van de Wet open overheid bij zowel het ministerie van Defensie als dat van Algemene Zaken.
Wordt vervolgd.






