Als u denkt dat het WK voetbal in 2026 een feest van sport en verbroedering wordt, dan bent u precies het soort toeschouwer waar leiders op hopen: betrokken, emotioneel, maar vooral niet al te kritisch. Want achter de vlaggen, de volksliederen en de zorgvuldig geregisseerde beelden van juichende menigten speelt zich een ander spel af – dat veel ouder is dan voetbal zelf, en dat weinig te maken heeft met fair play, maar alles met status, macht en conflict. Het WK is geen onderbreking van de politiek, het is politiek met andere middelen. En wie denkt dat dit overdreven is, hoeft alleen maar iets beter te kijken naar wat er gebeurt wanneer leiders zich met voetbal gaan bemoeien en waarom ze dat telkens weer doen.