Omtzigt (CDA) wil opheldering over lek Ministerraad

Zit hier ergens het lek?

Hoe konden de goede doelen-organisaties weten dat er binnen de Ministerraad een wetsvoorstel van tafel is gegaan? Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers (VVD) wil geen antwoord geven op die vraag van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Wat die laatste betreft moet de Rijksrecherche de zaak dan maar onderzoeken.

HP/De Tijd schreef er al eerder over: hoe kon de Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN), de belangenvereniging van vermogensfondsen in Nederland die weer onderdeel uitmaakt van de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF), weten dat een wetsvoorstel over de transparantie van goede doelen van tafel is? “Overigens is de behandeling van het wetsontwerp Publicatieplicht in de ministerraad uitgesteld, mede op aandringen van de SBF,” schreef de FIN namelijk trots in hun nieuwsbrief.

Omtzigt vroeg opheldering van Weekers maar kreeg deze niet. “Artikel 26 van het reglement van orde voor de ministerraad (Staatsblad 1994 nr. 203 en 1998 nr. 305) bepaalt dat ten aanzien van hetgeen ter vergadering besproken wordt of geschiedt, geheimhoudingsplicht bestaat. Uw vragen kunnen derhalve niet beantwoord worden,” schreef Weekers een kleine week terug.

CDA-kamerlid Pieter Omtzigt krijgt geen antwoord van staatssecretaris Weekers. Hij stuurt nu aan op een onderzoek van de Rijksrecherche

Dan maar onderzoek van de Rijksrecherche
Omtzigt heeft 5 september opnieuw Kamervragen aan Weekers gesteld. Want de CDA’er wil toch écht weten of het klopt wat de goede doelen zeggen: dat het wetsvoorstel van de agenda is afgehaald. Met nogmaals een ontwijkend antwoord van Weekers zal Omtzigt geen genoegen nemen. “Bent u dan bereid om de Rijksrecherche te vragen strafrechtelijk onderzoek te doen naar een mogelijk of zeker lek van stukken (de agenda in dit geval) van de ministerraad?”, is één van zijn vragen aan de staatssecretaris.

Gaat Weekers de Tweede Kamer teleurstellen?
Omtzigt is al een jaar aan het pleiten voor de openbaarheid van goede doelen, hun fondsenwervers en -beheerders en gelieerde stichtingen. Het zijn doorgaans ‘algemeen nut beogende instellingen’ (ANBI) en genieten daarom belastingvoordeel. Daar moet dan wel wat tegenover staan vindt de parlementariër: de bestuurssamenstelling, de inkomens van die bestuurders en de jaarrekening. En een adres zou ook wel handig zijn. Een motie van Omtzigt en Roland van Vliet (PVV) van die strekking werd vorig jaar Kamerbreed gesteund. De vraag is nu wie Frans Weekers gaat teleurstellen: de goede doelen of de Tweede Kamer. Dat tweede is niet verstandig.


Reacties zijn gesloten.