Beste Wilfried de Jong: een paar gratis Zomergasten-tips

Beste Wilfried de Jong,

Wat krijgen we nou?
Nog geen twee weken na mijn vorige brief las ik woensdagmiddag dat je de nieuwe presentator van Zomergasten wordt.
Allereerst: van harte. Gefeliciteerd. Complimenten. Droombaan. Verdiend. Bekroning. Terecht. Succes.
OK, tot zover het enthousiasme. Laten we nu overgaan op de zorgen:
HOE MOET DAT NU MET HOLLAND SPORT?!

Amuses
In mijn vorige, ietwat dwingende brief – waarin ik je min of meer gelastte om a la minute de glorieuze zondagmiddagen van Holland Sport te laten herleven, gewoon omdat ik en mijn ongeveer elf miljoen collega-Wilfrieddejongianen dat willen – vertelde ik hoe we dachten dat het tijdperk van Holland Sport een tijdperk was dat niet voorbij zou gaan. Nu ja, dat was misschien wat naïef, tijdperken gaan nu eenmaal voorbij. Je kunt van een VPRO-televisieprogramma geen zaken gaan verwachten die zelfs het Romeinse Rijk niet waar kon maken.

Eerst waren er al die prachtige documentaires onder de geelgroene Holland Sport-vlag, documentaires die smaakten als een paar sublieme amuses bij een diner dat maar niet kwam.
Er was 24 Uur met… Prachtprogramma. Gedurfd, ontroerend, verrassend, de hele mikmak, echt, genoten! Geen kwaad woord over 24 uur met… Alleen: geen Holland Sport. Geen massagetafel, geen ruwhouten interviewtafel, geen frisdrankflesjes met stukgezogen rietjes, geen Holland Sport Museum. Alleen een steriele kamer en met een beetje mazzel een soort steriele minibasket waar een beetje lusteloos balletjes naartoe worden gegooid. Bovendien kwamen er meerdere niet-sporters op bezoek, was dat werkelijk nodig?

En nu Zomergasten. Een positivo zou zeggen: mooi, de beste interviewer van Nederland presenteert het belangrijkste interviewprogramma. Een cynicus zou zeggen: ach, het is Zomergasten maar. Een negatieveling zou kunnen stellen dat de presentator bij Zomergasten eigenlijk altijd tegenvalt – en dat hij de enige niet is.

Tips
Maar ik ben een Hollandsportiaan en zeg: sta op je strepen en eis allereerst een flinke restyling van het Zomergastendecor. Een ruwhouten interviewtafel, twee frisdrankflesjes en in de hoek van de studio een oude, roestige massagetafel. Daar liggen ze dan, onder die dunne, witte handdoekjes. Het licht is gedimd, blauwachtig, als in een verlaten kleedkamer waar nog een restje daglicht naar binnen valt.
De gezagsdragers, de bestuurders, de filmacteurs, de beeldend kunstenaars, de trendwatchers, de vergeelde dichters en de als oude pruimen gerimpelde essayisten. En jij ernaast, Wilfried, in zo’n retrojackie, tot halverwege de borst opengeritst. En dat je dan vraagt: ‘Die knie, meneer Bokma, hoe voelt die als u ’s ochtends opstaat?’

Je zou me er ontzettend gelukkig mee maken. Afgesproken?

Alvast dank,

Frank.