Waarom je niét zo bijzonder bent als je denkt

Vind je jezelf bijzonder? Eigenlijk nét ietsje beter dan de anderen? Vind je dat je een bijzonder mooi leven verdient, een enorm goede baan, buitengewoon veel liefde? Eigenlijk een leven vol met glitters en zonder ellende? En ben je toevallig geboren na 1970? Dan klopt het niet, je bent helemaal niet bijzonder. Dat is je alleen wijsgemaakt. Dat staat in dit herkenbare Huffington Post-artikel: Why Generation Y Yuppies Are Unhappy.

Zo begon het
Met de generatie Y-yuppy’s bedoelen ze de ik-ik-ik-generatie, of de YOLO generatie, of hoe je het ook noemen wilt. Dat zijn wij dus. Ik en al mijn vrienden en iedereen die geboren is in de jaren zeventig, of ietsje later. Kinderen van Babyboomers.
Onze grootouders hebben de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Die wilden voor hun kinderen vooral veiligheid en een stabiel leven. Babyboomers hebben geprobeerd dat te verwezenlijken. Ze leerden dat je daarvoor hard moest werken en goed je best moest doen. Misschien zou je er dan komen. Het ging hun voor de wind, economisch ging het steeds beter, ze kregen zelfs nog meer voor elkaar dan ze hadden verwacht. Ze werden erg optimistisch over de toekomst.

En toen was het kwaad al geschied
De babyboomers werden zelfs zo optimistisch dat ze, overal ter wereld, hun kinderen vertelden dat zij álles zouden kunnen bereiken wat ze maar wilden. President worden of wereldreiziger of filmster, als ze het maar echt heel graag wilden. The sky was the limit. Dus onze YOLO-verwachtingen van het leven groeiden met de dag, ze werden immens. Wij zouden allemaal onze eigen persoonlijke droom werkelijkheid maken. Bovendien werd ons onze hele jeugd lang verteld dat we bijzonder zijn. We leerden van onze ouders dat we beter, grootser of op een andere manier in ieder geval anders waren dan de rest.

En nu
En nu geloven we dat. Daar zitten we mee opgescheept. Een kenmerk van deze generatie Y is dat men onrealistisch hoge verwachtingen heeft van zijn of haar leven, en niet goed kan omgaan met negatieve reacties of negatief nieuws, stelt onderzoeker Paul Harvey van de Universiteit van New Hampshire. “Er is hun aangepraat dat ze bijzonder zijn,” zegt hij ook, “maar ze missen meestal een bewijs of rechtvaardiging van dat geloof.”
Wij kunnen helemaal niet uitleggen waaróm we eigenlijk bijzonder zijn of anders dan de rest.
Want het is ook helemaal niet waar.
En dan is er nog Facebook et cetera waardoor we constant de grootse successen kunnen zien uit de levens van onze leeftijdgenoten, die allemaal veel bijzonderder lijken dan onze eigen.

Niet zo bijzonder
Naast herkenbaar is het een beetje pijnlijk. Jij wilt ook een amaaaazing leven vol glamour en glitter, toch? Dat weet ik omdat ik het ook wil. Jouw ouders vonden jou bijzonder zoals mijn ouders mij bijzonder vonden. Jij zou heel veel geluk en liefde en succes krijgen, die dingen die je elkaar op nieuwjaarskaarten toewenst – of vroeger op nieuwjaarskaarten en nu in nieuwjaarsmails. Jij was een soort van uitverkoren – net als ik, en blijkbaar een heleboel mensen, maar dat vertelden ze er niet bij. Als iedereen bijzonder is, is niemand het dus eigenlijk.
Als we niet werden aangenomen bij een sollicitatie of werden afgewezen door een man of een vrouw, lag dat toch vooral aan hén. Dat moest wel, ze zagen gewoon onze greatness even niet. Wat die greatness precies is, kan niemand omschrijven behalve dat het gróóts is. Op een dag komt alles op zijn plaats, dan zullen we schitteren tot in de sterren. Op onze Facebook-, Twitter- en Instagramprofielen doen we nu alvast alsof we die sterren zijn.

Of we vallen genadeloos door de mand, omdat we het bijzonder zijn niet kunnen waarmaken.

Er is een grappig YouTube liedje dat over hetzelfde onderwerp gaat: (wel blijven kijken tot het einde…)