Benen wijd voor het hogere doel

Ik haat een uitstrijkje laten maken. Tuurlijk, het is hartstikke belangrijk om nare ziektes in een vroeg stadium op te sporen. Sterker, het is een voorrecht dat we dat in de hedendaagse maatschappij met onze moderne geneeskunde gewoon kunnen.

Iedere vrouw moet er vanaf haar dertigste aan geloven, dus niet zeuren. Benen wijd, zo’n big deal is het niet. Over een wratje op je teen laten verwijderen doe je ook niet moeilijk, immers. En als je eenmaal een bevalling hebt meegemaakt, nou, dan stelt het allemaal geen fluit meer voor – als ik mijn vriendinnen met kinderen mag geloven.

Alsof een forse eend met z’n snuit naar binnen wordt geduwd
Maar toch. Ook al doe ik nog zo stoer, spreek ik mezelf nog zo overtuigend toe dat de assistente echt al honderdduizend kutten heeft gezien, het voor haar lopende band-werk is en ik gewoon een aansteller ben, diep in mijn hart vind ik het verschrikkelijk. Ik bedoel, je broek en slipje uittrekken. Met je blote kont op het papieren dekje van zo’n behandeltafel gaan liggen. Je benen wijd doen. En dan die eendenbek die erin gestopt wordt. Waarna dat ding met een naar kggrr kggrr-geluid zo wijd mogelijk open gedraaid wordt. Ja, heren, neem die eendenbek maar letterlijk. Alsof een forse eend met z’n snuit naar binnen geduwd wordt en daar met open bek luid begint te snateren.

Lamp erop, spatel erin en rondroeren. Wat ze ook zeggen, het voelt gewoon extreem a-relaxt, zo’n plastic stokje tegen je baarmoedermond. Vind ik. Het is maar een kleine handeling, het duurt echt niet lang en heus, ik overleef het wel, maar diep van binnen voel ik me altijd een beetje geschonden als ik van die tafel stap en mijn onderbroek weer aantrek. Ik wil zelf kiezen voor wie ik mijn benen wijd doe, ik wil er geen lamp op en ik wil er al helemaal geen spatel in. Ook al is het een belangrijk onderzoek, doen alle vrouwen het en hoor je het heel normaal te vinden, ik durf best toe te geven: ik vind het gênant.

Ze staat er letterlijk met haar neus bovenop, bij de dopingcontroles
Hetzelfde heb ik bij dopingcontroles. Ik ben echt niet preuts, dat weet u, maar sommige dingen zijn gewoon privé. Die deel ik liever met helemaal niemand. Ik vind het al niks als mijn vriend de badkamer binnenkomt als ik op de wc zit. Laat staan dat een volslagen vreemde er met haar neus – in ons geval is de controleur altijd een vrouw – bovenop staat, en dan bedoel ik letterlijk met haar neus er bovenop, want ze moet zien dat het jóuw plas is die in het bekertje klatert, en niet die van iemand anders. Je zou immers een ballonnetje met urine in je vagina verstopt kunnen hebben. Of zo.

Opeens weet je het: je wordt dopingcontroleur
Ik heb het al zo vaak gedacht: hoe zou dat nou gaan? Word je op een ochtend wakker en denk je: weet je wat ik ga worden? Dopingcontroleur! Lekker de hele dag kijken hoe sporters zitten te piesen! Ook al hebben ze veertig graden koorts, kunnen ze niet plassen omdat ze elke slok water die ze drinken direct weer uitkotsen, toch moet en zal er geplast worden, al duurt het de hele dag; ook al maak je kleine kinderen in huis wakker omdat die dopingcontroles altijd zo godsnakend vroeg zijn, want op welk uur van de dag ben je nou standaard thuis behalve ’s nachts; ook al hebben ze (echt gebeurd) net hun kindje begraven, hebben ze hun rouwkostuum nog niet eens uit, zelfs dan is er geen excuus, ook dan moeten ze plassen onder toezicht van de dopingcontroleur. Ik bedoel, dat is toch een ráár beroep? Hoe kom je erop daar voor te kiezen?

Hoe dan ook. Dat plassen in een potje onder toeziend oog van een vreemde moet je als topsporter maar heel normaal vinden. Sterker, in het huidige tijdsgewricht dien je daar zeker als wielrenner echt niks over te zeggen. Wij willen schone sport, dus dit moet, dit hoort erbij. Vind je het niks? Moet je maar geen wielrenner willen zijn. Maar als je er goed over nadenkt, dan is gedwongen plassen in het bijzijn van een vreemde bizar. Toch? Ik moet er op het moment zelf niet teveel bij nadenken, want dan blokkeer ik. Niet voor niets ook hoor je verhalen over sporters die urenlang bij de dopingcontroleur in z’n hokje zitten.

Het hogere doel
Het is voor een hoger doel, blijf ik steeds maar herhalen als het weer eens mijn beurt is en ik gegeneerd mijn benen spreid voor de doktersassistente of met het schaamrood op de kaken mijn plas laat lopen onder de ogen van een dopingcontroleur. Gatver, wat gênant. Maar alles voor het hogere doel.