Dit is mijn generatie: de YOLO generatie

We zijn heel narcistisch, zitten boordevol zelfvertrouwen, willen beroemd worden. We geloven eigenlijk dat we allemaal de nieuwe Kim Kardashian kunnen worden, of leuker. We zijn lui, houden niet van hard werken maar willen het wel ‘maken’ later. We vinden dat we minimaal eens per twee jaar opslag verdienen, ongeacht of we hard of niet hard werken. Maar blijven nooit lang bij dezelfde werkgever.

We blijven wel lang bij onze ouders wonen. We zijn ook vrienden met die ouders, rebelleren niet tegen ze. Hoeft ook niet, want onze ouders luisteren ook naar hiphop of gaan mee naar Lowlands.
Je zou het de YOLO-generatie kunnen noemen. You Only Live Once is onze lijfspreuk.

We bellen niet meer
Omdat we niet eens geloven in gezag, hoeven we er ook niet tegenin te gaan. We zijn de eerste generatie die meer naar ‘peers’ kijkt dan opkijkt naar ouderen. Onze voorbeelden zijn ook allemaal ná 1980 geboren. We hebben onze ‘vrienden’ en dat is genoeg: we sturen en ontvangen gemiddeld 88 berichtjes per dag.
We communiceren bijna alleen maar via een scherm.
Ook als we samen met iemand anders in dezelfde ruimte zijn, kunnen we heel goed communiceren via een scherm.
We zijn dol op onze telefoon maar bellen er niet meer mee.

Foto’s van onszelf aan de muur
We zijn minder politiek geïnteresseerd dan alle generaties voor ons. Zelfs als we wel in God geloven, gaan we niet naar een kerk, want we houden niet van instituties die iets voor ons bepalen.
We hebben gemiddeld 85 foto’s van onszelf in huis hangen, om nog maar niet te spreken van de honderden (of duizenden?) foto’s van onszelf die we plaatsen op Facebook en Instagram. Een kind van 1 jaar oud heeft al meer afbeeldingen van zichzelf dan een 17e eeuwse Franse koning in zijn hele leven.
We zijn ons bewust van onze eigen greatness.

We lijden erg onder FOMO -Fear Of Missing Out- en checken daarom constant alle (sociale) media. We hebben last van iDisorder: een obsessie met technologie. We zijn verslaafd aan het constant ontvangen van een scheutje dopamine via die sociale media: ‘iemand vond mijn status leuk!’. En dat beïnvloedt onze creativiteit, negatief.

Ervaringen belangrijker dan spullen
We weten hoe we onszelf kunnen verkopen als een merk, en hoe we onze vrienden en volgers tevreden kunnen houden en aan ons kunnen binden. We zijn allemaal ondernemers. We zijn allemaal microcelebrities.
We hebben wel idealen maar pragmatische, we zijn geen dromers. We weten wat er speelt in de wereld, we zijn uitstekend geïnformeerd maar niet idealistisch-actief. We vinden het erg dat er een Kony en een Monsanto bestaan, maar gaan toch niet demonstreren.
We vinden ervaringen belangrijker dan spullen.
We hebben een financieel verantwoordelijkheidsgevoel.
En we zijn erg vriendelijk, en slim.
We zijn innovatief. Serieus. Verzinnen altijd iets nieuws en zijn nooit te beroerd om iets nieuws uit te proberen. Omdat we geen autoriteit respecteren hoeven we er ons ook niet tegen af te zetten. We denken na voordat we iets doen. We zijn positief. Zelden cynisch.

We lijken op elkaar, wereldwijd, door globalisatie en sociale media zijn we overal ter wereld, arm of rijk, een beetje hetzelfde.

Dit is mijn generatie: alle mensen geboren na 1980. In ‘The New Greatest Generation. Why Millennials will save us all,’ in TIME deze week beschrijft Joel Stein deze generatie.