Beveiligingsexpert: ‘Undercoveractie had voorkomen kunnen worden’

De undercoveractie van HP/De Tijd heeft aangetoond dat er iets schort aan de beveiliging van Geert Wilders. Ondanks de permanente beveiliging van Wilders (kosten tot nu toe volgens minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin: 10 miljoen euro) lukte het een verslaggeefster vier maanden lang zich in zijn nabijheid te begeven. “Dit had voorkomen kunnen worden door een goede screening.”

Volgens Arie Duijndam, directeur van ’s lands grootste beveiligingsbedrijf Interseco, had de ‘infiltratie’ van HP/De Tijd voorkomen kunnen worden. “Ik kan mij niet aan de indruk ontrekken dat hier niet goed is gescreend.” Het bedrijf van Duijndam, dat eerder al tekende voor de beveiliging van Freddy Heineken na zijn ontvoering, voert voor haar klanten onder meer zogenaamde pre-employment screenings uit. Dan wordt het doopceel van een nieuwe medewerker volledig gelicht. “Dan kom je er snel genoeg achter of iemand een stagiaire is of andere bedoelingen heeft.” In dit geval is dat niet gebeurd. Wie de screening van fractiemedewerkers zou moeten doen, kan Duijndam niet zeggen. “Ik ken de details niet. Maar dat doet niets af aan het feit dat dit voorkomen had kunnen worden.”

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) is verantwoordelijk voor de beveiliging van Wilders en stuurt onder meer zijn directe beveiliging aan, de DKDB. Het lijkt erop dat deze clubs niet hebben stilgestaan bij het aannamebeleid van PVV-medewerkers. Maar dit kan ook liggen aan de PVV zelf. Eerder bleek namelijk al dat de communicatie tussen Wilders en de NCTb niet optimaal is. Zo wist de organisatie pas kort tevoren wanneer de film Fitna zou uitkomen.

Maar dat doet niets af aan het feit dat we ons kunnen afvragen waarom PVV-Kamerlid Raymond de Roon zélf had moeten kijken of het aannemen van deze stagiaire wel in de haak was. Wilders cum suis worden beveiligd juist zodat ze ongestoord hun werk als volksvertegenwoordiger kunnen doen. Duijndam: “Iemand had moeten screenen. Dat is niet gebeurd en dat vind ik raar.”

Bas Paternotte