Het grote misverstand van Dick Advocaat

Gisteren zat ik in de trein van Rotterdam naar Utrecht naast drie Feyenoord-fans uit het verre oosten van het land.‘Nou,’ zei de een, ‘ben toch blij da’ze weer’s g’wonn’n hebb’n.’
‘Ik ben vooral blij,’ zei de tweede, ‘dat ’t weer ’n bietje ’t oude Feyenoord leek.’
De derde mompelde: ‘Ik vond het vooral eindel’k weer’s ’n leuke wedstrijd.’

Kees van Kooten
Ik was Dick Advocaat alweer bijna vergeten. Zo snel gaat dat dus. Je hoopt erop, en dan gebeurt het ook nog.
Het is natuurlijk spijtig, als iemand aan wie je je zo heerlijk kunt ergeren, zich uit het voetbal terugtrekt om voortaan iedere dag baantjes te trekken in zijn geldpakhuis. Tegelijk wist je bij Dick zeker dat onsympathieke waters sympathieke gronden moeten hebben. Iemand die zo weinig geeft om zijn eigen populariteit en uitstraling; dat moet diep van binnen wel een jofele vent wezen.

Gisteravond zat Dick bij Studio Voetbal, het programma bij de publieke omroep met ‘een veelheid aan onderwerpen’. Hij had zijn vaste blik weer, de blik van een Kees van Kooten-typetje dat van achteren wordt geattaqueerd door Wim de Bie in zijn rol van Duitse leraar. Bij Dick Advocaat ben je altijd bang dat hij ieder moment kan zeggen: ‘Jongens, de grap heeft nu wel lang genoeg geduurd,’ en dat er dan onder dat starre Haagse masker een volslagen onbekende, enorm getalenteerde acteur vandaan komt.

Naast hem zat Marc van Hintum, een van de weinige mensen in een managementfunctie in de voetbalwereld aan wie ik zonder problemen mijn huissleutels zou afgeven om tijdens m’n vakantie de plantjes water te geven. Altijd een beetje met het berustende lachje van iemand die rustig afwacht tot uitkomt dat hij in wezen ongeschikt is voor z’n werk.

Het gaat alleen maar om het winnen
Na de eerste minuten, waarin Jan Mulder en Ruud Gullit even de hen toebedeelde rollen van licht getikte voetbalromanticus en realistisch wereldburger-die-weet-wat-er-in-de-top-gevraagd-wordt mochten uitspelen, zei Dick plotseling, in een discussie over de eerste plaats van PEC Zwolle: ‘Als je wint, is het altijd leuk.’
En daarna: ‘Het gaat alleen maar om het winnen.’

Sommige misverstanden blijken onuitroeibaar – met dank aan figuren als Dick Advocaat. Dat het in de sport alleen maar om het winnen gaat, is zo’n misverstand. Sport is al heel lang geleden een entertainmentindustrie geworden – misschien is het ’t stiekem altijd al geweest. Voetbalwedstrijden worden georganiseerd om een zo groot mogelijke groep mensen een plezierige anderhalf uur te bezorgen, om mensen te laten napraten in de trein, om ze de hele dag op internet naar onzinnige nieuwtjes te laten speuren.

’n Leuke wedstrijd
Dat (uiteindelijk) een van de twee partijen wint, is onvermijdelijk bij een spel als voetbal, maar in wezen is het volkomen oninteressant. Wedstrijden worden gespeeld voor toeschouwers, voor kijkers, voor sponsoren en voor de jongetjes die de wedstrijdjes ’s avonds op straat naspelen. Voetbalwedstrijden worden voor allerlei mensen georganiseerd, behalve voor figuren als Dick Advocaat.
Die Dick, wat een misverstand toch. Alsof voetbal om de winst zou gaan. Zoals Wouter Bos gisteren even leek te denken dat politiek uitsluitend draait om politiek.
Het gaat erom dat je af en toe ‘ns ’n leuke wedstrijd speelt.