Het gaat niet lekker met de democratie – dat zal iedereen inmiddels wel duidelijk zijn. Grote onvrede over de politieke gevestigde orde vertaalde zich in de Brexit en het tweemaal verkiezen van Donald Trump als president van de VS, in Nederland in een grote overwinning en blijvende populariteit voor Geert Wilders. In de rest van Europa staan Wilders’ politieke evenknieën, onder meer Marine Le Pen in Frankrijk en Alice Weidel in Duitsland, er goed voor. Regeringsvorming en het nemen van besluiten kost steeds meer moeite in veel liberale democratieën, en autocratische staatsvormen winnen weer aan populariteit.
Volgens Mark Lievisse Adriaanse (1994) ligt aan deze malaise deels terechte verontwaardiging ten grondslag over het (dis)functioneren van de democratie. Autoritaire populisten als Trump of Wilders hebben de oplossing niet, maar gevestigde technocratisch-liberale partijen evenmin, want zij hebben dat democratische tekort juist veroorzaakt. Wat moet er dan wel gebeuren? Hoe kunnen we de democratie revitaliseren? Het is een vraag die Lievisse Adriaanse al sinds de middelbare school bezighoudt – ook tijdens zijn studie politieke wetenschappen en filosofie, en later toen hij politiek redacteur werd van NRC. Nu is hij daar algemeen verslaggever. Onlangs schreef hij een boek over het onderwerp: Wat iedereen aangaat.
In de trein en op stations valt mij op dat reclame steeds nadrukkelijker aanwezig is. Private belangen winnen terrein in de publieke ruimte. Toch is er weinig protest.
“Dat zegt iets over de verzwakking van de publieke ruimte als iets waar je samen eigenaar van bent en zorg voor moet dragen. We zijn opgegroeid in een marktsamenleving, waarin doorgeslagen liberaal individualisme centraal staat. Je weet niet beter dan dat de wereld zo in elkaar zit. Dat maakt het moeilijker om daar verzet tegen te organiseren.
“Tegelijkertijd zijn er ook veel plekken waar mensen wel in gemeenschap solidariteit organiseren of dingen samen doen. In Rotterdam bijvoorbeeld is een Spoortuin die mensen samen beheren, er zijn buurthuizen waar mensen samen activiteiten organiseren. In Delfshaven is er een welzijnscoalitie van allerlei kleine organisaties, van mensen die zich inzetten voor de buurt. Dus dat individualisme is er, maar mensen willen ook – ik denk mede in reactie daarop – weer meer gemeenschappelijke dingen organiseren.”
De bloei van lokale initiatieven contrasteert met het vertrouwen in de Haagse politiek, dat al een paar jaar laag is. Hoe vijzelen we dat op?
“Ik denk dat dat je niet te veel naar Den Haag – of Brussel – moet kijken als het centrum van de democratie. Dat is te beperkt. Democratie gaat ook over hoe je de economie organiseert, hoe macht in de economie en in de samenleving is verdeeld, hoe mensen zich lokaal, maatschappelijk en economisch organiseren, wat mensen doen in buurten en bedrijven.
‘We zijn opgegroeid in een marktsamenleving, waarin doorgeslagen liberaal individualisme centraal staat.’
“Juist daarom wilde ik dit boek schrijven. In het gesprek over het falen van de democratie zoeken we de oplossingen in Den Haag: draaien aan institutionele knoppen, een ander kiesstelsel, een gekozen premier, een gekozen informateur, burgerberaden, et cetera. Maar de uitholling van de democratie zit ook bijvoorbeeld in de aanzienlijke macht van grootbedrijven. Ik wilde dus graag een breder verhaal schetsen over democratie en waar het fout gaat, maar ook hoe dat beter kan. En dan kom je voor een deel uit in buurten en in andere kleinschalige vormen van democratisering.”
We zullen Den Haag en Brussel toch nodig hebben om iets te doen aan bijvoorbeeld de dominantie van de grote techbedrijven zoals Google en Meta.
“Zeker, je hebt ook staatsmacht nodig. De regulerende instanties moeten de duimschroeven aandraaien. Maar als Brussel bijvoorbeeld de Digital Services Act begint te formuleren, komen er legers aan lobbyisten van grote techbedrijven. Die weten reguleringen hun kant op te duwen, of zo complex te maken dat een klein techbedrijf er moeilijk aan kan voldoen.
“Hoe zou een beter leven eruit kunnen zien, in dit soort hoogtechnologische tijden, zonder die continue greep van techbedrijven? Waarschijnlijk moet je helemaal weg van die platforms. Ook moet je de machtsstructuren bij grootbedrijven veranderen, waardoor bijvoorbeeld de mensen die de data produceren eigenaar worden van die data, en misschien ook van die bedrijven.
“Veel mensen zouden vermoedelijk een veel fijner leven hebben zonder smartphone, zonder sociale media. Wat AI betreft worden we geregeerd door psychopaten: Sam Altman, Elon Musk, al die types van die grote techbedrijven. Hoe meer je over ze leest, hoe krankzinniger ze lijken. Ze zitten totaal vast in het gevoel dat alleen zij de wereld kunnen redden. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat die moeilijk te keren is. Die bedrijven zijn zo’n existentiële bedreiging van alles wat het leven de moeite waard maakt. Regulering alleen is niet voldoende. De democratie heeft geen toekomst als OpenAI en Meta zo machtig en zo groot zijn als ze nu zijn. Het is heel moeilijk om daar iets tegen te doen, omdat democratieën per definitie traag zijn, en die bedrijven razendsnel. Kapitaal daagt democratieën uit en ondermijnt ze.
“Ik geloof steeds meer dat veel problemen waar de samenleving mee kampt versterkt worden door het feit dat we gekluisterd zijn aan onze schermpjes en de bijbehorende eenzaamheid, het verdwijnen van ontmoetingsplaatsen, van gemeenschap. De filosoof Anton Jäger spreekt van ‘posting alone’. We worden ongelukkiger door die onderwerping aan techbedrijven. Ik ben de urgentie daarvan de laatste tijd steeds meer gaan inzien.”
Autoritaire populisten zijn slechts het symptoom van de slecht functionerende democratie, schrijft u, niet de ziekte zelf. Wat is dan wel de ziekte?
“Dat is de uitholling van de democratie. Die heeft twee oorzaken. Democratie is het conflict over de vraag hoe de samenleving eruit moet zien, en de macht om de samenleving naar een bepaald ideaal te vormen en als burgers te regeren. Die beide kenmerken van democratie, conflict en macht, zijn de afgelopen vijftig jaar heel erg verzwakt. Het conflict is verzwakt doordat partijen steeds meer op elkaar zijn gaan lijken – zeker tot pakweg 2016. Bijna alle partijen deelden een neoliberaal wereldbeeld, hadden dezelfde ideeën over vrijhandel, globalisering, privatisering, vermarkting. Die partijen waren niet meer vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijke idealen, maar allemaal een soort fractie van de neoliberale partij.
“Ten tweede is de macht van democratieën om de samenleving vorm te geven verzwakt – en daarmee ook de macht van mensen om een ideaal van een goed leven en een goede samenleving te verwezenlijken. De opkomst van neoliberale ideologie heeft geleid tot de onderwerping van democratie aan kapitaal – door multinationals, privatiseringen, techbedrijven. Die hebben kunnen groeien, niet als een soort natuurlijke kracht, maar dankzij bepaalde politieke en juridische keuzes.
“Het zit ook in vrijhandel, globalisering en handelsverdragen die bedrijven veel machtiger gemaakt hebben ten opzichte van de democratie. Het zit in de versnelling van kapitaalstromen, die veel minder gebonden zijn aan locatie dan democratische staten. Dat alles is de ziekte die ik beschrijf: een zeer verzwakte democratie, die haar belofte niet meer kan waarmaken. Dat is een belangrijke reden waarom populisten de afgelopen twintig jaar zijn opgekomen.
‘Veel problemen waar de samenleving mee kampt worden versterkt doordat we gekluisterd zijn aan onze schermpjes.’
“Ik ben niet per se tegen populisme. In bepaalde vormen kan het een verrijking voor de democratie zijn. Misschien is het ook een noodzakelijke correctie op het falen van de liberale democratie. Wat mij sterk motiveerde tijdens het schrijven van dit boek is dat liberale democratische elites de afgelopen tien jaar een heel defensieve strijd hebben gevoerd. Ze kijken naar Trump, de Brexit, Wilders en zeggen: de democratie en de rechtsstaat worden aangevallen. En dat klopt ook, maar het is niet het hele verhaal. Het is heel raar om te doen alsof de Amerikaanse democratie goed functioneerde totdat Trump op het toneel verscheen, en dan ineens te zeggen: nu is de democratie in gevaar, nu moeten we haar beschermen. In veel opzichten waren de VS al een soort oligarchie. Wat je dan eigenlijk aan het beschermen bent, is die neoliberale democratie die economische en politieke elites de afgelopen dertig jaar een heel comfortabele positie heeft gegeven. Die status quo is juist het probleem.
“Dat technocratische liberalisme is fnuikend voor de democratie. Joe Biden zei in 2020 tegen rijke donateurs: geen zorgen, het systeem zal niet fundamenteel veranderen. Als iemand anders dan zegt: het systeem werkt niet en ik ga het helemaal overhoop halen, vind je het gek dat veel mensen voor wie het systeem inderdaad niet werkt dan de voorkeur geven aan dat laatste?
“In Nederland hoorde je bij de verkiezingscampagne progressieve liberalen heel duidelijk zeggen: we moeten de rechtsstaat verdedigen. Zeker. Maar hoe definieer je dan die rechtsstaat? In de praktijk blijkt er regelmatig een overlap met de eigen, particuliere opvattingen. De Nederlandse orde van advocaten bracht tijdens de campagne een rapport uit waarin ze ‘rode kaarten’ uitdeelde aan politieke partijen. Daar zaten goede punten tussen, maar ook een wijziging aan een Europees verdrag werd soms al betiteld als anti-rechtsstatelijk. Is elke verandering dan anti-rechtsstatelijk? Dat lijkt me niet. Als het politieke midden constant roept: wat u wilt, kan niet en mag niet, want dat gaat tegen de rechtsstaat in, dan gaan mensen op een gegeven moment concluderen: oké, kennelijk is die rechtsstaat niet voor mij. Dat is gevaarlijk. Met zulk technocratisch liberalisme open je juist de deur voor autoritair populisme.
“Er is een filmpje van burgemeester Zohran Mamdani, destijds nog kandidaat, waarin hij aan New Yorkers vraagt: waarom heb je op Donald Trump gestemd? Veel antwoorden gaven blijk van een diepgevoelde afkeer van het economische systeem en de ervaring dat het niet voor hen werkt. Daar zijn ook mensen bij die later op Mamdani gestemd hebben, omdat hij het anti-systeemgevoel kanaliseerde en in een democratische richting duwde. Dat deed hij door de nadruk te leggen op sociaal-economische thema’s zoals de betaalbaarheid van het dagelijks leven en door daarvoor effectieve plannen uit te werken. Daar doel ik op met de term ‘democratisch populisme’: dat je dat anti-systeemgevoel niet zozeer afwijst en zegt: ‘maar dit is een bedreiging van de democratie en de rechtsstaat’, maar dat je het kanaliseert richting democratische doelen. Het anti-systeemgevoel is niet goed te betitelen als links of rechts; het hangt ervan af wie het mobiliseert.”
Waarom spelen economische thema’s in Nederland zelden een grote rol in de verkiezingen?
“Als er een economische crisis komt, kunnen economische afwegingen weer belangrijker worden dan culturele. Dat gebeurde ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Een probleem is wel dat economische elites hier vaak hetzelfde denken en achter dezelfde denkers aan rennen. Nederland heeft een consensuscultuur; economische vragen worden gedepolitiseerd. Dat zie je nu ook in de discussie over het adviesrapport van oud-ASML-topman Peter Wennink, De route naar toekomstige welvaart. Het rapport wordt gepresenteerd als objectief – terwijl het vol zit met ideologische aannames over hoe de economie functioneert.
“Wennink adviseert om grote bedrijven te steunen met publieke investeringen, om geostrategisch tegenwicht te bieden aan de VS en China. Maar misschien moeten we daar juist publieke ondernemingen voor hebben, waar we als democratie veel meer zeggenschap over hebben. Misschien moeten we ASML nationaliseren – ik noem maar wat. En dat debat wordt eigenlijk niet gevoerd. We hebben het weinig over hoe we vinden dat de economie eruit moet zien, over de onderliggende waarden. Hoe moet de macht verdeeld worden, hoeveel invloed mogen economische machten hebben op politiek? Als je bedrijven groter maakt, gaan zij meer geld uitgeven aan lobby. Accepteren we de grotere politieke macht van bedrijven als we de aanbevelingen van Wennink uitvoeren? Daar hebben we het niet over.
“Ook het debat over democratie schiet tekort. Zeker in Nederland; we hebben een heel smalle democratische cultuur. We kunnen voor weinig dingen stemmen, hebben weinig directe zeggenschap over de dingen om ons heen. En in voorstellen voor het versterken van de democratie gaat het eigenlijk nooit over economische machten; dat gesprek wordt gewoon niet gevoerd.”
![]()
Bij het beter ordenen van de economie ziet u een centrale rol voor het mededingingsrecht.
“Ja, het mededingingsrecht kan veel vragen beantwoorden die we hebben over de economie, democratie en de verhouding daartussen. Sinds de jaren tachtig is de visie op de mens in het mededingingsrecht versmald tot de rol van consument. De omvang van bedrijven zou pas een bezwaar zijn als de rechten van consument worden geschaad, namelijk door stijgende prijzen. Omvang van bedrijven werd niet echt als probleem gezien, zolang de prijzen voor consumenten laag bleven. Een beperkte opvatting. Maar in de afgelopen tien jaar is er in het mededingingsrecht een ontwikkeling in de VS en in Europa, van juristen die dat breder willen trekken. Die zeggen: te grote omvang is altijd een probleem, ook als het niet leidt tot hoge prijzen, omdat het schade toebrengt aan de democratie, sociale rechten, het milieu. Je moet het mededingingsrecht dus verbreden, zodat het ook zulke vragen kan beantwoorden. In Nederland is de Autoriteit Consument & Markt – de ACM – daar ook mee bezig, bijvoorbeeld bij hun onderzoek naar ketens van dierenklinieken.”
Toch is de ACM niet zo zichtbaar qua handhaving.
“Als de politiek echt werk wil maken van een sterkere publieke sector en een sterkere democratie, is een van de eerste dingen die ze zou moeten doen de ACM enorm uitbreiden, haar meer bevoegdheden geven, zorgen dat daar een agressievere cultuur komt. Dan zou ze, om een voorbeeld te noemen, de grote macht van Booking.com over de hotelmarkt kunnen inperken, waar kleine hotels nu vaak de dupe van zijn.”
En internationaal, hoe brengen we die kapitaalstromen weer onder controle?
“Je hebt een rempedaal nodig om mondiaal kapitaal af te remmen, om grote bedrijven wat kleiner te krijgen – omdat ze een onevenredig grote invloed hebben op de democratie. Voor dat rempedaal heb je supranationale regels nodig, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank. En de EU, die vervolgens de ruimte laat aan democratieën die – of we dat leuk vinden of niet – primair nog steeds nationaal georganiseerd zijn. Die kunnen het gaspedaal indrukken, eigen beleid voeren om de samenleving en bedrijven te democratiseren.”
Als tegenwicht voor de Amerikaanse techmonopolies kan Europa ook zijn eigen techsector versterken.
“Ja, dan hoor je dat we een ‘Europees Facebook’ zouden moeten hebben. Terwijl ons probleem met dat bedrijf volgens mij primair de omvang is en secundair dat het Amerikaans is. Een bedrijf dat zo groot is leidt tot schade aan de belangen van de democratie, van werknemers, sociale rechten, milieu enzovoort. We kunnen beter zorgen voor kleinschalige, democratische, gedecentraliseerde techbedrijven.
“Dit speelt ook in andere sectoren. In veel steden zijn er meerdere kinderopvangorganisaties, die onderdeel zijn van dezelfde private equity-partij. En de schuldhulpverlening besteden gemeenten vaak uit. Als je een paar stapjes verder gaat, kom je uit bij een van de grootste private equity-partijen ter wereld die in Nederland de schuldhulpverlening doet. In hoeverre is daar dan sprake van marktwerking? Er is geen markt gecreëerd, er is kapitaal gecreëerd. En er gaat veel publiek geld naartoe. Hetzelfde zie je bij dierenartsen en tandartsen – ook daar zijn veel overnames door private equity. Op veel terreinen van de samenleving is marktlogica geïntroduceerd, die niet zozeer een markt oplevert, maar monopolisten.”
Wat is het alternatief?
“We moeten nadenken over andere bedrijfsvormen. Het begint met de vraag: wat willen we publiek organiseren en wat niet? Soms kan nationaliseren dan misschien een oplossing zijn, maar ook andere vormen van democratische bedrijfsvoering kunnen de economie democratiseren. Bij sommige vormen laat je het eigenaarschap hetzelfde en laat je meer mensen meepraten; in andere wordt het eigenaarschap totaal gedemocratiseerd. Steward-based ownership kan interessant zijn voor sommige bedrijven. Dan leg je de missie van een bedrijf vast in een stichting, die de missie beheert. Het doel is het behartigen van die missie en niet zozeer winstmaximalisatie. De Efteling is een zo’n bedrijf. Dat is een steward-based bedrijf dat veel winst maakt, die het terug stopt in het park, in de gemeenschap.
‘In voorstellen voor het versterken van de democratie gaat het vrijwel nooit over economische machten.’
“Ook coöperaties zijn een mogelijkheid; die draaien om samenwerking en de gemeenschap in plaats van winstmaximalisatie en het uitpersen van de samenleving. Je kunt mensen veel meer directe zeggenschap geven over de plek waar ze werken of wonen, door ‘democratische ruimtes’ te creëren. Vraag aan mensen ‘hoe kan uw straat leuker worden?’ en ze komen met fantastische ideeën. Ook een voetbalclub of een flat is een gemeenschap van mensen.”
Mensen vinden het vaak wel makkelijk om niet te hoeven nadenken over dit soort dingen en anderen de beslissingen te laten nemen.
“Mensen zien hun omgeving soms in termen van eigenbelang in plaats van als gemeenschap waar je samen wat van moet zien te maken. Maar die cultuur is geen vaststaand gegeven; die kan veranderen, zodat er ook weer meer betrokkenheid bij de publieke ruimte ontstaat. Zo’n verandering heeft zich in het verleden al vaak voltrokken.
“Het interessante aan deze tijd is dat alles wankelt. Er zijn nu zoveel meer mogelijkheden dan tien jaar geleden; alles ligt open. De depolitiserende sluier die over de politiek hing is weggetrokken. Er vinden nu zo veel meer interessante debatten plaats, vooral buiten de politiek. Er is meer ruimte om breder te denken dan het neoliberalisme. Ook online – bijvoorbeeld op Substack – zit zoveel meer ideologische energie dan vijftien jaar geleden, meer ruimte om na te denken over iets wezenlijk anders. Dat kan twee kanten op gaan. Het kan helemaal mislukken en totaal autocratisch worden – of het kan juist de democratische kant op gaan. Dat wankelen is eng én enerverend. Het geeft ook kansen om een beter fundament te bouwen.”
Loopt het neoliberale tijdperk op zijn eind?
“Ik ben er niet van overtuigd dat hét neoliberalisme voorbij is, maar er schuift wel wat. Op mondiaal niveau, als je het neoliberalisme ziet als stelsel van vrijhandel en globalisering, en instituties die dat moeten garanderen, dan is de neergang evident. Kijk bijvoorbeeld naar de handelsoorlog tussen de VS en de rest van de wereld, en de invoerheffingen die Trump oplegde in zijn eerste termijn, die Biden niet heeft ingetrokken. Dit is geen tijd van vrijhandel, heel simpel, en die tijd komt voorlopig ook niet meer terug. Maar als je neoliberalisme ziet als een logica die kapitaal boven de democratie plaatst, waarbij de staat optreedt als beschermer van markten en kapitaal – dan is het nog best sterk. Dat is het interessante aan deze tijd: je weet nog niet precies waar je naar zit te kijken.
“Komt er misschien een China-achtig staatskapitalisme, waarbij staten en grote bedrijven met elkaar optrekken en zich inzetten voor wederzijdse belangen? Dat is uit democratisch oogpunt geen feest, als je houdt van een vrije samenleving waarin je de keuze hebt om dingen anders te doen, of van winkelstraten die niet uitsluitend bestaan uit dezelfde grote ketens. Of als je houdt van kleinschaligheid, gemeenschap en solidariteit. Over tien jaar hebben we waarschijnlijk een beter idee. De neoliberale ordening is tanende, maar er is nog geen eenduidige nieuwe ordening. Dat is verwarrend en interessant.”
Is er al iets te merken van een nieuw tijdperk in de huidige Nederlandse politiek?
“Wat de partijen die het nieuwe kabinet gaan vormen tot nu toe hebben bekendgemaakt kleurt heel erg binnen de lijntjes van de afgelopen twintig jaar. Het is afwachten of dat de voedingsbodem voor politieke onvrede voldoende weg zal nemen. Als er vooral continuïteit is met de Rutte-jaren, ben ik daar sceptisch over.
“Het interessante aan deze tijd is dat er meer ruimte is om utopischer te denken, om breder te denken over de grenzen van het politiek mogelijke dan in de afgelopen decennia. Mijn boek pretendeert geen beleidsprogramma te zijn, of een blauwdruk: als je dit doet, leven we morgen in het paradijs. Dat geloof ik niet. Maar ik probeer wel mensen aan het denken te zetten over alternatieven. Zodat ze anders gaan kijken naar democratie, breder, en zien dat de wijze waarop dingen nu georganiseerd zijn lang niet de enige manier is waarop het kan. Mensen denken altijd dat de orde waarin ze op dat moment leven voor eeuwig is, maar geen enkele ordening is voor eeuwig gebleken.”
Mark Lievisse Adriaanse
‘Wat iedereen aangaat – Hoe de democratie wordt afgebroken en hoe we haar vernieuwen’
De Bezige Bij
€22,99
