Liefde voor de Tour de France. Of: het verdrijven van de ledigheid

Ik ben alleen thuis. Nauwelijks een week geleden heb ik de deuren van de basisschool met een opgeluchte ram achter me dichtgeslagen. 

Ik ben elf jaar, voor mij ligt een onafzienbare zee van vrije tijd waar ik eindeloos steentjes in kan gooien. De regen valt al vier dagen met het enthousiasme van de erevoorzitter van de Vereniging van Enthousiastelingen die zojuist te horen gekregen heeft dat hij naar de Internationale Enthousiastelingenconferentie op Hawaï mag en ik zit binnen en verveel me de klere.
Correctie: verveelde me de klere.
Tot eergisteren.

Monnik in een Tourklooster
Ik heb mij namelijk bekeerd tot de Tour de France, met de toewijding en de devotie van een boeddhistische monnik in een stilteklooster in de Himalaya. ’s Ochtends lees ik de ochtendkranten die met drie tegelijk op de mat vallen. Ik bestudeer routeschema’s, leer etappe-uitslagen van buiten, weeg kansen af en analyseer de uitspraken van winnaars en verliezers. Aan de keukentafel beschouw ik na wat geweest is, en wat nog komen moet beschouw ik voor.
Wanneer ik de sportpagina’s uit mijn hoofd ken, wend ik mij tot de Wieler Revue Tourspecial die ik twee dagen eerder heb gekocht. Die ken ik al, maar het is met de Wieler Revue als met David Lynch-films (die ik nog niet ken, trouwens, David Lynch-films): je ziet de tweede keer altijd weer nieuwe dingen.
Daarna zet ik de radio aan.
Tuut. Tuut. Tuuuuuut.
Het Nieuws, verzorgd door het ANP.
Daarna duiding van het nieuws. Reclame. En weer nieuws.

Tijdens het wachten stop ik de Tour de France-overzichts-DVD nog eens in de speler. Die DVD heb ik de afgelopen 48 uur zo’n vier keer van voor naar achter bekeken – mijn moeder heeft al aangekondigd dat ze uit het raam springt als ze nog een keer de zalvende stem van Mart Smeets het over ‘die lange uit Pamplona’ hoort hebben, maar ik denk niet dat het zo’n vaart loopt, want mijn moeder is een vrouw en alle vrouwen schijnen dol te zijn op Mart Smeets. Bovendien wonen wij op de begane grond.

Don Draper in Gent-Wevelgem 1995
Terwijl op de televisie Greg LeMond en Bernard Hinault elkaar naar het leven staan, blader ik door het Wieler Revue Jaarboek van twee jaar geleden, dat mijn vader gisteren voor me bij de bieb heeft geleend. Honderden pagina’s met eindeloze reeksen cijfers en namen, ze lachen me uitnodigend toe zoals vrouwen vele jaren later Don Draper zullen toelachen – maar dat weet ik dan nog niet.
Gent-Wevelgem 1995. En dan al die namen en tijdsverschillen en nationaliteiten. En ik maar lezen, onthouden en opslaan, met een energie een betere zaak waardig.
Ooit, denk ik, ooit gaat me dit van pas komen.
Dan, plotseling: NOS Radio TOURFLITS TOURFLITS TOURFLITS.
‘Er rijden nog drie man op kop, Jacques Chapel, klopt dat?’

Bernard Hinault en Greg Lemond tijdens de 18e etappe van de Tour de France van 1986. Beide ontsnapten aan hun achtervolgers in de Alpenetappe. Hilnault won de etappe met in zijn wiel de 26 jarige Californier Greg Lemond.

Jacques Chapel
‘Dat klopt, we rijden nog steeds door het Noord-Franse land en het is warm en de renners moeten veel drinken en er rijden er nog steeds drie op kop, een Duitser, een Italiaan en een Nederlander. Hun namen: de Duitser heet Jens Voikt, de Italiaan heet Massimimimilililiano Llllllelli en de Nederlander is Leon van Bon. Er is nog zo’n driehonderd kilometer te rijden tot Dax, de voorsprong is opgelopen tot drie minuten en het is vooral erg WARM in Frankrijk.’

‘Sterkte Jacques, om 14:00 komen we bij je terug voor meer nieuws. Nu eerst: de PvdA in een lastig parket.’
Leon van Bon, denk ik… Leon van Bon. Wie weet…
Ik ben nog steeds elf jaar, voor mij ligt nog steeds een onafzienbare vakantie die me uiteindelijk de middelbare school zal binnenloodsen. Voor nu is er alleen nog de regen buiten en de Tour binnen, weken achtereen.

In aanloop naar de start van de Tour de France geeft Frank Heinen vijf redenen om van de ronde te houden. Deel 1 vindt u hier.

Meer leuke content? Like ons op Facebook