Rijdend door de met Saharazand bestoven dorpjes van de Franse Gard begreep ik van de oude uithangborden dat lang geleden, in de zomers die ik hier als kind doorbracht, er nog een tevreden leven kon worden geleid. Je kon een café uitbaten met een naam als La Bonne Soif, of een bromfietsgarage. Jean of Claude of Kamel, die de garage runde, hoefde zich niet te vergelijken met garagehouders aan de andere kant van de wereld, die misschien sneller en mooier brommers in elkaar zetten. Jean of Claude of Kamel hadden het gemaakt in een dorp waar niemand weet had van de andere kant van de wereld.